Fragment

Interview Ambrogio Maestri, de vertolker van Falstaff

foto: Dario Acostafoto: Dario Acosta
  1. Fragmentenchevron right
  2. Interview Ambrogio Maestri, de vertolker van Falstaff

In 2014 hield Hein van Eekert, presentator van NTR Operalive, een interview met Ambrogio Maestri, die in de uitzending van 11 juli de titelrol in Verdi's Falstaff zal vertolken. Ambrogio Maestri zong die rol toen bij De Nationale Opera. Dit interview verscheen in Odeon, het magazine van DNO.

Eén van de promotiefilmpjes voor Robert Carsens productie van Verdi's Falstaff op de site van de Metropolitan Opera toont bariton Ambrogio Maestri zingend in de keuken: met zwier haalt hij een kalkoen uit de over, zet hem op tafel en snijdt hem aan met trefzekere hand, terwijl hij Falstaffs monoloogje over zijn jeugd als page van de hertog van Norfolk zingt. Hier zingt en acteert een meester, op allerlei fronten. Zijn culinaire behendigheid is snel verklaard als men zijn Youtube-kanaal bezoekt: na het bekijken van een paar filmpjes maakt men zich nooit meer zorgen over een eventueel rijstoverschot in de voorraadkast. De spreekstem is geweldig:  donker, joviaal, resonerend en zangerig, lijkt hij maar een kleine stap verwijderd van een vertolking van de titelrol in Verdi's opera. Er klinkt ernst in, maar ook een grote goedmoedigheid en generositeit. Meer dan tweehonderd maal zong Maestri de rol van de ridder in geldnood, in allerlei operahuizen. Is dit een geboren Falstaff of ten minste een man die de opera van kindsbeen kent als zijn broekzak?
Zo simpel liggen de zaken niet. "Mijn eerste Falstaff heb ik helemaal niet in het theater gezien of gehoord, maar alleen maar via de partituur bestudeerd," vertelt de Italiaan. "Eerst moet je weten hoe de componist, in dit geval Giuseppe Verdi, de rol geschreven heeft, anders ga je fouten maken. Daarna kun je gaan luisteren naar de verschillende grote zangers uit het verleden. Zo kun je je dan een idee vormen van de rol. Eerst de muziek van Verdi, dan de andere vertolkers." En zijn er dan favoriete zangers? "Si, si, si," klinkt het bevestigend: "Tito Gobbi en Giuseppe Taddei. De twee groten."
Maestri maakte zijn roldebuut in de Scala van Milaan, na een intense studieperiode: "Dat was met maestro Riccardo Muti, want die had me voor de rol geëngageerd. Ik heb jaar op de rol gestudeerd. Een jaar met alleen pianobegeleiding. Dat is lang, hè? Eerst hebben we de muziek bestudeerd en daarna de interpretatie. Voor de interpretatie heb ik eraan gewerkt in de vorm van regie. Hoe kon ik Falstaff laten ontstaan? Hoe beweegt hij zich voort? Hoe gebruikt hij zijn handen? De expressie...al dat soort dingen. Falstaff is heel complex."

Het woord 'complex' gebruikt Maestri vaker met betrekking tot deze opera. Het gaat immers niet zomaar om een koddig personage: "De moeilijkheid is jezelf in het karakter verplaatsen. Omdat je, als je hem voor het eerst zingt, niet weet of Falstaff nu een grappig of een ernstig personage is. Daarbij moet je vertrouwen op de muziek van Verdi. Door de meer dan tweehonderd voorstellingen ben ik beter gaan begrijpen wat Falstaff wil en wat het libretto eigenlijk van me verlangt. Je moet Falstaff veel aandacht geven, want het is geen opera buffa (komische opera). Het is de laatste opera van Verdi: niemand doodt zichzelf of wordt gedood, maar het is een echte Verdi-opera en niet een komisch werk in de stijl van Rossini of Donizetti. Tekstschrijver Arrigo Boitò was een groot artiest en een groot negentiende-eeuws dichter: de woorden in het libretto laten zich niet gemakkelijk leren. Falstaff is een vernieuwende opera: je vindt er zaken in terug die je elders niet bij Verdi tegenkomt, bijvoorbeeld dat het libretto en de muziek zo goed samengaan. De zangers worden daarbij niet gebruikt als zangers, maar als instrumenten van het orkest. Daarom moet je de muziek zo ontzettend goed kennen, want je moet weten wat er precies in het orkest gebeurt."

En dat is dan het muzikale aspect, maar op het gebied van de dramatiek is er ook veel te doen: "Je moet op zoek naar de diepgang in het personage: er is bitterheid in het karakter, de jaren die verstreken zijn... Vaak wordt er alleen gekeken naar het komische. Daarom heb ik er een jaar aan gewerkt: ik moest dat allemaal ontdekken. Het is mij goed bevallen om die diepgang te zoeken: Falstaff heeft een geheel eigen manier van leven, zoals iedereen die tegenwoordig moet hebben als hij zin heeft in het leven. Robert Carsen, de regisseur van deze productie,  is echt geweldig. Hij heeft ons hard laten werken, maar hij begrijpt het karakter van de opera helemaal: het ironische, het grappige en het dramatische zit er allemaal in. Er zijn momenten waarop je echt moet lachen en er zijn momenten die je waarlijk aan het denken zetten. Zo wilde Verdi het, volgens mij."

En vanaf dat moment verdwijnt de naam 'Falstaff' goeddeels uit de conversatie. Ambrogio Maestri spreekt bijna alleen nog maar over de rol in termen van 'ik' en 'mij'. Het lijkt wel of we Falstaff zelf aan de telefoon hebben: "De inwoners van Windsor zijn niet erg aardig tegen mij, omdat ik het lef had om op bezoek te gaan bij vrouwen die al getrouwd zijn. Ja, dat kun je verwachten. De vrouwen zeggen een paar wrede dingen - hoe kan zo'n man denken dat wij verliefd op hem zouden worden? - maar aan het einde komt het allemaal goed: we gaan met zijn allen een goede maaltijd gebruiken en iedereen is weer vrienden met elkaar. Ik kom uit de strijd als de morele winnaar, maar de echte overwinning is voor de vriendschap, dus iedereen heeft gewonnen. De vriendschap wint het altijd van de slechtheid van de wereld." De vraag is echter: is Falstaff een betere partij voor de getrouwde dames Alice en Meg? Maestri grinnikt. "Falstaff is een betere man dan Ford, de echtgenoot van Alice, omdat Falstaff altijd zichzelf blijft. Ford komt niet als zichzelf naar mij toe om me te vertellen dat ik uit de buurt moet blijven van zijn vrouw: hij verkleedt zich als een ander persoon. Ik doe dat niet. Ik ben en blijf Falstaff. Punto e basta!"