Het jaarlijkse operafestival van de Beierse Staatsopera is met een premièrerel nu echt op stoom gekomen. Richard Strauss’ Salome is dan ook een opera die regisseurs alle kansen biedt voor een spraakmakend spektakel.

De Poolse regisseur Krzysztof Warlikowski zag zijn kans schoon en plaatste de decadente onheilszwangere opera nu in een Joods getto, een vluchtelingenkamp ten tijde van het Hitler-tijdperk. Dat is in Duitsland zeker een statement.

Ook liet hij de belangrijke scène van de onthoofding van Johannes de Doper koeltjes aan zich voorbij gaan. Als Salome, de betoverende prinses, de profeet wil kussen, onthoofdt haar jaloerse stiefvader hem. Bij de katholieke regisseur is de onthoofding virtueel en maakt Johannes de Doper het zich gemakkelijk in een stoel. Wat hem kwam te staan op een welgemeend boe-geroep. Ook zijn opvoering van een groep katholieke gelovigen begreep het publiek niet; het operalibretto is namelijk doordrongen van onderdrukte seksuele obsessie en incest, wat geen ruimte laat voor religieuze uitingen.

De hoofdrol van Salome werd volgens de recensent knap maar onderkoeld vertolkt door Marlis Petersen. Voor het orkest van de Beierse Staatsopera overigens niets dan lof: ‘Kyrill Petrenko weet de klanklawines perfect te doseren’, aldus de recensent van de cultuurwebsite BR24.

Het operafestival in München duurt nog de hele maand juli.