Het geromantiseerde beeld dat Wolfgang Amadeus Mozart aan het eind van zijn leven straatarm is en in 1791 in een armengraf terechtkomt, is inmiddels achterhaald. In dat laatste jaar heeft hij zelfs nog twee grote opdrachten: een officiële opera voor Praag, La clemenza di Tito, en een opera voor een theater in een voorstad van Wenen, Die Zauberflöte.

Omdat de Toverfluit geen hofopera is, schrijft Mozart dit werk, samen met de theaterdirecteur, librettist, regisseur en zanger Emanuel Schikaneder, duidelijk voor een breder publiek. De muziek, én het sprookjesachtige verhaal met prinsen, prinsessen en toverinstrumenten spreken meteen tot de verbeelding. Maar achter de eenvoud van de vertelling en de aansprekende melodieën gaat een diepere wereld vol humanisme en verlichtingsidealen schuil.

Dirigent René Jacobs laat over dit meesterwerk van Mozart zijn eigen licht laten schijnen en de Koningin van de Nacht tot kolkende vocale woede aanzetten.

Lees het programmaboekje