Fragment

Korte inhoud van Een lied voor maan en L'enfant et les sortilèges

  1. Fragmentenchevron right
  2. Korte inhoud van Een lied voor maan en L'enfant et les sortilèges

Wantenaar - Een lied voor de maan

De mol begroet de maan. De maan zegt nooit iets terug. Waarom niet? vraagt de mol zich af. Zou de maan eenzaam zijn? De mol kan gelukkig praten met de aardworm, al is dat niet de echte aardworm want de mol geeft zelf antwoord op zijn eigen vragen. Bij de maan op bezoek gaan, is ook al zo moeilijk. Misschien is er wel een andere maan, zodat ze samen kunnen dansen.
De mol besluit een lied voor de maan te gaan schrijven: het moet rijmen en je moet er dus ook op kunnen dansen. De mol gaat aan het werk. Het is niet gemakkelijk.
Dan verschijnen de veldmuis, de relmuis en de spitsmuis. En we horen ook een kikker zingen: kwa-kwa-kwaaa…. De muizen zingen met de kikker muziek van Beethoven. Dan dient de veldmuis een verzoekje in en zingen de dieren een stukje uit de Die Zauberflöte, een opera van Mozart.
Alle dieren hebben een mening over het lied dat de mol heeft gecomponeerd. Dat lukt in het begin nog niet zo goed, maar uiteindelijk zet de kikker het lied in.
Na de uitvoering van het lied, lijkt het alsof de maan heel erg droevig kijkt. De dieren zijn er ondersteboven van.
De mol is geschrokken: zou de maan nu boos op hem zijn?
De dieren overleggen waarom de maan het lied mooi vond: hebben ze het niet goed uitgevoerd? Zou de mol nu kwaad zijn omdat het niet goed was?
De krekel weet het: het lied is misschien wel te somber om de maan op te vrolijken. En met muziek kan alles: je kunt ermee vliegen, je kunt er alle stemmingen mee oproepen. Je kunt overal muziek maken. Er zit te veel mol in het lied en er moet meer kruis in. Wie zelf muziek maakt, weet natuurlijk wat hiermee bedoeld wordt. De dieren vrolijken het lied op.
Na even oefenen wordt het lied uitgevoerd, in de vrolijke versie. De maan begint te stralen: hij vindt het lied mooi!
En als de mol de maan begroet, krijgt hij de groeten terug en een bedankje voor het lied!
De mol gaat langs bij de aardworm: deze keer bij de echte.

Ravel - L'enfant et les sortilèges

Een jongen zit zich te vervelen. We herkennen zijn probleem: hij heeft helemaal geen zin in zijn huiswerk.
Als zijn moeder binnenkomt, merkt ze dat hij niet heeft gedaan. Ze is eerst wat bedroefd, maar wordt boos als haar zoon zijn tong uitsteekt. Voor straf moet hij op zijn kamer blijven tot aan het avondeten.
Als ze weg is, gaat de jongen op een vernielzuchtige tocht langs alle meubels, boeken en dieren op zijn kamer. En hij scheurt het behang van de muur.
Als hij uitgeblust neerploft in de oude leunstoel, begint die echter te praten: samen met de andere meubels roept hij ‘Weg met het kind!’ De staande klok, die door het kind zijn slinger is kwijtgeraakt, ratelt de verkeerde tijd af.
Het Chinese theekopje en de Engelse theepot dansen weg op een foxtrot.
Het wordt nog erger: het bijna gedoofde vuur in de open haard valt het kind aan (met een enorme reeks snelle hoge noten), maar dooft op tijd uit. Van het afgescheurde behang vertrekken de herders en herderinnetjes naar een beter oord.
En dan stapt ook nog eens de geliefde sprookjesprinses uit het sprookjesboek en verdwijnt in het niets. Het kind wordt erg verdrietig.
Het kapot gescheurde rekenkundeboek produceert een gillend oud mannetje, dat onbegrijpelijke sommen afratelt. De kat en de kater, verliefd op elkaar, letten niet op het kind en gaan zich te buiten aan een hartstochtelijk duet.
In de tuin klaagt de boom dat het kind met een mes in zijn bast heeft gekrast. Terwijl de nachtegaal zingt, weent de libelle om zijn geliefde, die door het kind gevangen is en is opgeprikt aan de muur. Ook de gillerige vleermuis vraagt zich af wat er geworden is van zijn vrouw: de kindertjes moeten nu zonder moeder opgroeien.
Het kind merkt dat de dieren in de tuin niets van hem moeten hebben. De eekhoorn, die hij in zijn kooi gevangen hield, waarschuwt het kikkertje voor het kind, dat graag dieren vangt.
Het eekhoorntje legt het kind uit dat in zijn mooie ogen de vrijheid te lezen is, waarnaar alle dieren verlangen. Het kind, helemaal alleen, roept in angst om zijn moeder. Daarvan schrikken de dieren zo, dat ze van schrik over elkaar heen buitelen. De eekhoorn komt in het gedrang en raakt gewond. Als het kind het eekhoorntje helpt, raken de dieren ontroerd. Samen roepen ze om de moeder van het kind, die gelukkig verschijnt.