STER Advertentie

Even voorstellen
Peter Boersma is grafisch ontwerper & beeldend kunstenaar. Hij is opgeleid aan Kunstacademie Minerva in Groningen.
Als beeldend kunstenaar maakt hij onder andere collages en installaties. Zowel zijn inspiratie als zijn materiaal vindt hij in de natuur en in oude voorwerpen, waaronder oude boeken en tijdschriften uit vervlogen tijden.
Laag voor laag geeft hij deze oude materialen een nieuwe context en betekenis. Zo creëert hij nieuwe verhalen en werkelijkheden. Zijn werken spreken daardoor zeer tot de verbeelding. Ze zijn soms figuratief, steeds vaker vooral abstract. 

Vanwege de maatregelen omtrent COVID-19 werkt Peter deze week vanuit zijn eigen atelier in plaats van in het Opium atelier.

Atelierplan
Deze week ga ik eindelijk eens aan de slag met de inhoud van een bananendoos waar ik vier jaar geleden op stuitte bij een antiquariaat. Sinds het moment dat de doos in mijn atelier staat heb ik die niet meer geopend.
In mijn herinnering zit dit: een doos met daarin zo'n twintig tot dertig mappen gevuld met gekleurde bijbelse figuren en taferelen. Het materiaal in elke map vormt samen één bijbels verhaal. De losse onderdelen kon je op een flanelbord plakken om zo stapsgewijs het betreffende verhaal te vertellen. Het werd gebruikt als lesmateriaal op scholen en komt uit de jaren vijftig, schat ik.  
In het antiquariaat kon ik het echt niet laten liggen; op een of andere manier moest ik het hebben. Ik werd aangetrokken door de vormen en kleuren en specifiek door de hoeveelheid aan materiaal. Ik zag voor me dat ik er iets 'groots' van kon maken. Daar is tot op heden niets van gekomen. De doos staat al jaren in een hoekje van mijn atelier. 
Mijn plan is om deze week eindelijk die doos te openen en te ontdekken wat ik van dit materiaal kan maken. Zou het echt iets 'groots' worden?

Dag 1 - Maandag 8 juni

Vanochtend heb ik meteen de doos gepakt en geopend. Er blijken meer mappen te zijn dan in mijn herinnering.  Bijna vijftig stuks, allemaal met de hand genummerd. Eerst maar eens alles op volgorde leggen. Ik ontdek dat enkele nummers ontbreken. Ook zitten er vijf mappen dubbel in. In elke map zitten vijftien tot soms wel dertig losse figuren. Al met al veel materiaal dus.

Bij een zoektocht naar wat achtergrond op internet vind ik hier en daar dezelfde mappen op sites van tweedehands boekwinkeltjes en Marktplaats. Het materiaal is iets minder oud dan dat ik dacht.

VOOR HET GODSDIENSTONDERWIJS – Vertel-materiaal voor het flanelbord, is de titel. Het is een uitgave uit 1965 door J. de Weijer & Zn. uit Baarn. De inhoud werd vooral gebruikt op zondagsscholen. Alle tekeningen zijn van de hand van ene Pater Faustinus. De complete serie bestond uit 52 mappen (25x34 cm) met daarin los lesmateriaal. 

Ik loop tegen het probleem aan hoe ik alles kan sorteren. Alles uit de mappen halen lijkt me geen goed plan. Het ontbreekt me toch aan ruimte: de afbeeldingen zijn best groot. Ik heb enkele ‘situaties’ zoals ze in de map worden genoemd uitgelegd. Per stuk zijn die zomaar 100 x 80 cm. Maar eigenlijk wil ik de situaties ook niet in tact houden. Ik wil het materiaal uit zijn verband trekken, uit zijn context halen. Wat mij betreft zie je straks niet meer wat het is.

Ondertussen komt de ‘oude boekenlucht’ flink los, het stinkt hier al behoorlijk. Ramen open!

Om een volledig beeld te krijgen van wat er allemaal is ben ik toch maar begonnen alle tekeningen een voor een te fotograferen. Zo zie ik elke illustratie afzonderlijk door mijn camera. Misschien vormt zich op deze manier een idee in mijn hoofd.

Leuk detail: bij het bekijken en fotograferen van het verhaal ‘De verloren zoon’ blijkt het plaatje van de verloren zoon weg te zijn…

Vandaag heb ik dus uiteindelijk alle illustraties gefotografeerd. Het zijn er meer dan 750.

Ook ben ik al een beetje aan het schuiven geweest met de tekeningen. Het werkt wel, al die heldere kleuren en vormen.

 

Dag 2 - Dinsdag 9 juni

Ik kom mijn atelier binnen en daar ligt de hele stapel mappen op mij te wachten. Het lijkt net of er gisteren niets is gebeurd. Behalve dan dat de mappen nu uit de bananendoos zijn. Niets is minder waar. 

Door het fotograferen zitten alle beelden nu in mijn hoofd. Afgelopen nacht merkte ik dat in mijn dromen. Ook heb ik veel wakker gelegen. Ik schreef gisteren dat er meer dan 750 illustraties zijn maar ik bedacht vannacht dat het er eigenlijk nog meer zijn. Ik heb best veel kleinere illustraties samen gefotografeerd. Ik controleer het meteen. Op de mappen staan de aantallen, die ik optel: ik kom op 798. 

En nu… wat moet ik…?

Ineens krijg ik een ingeving en weet ik het. Mijn oog valt op de titel van de bovenste map. Maar natuurlijk: ‘God schept de hele wereld’. Dat is het. Ik ga een nieuwe wereld maken. Naast alle losse personages zitten tussen de tekeningen ook heel veel achtergrondsituaties. Bergen, landschappen, bomen, huizen, stenen. Ik ga het maar aanpakken zoals ze zeggen dat het ooit is begonnen - waarschijnlijk is Pater Faustinus ook hier begonnen te tekenen: ‘God schept de hele wereld.’

Later op de dag krijg ik last van de bruine vloer. Ik heb een wit canvas nodig en bedek een stuk van de vloer met witte platen. Dit werkt veel beter. Ook blijkt mijn atelier te klein en ik wijk uit naar de logeerkamer en de gang. 

Uren ben ik druk aan het schuiven, snijden, wikken en wegen. Het valt me niet mee. Het werk lijkt een hele grote puzzel, maar dan zonder voorbeeld. Er ontstaan mooie stukken, dat wel. Zal ik de onderdelen daarvan direct aan elkaar vast plakken of toch nog ander varianten proberen? Ik raak gefrustreerd, durf niet, vind dat ik beslissingen moet maken. De reeds gemaakte composities plak ik toch maar aan elkaar. Vast is vast. Dit moet goed komen, toch?

Vanwege ruimtegebrek leg ik een tweede verdieping witte platen over de eerste laag. Ik begin steeds blijer te worden en kom in een bepaalde roes. Ik wil door.

Dag 3 - Woensdag 10 juni

Gisteren heb ik best veel gedaan, maar nog lang niet genoeg. Een nieuwe wereld scheppen is veel werk. God had zes dagen de tijd, ik maar vijf. Ik denk wel dat ik uiteindelijk twee rustdagen nodig heb, om bij te komen van deze week.

Eerst ruim ik op om een overzicht te krijgen van het materiaal dat ik allemaal nog kan gebruiken. Daarna verdeel ik alle ‘achtergrondsituaties’ op basis van het formaat. Grote afbeeldingen komen aan de onderkant, kleinere gaan naar boven. Zo komt er wat meer diepte in het werk.

Door het continu op de grond werken doen mijn knieën en rug behoorlijk zeer, maar ik zet door. 

Beslissingen worden steeds makkelijker om te maken. Ik houd ook steeds minder materiaal over om uit te kiezen, dat scheelt. De collage die ik aan het maken ben wordt groter en groter. Het formaat is nu ongeveer 180 bij 250 centimeter. Ik ben letterlijk in mijn eigen wereld: om de collage heen is in mijn atelier geen enkele ruimte, dus ik zit boven op het werk om overal goed bij te kunnen.

Ik hoop de wereld morgen af te krijgen. Als de laatste illustraties op hun plek zitten, zal ik de hele collage nog moeten omdraaien. Om het werk te verstevigen wil ik extra stroken papier achterop plakken. En ik wil de collage uiteindelijk aan een muur aanschouwen en fotograferen. Daar heb ik dan de vijfde dag nog voor.

Dag 4 - Donderdag 11 juni

Vanochtend was ik al vroeg wakker. Ik stond op met een positief gevoel en heel veel zin om verder te werken aan de collage. Ik ben begonnen met het aanbrengen van een groot aantal extra details. Ook heb ik aan de onderkant een uitbreiding gemaakt, inclusief een rode loper.

Bij het kruipen over de collage kwam ik af en toe nog losse illustraties tegen die ik volledig over het hoofd had gezien. Doordat ze bovenop het werk lagen vielen ze weg in de achtergrond.

Aan het einde van de ochtend was de collage dan eindelijk klaar. Of in ieder geval voorlopig klaar. Wellicht pas ik morgen nog onderdelen aan. Het formaat is nu 185 bij 265 centimeter. Na de lunch was het tijd voor de volgende fase. Allereerst controleerde ik zorgvuldig of ik alle onderdelen goed heb vastgeplakt. Daarna volgde een spannend moment: het hele gevaarte moest omgedraaid. De hele achterkant is bedekt met stippen van vilt. Dat blijkt er ook best gaaf uit te zien.

Na het omdraaien heb ik aan de achterkant ook alle losse stukken vastgeplakt en stroken papier aangebracht. Dit verstevigen doe ik om het werk straks op te kunnen rollen en te kunnen vervoeren zonder dat het uit elkaar dondert.

Dit staat me morgen nog te doen: eerst de laatste stroken plakken, dan opnieuw de hele boel omdraaien en een laatste check. Als ik tevreden ben rol ik de collage op en vervoer ik die naar een ruimte met een hoge witte muur. Daar hang ik het werk op en maak ik er een foto van. Morgenavond is die foto het eindresultaat van een week hard werken.

Dag 5 - Vrijdag 12 juni


Het is zover: de vijfde en laatste dag voor mij in het Opium atelier. Het draait vandaag vooral om het stevig maken van de collage, zodat ik hem kan vervoeren naar de fotostudio. Ik heb voor de zekerheid nog veel extra stroken geplakt. Ook heb ik een ophangsysteem bedacht en gemonteerd.

Bij een groothandel van verpakkingen heb ik twee grote dozen gehaald. Als ik de dozen aan elkaar  vast maak past de collage er precies in. Bij de kringloopwinkel scoor ik twee oude lampenkappen. Daarvan fabriceer ik met behulp van schroeven, ijzerdraad en karton een soort koker waar ik de collage omheen kan rollen.

Daar ga ik dan: met die enorme doos de trappen af, naar buiten, en vervolgens loop ik met de verpakking leunend op de fiets naar de studio om een foto van het geheel te maken.

Ik voel trots. Zonder deze week bij Opium was ik hier waarschijnlijk nooit aan begonnen. Het is gaaf dat er zo’n groot werk uit mijn handen is gekomen deze week. Helemaal blanco ging ik erin: het mocht wat mij betreft ook mislukken. Ik verbeeldde me vooraf dat ik op vrijdagmiddag één voor één alle mappen in de papiercontainer gooide. En nu is er deze nieuwe wereld.

Ik heb nog gezocht naar de verloren zoon. Ik hoopte dat ik hem onverwachts zou tegenkomen in het verkeerde bijbelverhaal. Dat hij in de map met het verhaal over het paradijs bleek te zitten bijvoorbeeld. Ik vond hem niet.