STER Advertentie

Even voorstellen
Marlijn van Zadelhoff (1992) komt uit Arnhem en woont en werkt in haar Atelier woning op de oude kazerne in Ede. Ze studeerde af in 2018 aan Fine Art sculpture op het ArtEZ in Enschede. Tijdens haar derde jaar ging ze op exchange naar het Institut für Künstlerische Keramik und Glas in Koblenz, Duitsland. Hier ontstond haar fascinatie en enthousiasme voor het materiaal glas en het glasblazen.
In haar werk toont ze aandacht voor het detail, liefde voor het materiaal en bewondering voor het proces. Ze plukt bloemblaadjes. Licht ze uit. Laat ze verschrompelen en verdrogen. Ziet kleur verdwijnen, structuur veranderen. Aquarelverf laat ze druppelen, vervloeien en opdrogen. Er ontstaan zachte kleurvlekken, speelse lijnen, associatieve structuren. Glaspoeder wordt verhit, op zoek naar het smeltpunt. In het proces van smelten, in het afstoten en naar elkaar toe trekken van deeltjes, ziet ze patronen ontstaan uitmondend in fragiele glasplaten. Haar rol als maker lijkt bescheiden. Zij vindt, ontdekt, creëert al werkende.

In het proces krijgt het materiaal de ruimte. Haar werk creëert deels zichzelf. Het onvoorspelbare wordt toegelaten.
Ze zoekt in haar ontdekkingen naar contrasten. Stukjes fragiel en breekbare glasplaat worden ingeklemd in ronde stroken rubber, flexibel en rekbaar. Ze vormen samen een kleine installatie. Met het verstrijken van de tijd werkt het glas zich door het uitdrogende rubber heen, tot het openbarst en de donkere cirkels doorbroken worden door scherp glas. Haar werk is kwetsbaar. Vergankelijk. Ze gunt haar werk graag een open einde. In die ruimte voor onzekerheid en kwetsbaarheid ligt de kracht van haar werk.

Vanwege de maatregelen omtrent COVID-19 werkt Marlijn deze week vanuit haar eigen atelier in plaats van in het Opium atelier.

Atelierplan
Mijn ideeën voor nieuw werk ontstaan eigenlijk altijd door uit te proberen, te ontdekken en direct met een materiaal aan de slag te gaan, vaak niet vanuit een schets of een van te voren bedacht werk.
Aankomende week wil ik gaan onderzoeken en experimenteren en schetsen groter gaan uitwerken. Ik vraag mij af of je de kracht van een kleine schets op papier kunt behouden als je hem heel groot uitvergroot. Wat doet het formaat met een idee? Het is een kopie maar tegelijk ook een nieuw werk. De eerste paar dagen ga ik werken op groot papier en aan het eind van de week wil ik een ruimtelijke schets van keramiek of wol gaan uitwerken. Door het werken op deze manier ben ik benieuwd of er andere ideeën gaan ontstaan.

Dag 1 - Maandag 20 april

In mijn atelier ben ik vanochtend begonnen met het uitvergroten van een kleine schets. Deze schets is ongeveer zo groot als mijn hand en gemaakt met aquarel. Dit vind ik fijn om mee te werken omdat aquarel altijd een beetje zijn eigen weg zoekt, en het altijd de vraag is hoe de schets opdroogt of er kleuren zijn overgelopen of gekke structuren zijn ontstaan. Op de schets staan kleurrijke bol achtige vormen, op elkaar gestapeld en in balans. Van een grote rol papier heb ik een stuk afgeknipt en op de muur geplakt. Hierna ben ik begonnen met het mengen van kleuren en het verdunnen van de gouache verf, zodat het bijna hetzelfde werkt als aquarel. Van onder naar boven ben ik met de eerste paar bol vormen begonnen te schilderen en op te stapelen. In het begin moest ik erg wennen, ik schilder nooit zo groot en het duurde even voor ik de eerste bol vormen juist op papier had.Na vier bollen te hebben geschilderd kwam ik erachter dat mijn vel te klein was. Het moest groter. Ik liep naar mijn buurvrouw om een ladder te lenen en plakte een nieuw vel boven het andere. Zo ben ik verder gaan schilderen en heb ik later nog een vel papier erbij aangeplakt. Aan het begin van de avond ben ik gestopt, de tekening is nu dik 2,5 meter hoog en er staan 8 bollen op. Morgen ga ik verder...

Dag 2 - Dinsdag 21 april

Ik ben vandaag begonnen met een goede kop koffie in de zon en uit de wind. Met mijn hondje heb ik een wandeling gemaakt zodat ik met een fris en “open mind” kon beginnen met verder werken aan de schildering. Rond 14uur vond ik het een goed moment om te stoppen en te gaan reflecteren en even afstand te nemen van het werk. Wat zijn de verschillen. Wat ben ik eigenlijk aan het doen. Samen met een goede vriend en later ook een buurvrouw zijn we ingegaan op het werk en de “originele” aquarel schets.
Ik ben eigenlijk tot de conclusie gekomen dat ik nog een schildering ga maken, met het idee om de aquarel schets die ik groot uitwerk niet als “schets” te gaan zien maar als “schildering” omdat ik denk dat ik dan ook anders ga schilderen. De kracht van de aquarel schets lijkt een speling van simpele kleurverlopen, een subtiel spel tussen licht en donker en de vormen zijn minder vast als hoe ik ze nu geschilderd heb. Bij de aquarel schets is het ook niet helemaal duidelijk of het staat, of hangt, terwijl bij de grote schildering het object heel duidelijk lijkt te staan. De grote schildering is nu voor mij echt een object, ruimtelijk geworden en uitvoerbaar in bijvoorbeeld gestapelde glazen bollen die net niet of net wel elkaar in evenwicht houden.
Ik wil nu dus weer een andere schildering maken maar dan losser en sneller zodat ik misschien dichter bij de aquarel schets kan komen. Ik ben benieuwd hoe en of dit gaat werken.

Dag 3 - Woensdag 22 april

Deze dag ben ik begonnen met wat tests op papier te maken. Door een pluk wol in de verf te dippen en vervolgens daarmee te schilderen maar ook met een lap katoenen doek. Dit werkte directer doordat de afstand van je hand naar het papier minder ver is dan met een kwast, maar ik was er niet helemaal van overtuigt. Daarom heb ik hierna een kwast aan een lange bamboe stok vast gemaakt en daarmee geschilderd zodat ik minder precies te werk kon gaan. Dit werkte best goed. Later ook met inkt geprobeerd hetzelfde effect te krijgen als de aquarel, maar inkt werkt totaal anders...

Voor deze onderzoeken had ik grote vellen papier op de grond gelegd. Maar na een aantal verschillende schilderingen was ik zeer ontevreden. De een was teveel chaos in vlekken en de andere te precies een kopie, saai. Toen liep ik vast in het proces. Uiteindelijk besloot ik om dan maar even te gaan wandelen in het bos.

Na het wandelen had ik weer even wat afstand gecreëerd tussen mij en het werk. De onderzoek werken heb ik aan de muur opgehangen en ik vond ze ineens niet allemaal zo slecht als eerder vandaag. Ik wilde voor vandaag naar een schildering toe werken die losser in vorm zou zijn, lichter van kleur, minder dicht geschilderd. Een paar werken hebben dit wel, dat was me vanmiddag niet opgevallen.

In de avond heb ik nagedacht over welke ruimtelijke “schets” of experiment ik groter ga uitwerken. Ik heb in mijn atelier nog een transparante glasbol liggen waar een gat in zit omdat het glas tijdens het glasblazen te ver is uitgeblazen. Het glas is op sommige stukken heel dun, maar misschien kan ik de bol een huidje van wol geven op de plekken waar het kwetsbaar is. Aan de muur heb ik ook weer een nieuw vel papier opgehangen van 2,50meter x 2meter. Misschien dat ik morgen aan een andere schildering ga beginnen vanuit een andere schets, maar daar ga ik nog even een nachtje over slapen.

Dag 4 - Donderdag 23 april

Vandaag ben ik gestart met een onderzoek naar structuren in wol. Ik wilde even wat anders doen dan schilderen. Met verschillende tinten groen in fijne wol ben ik begonnen aan een aantal vilten lappen, ieder met een andere structuur. Zoals ruimtelijke lijnen, dunne vilt waar je door heen kunt kijken en bolletjes. Deze heb ik gedrapeerd en uitgeknipt om over de glazen bol te maken, maar ik vond niet de juiste vorm, of een beeld waar ik tevreden mee was. Ik vind sowieso vilt nogal lastig maar ik dacht ik ga het gewoon proberen en onderzoeken, wat wel en niet werkt.
In de middag en avond heb ik op het grote vel papier wat ik gister aan de muur heb opgehangen een opzet gemaakt van nieuwe op elkaar gestapelde bollen. Dit keer heel licht van kleur en ik mag van mezelf geen papieren vellen erbij plakken, om te kijken of dit anders werkt. Ik merk al dat dit verschil uitmaakt, de bollen wil ik niet dicht schilderen en dat werkt veel zoekender, vaak afstand nemen. Het maakt het spannender om op tijd te stoppen.

Dag 5 - Vrijdag 24 april 

Na een korte nacht ben ik vandaag verder gegaan met de schildering van de bollen. In totaal heb ik er nu 6 op papier staan. Ze zijn anders opgestapeld dan de vorige en verschillen meer van vorm. Groter, langer, klein of bol van vorm. Doordat ik dit werk meer zie als een schildering en niet als schets ben ik voorzichter met wat en hoe ik kleuren op papier zet. Grappig, blijkbaar mag een schets minder precies zijn, zijn fouten minder erg en werk ik een stuk sneller met de kwast op het papier. Ik doe veel langer over deze schildering dan de ruimtelijke schets die ik eerder deze week maakte.
In de middag ben ik verder gegaan met het onderzoeken van structuren en huidjes met keramiek. Ik heb in de gietklei boomschors, stof, verpakkingsmateriaal, karton en papier gedompeld. Een vilten lap die ik gister heb gemaakt heb ik ook rigoureus in de gietklei ondergedompeld, geen idee of dit gaat werken maar dat is juist leuk.

Ik kijk terug op een hele fijne Opiumatelier week. Het was een intensieve week met korte nachtjes maar met een hele fijne werkflow. Ik realiseerde mij dat het heel leuk is om mijn werkproces op deze manier te delen en daardoor zichtbaar te maken, omdat dat vaak bij een expositie niet meer te zien is. Het gaat dan over het werk dat “af” is en niet meer over al die andere ruimtelijke experimenten die daarvoor gemaakt zijn en tot het uiteindelijk werk geleid hebben. Juist in dit proces gebeurt er bij mij heel veel. Stiekem was het ook wel fijn om thuis te werken met alle materialen bij de hand, anders had ik waarschijnlijk mijn autootje vol geladen met materiaal en had de pipowagen uitgepuild. 
Na deze week ga ik verder met het uitvergroten van schetsen en tekeningen, dit vind ik echt heel fijn werken. Ook met het onderzoek naar wol structuren ga ik doorzetten en ik wil kijken of ik de opgestapelde bollen in het echt kan realiseren.