Even voorstellen
Roemer van der Steeg (1979) groeide op in de kop van Noord Holland en verhuisde naar Amsterdam om Nederlands te studeren. Na zijn afstuderen rolde hij de theaterwereld in: hij won het Amsterdams Kleinkunst Festival en toerde met zijn liedjesprogramma langs de theaters en theatertjes van Nederland. Tegelijkertijd sloot hij zich aan bij impro-comedygroep Op Sterk Water waarmee hij ongeveer tweehonderd voorstellingen per jaar speelde, van Lowlands tot aan de Kleine Komedie. Ook werd hij docent singer-songwriter bij CREA, de culturele instelling van de UvA, waar hij onder andere zangeres Maaike Ouboter en Radio 2 talent Lorèn als cursisten had. In 2018 besloot hij voorlopig te stoppen met optreden, om ruimte te maken voor andere dingen, waaronder dit project.

Atelierplan
Komende week ga ik werken aan korte duetten voor piano en viool. Ik hoop een paar verschillende werkjes te maken, elk van zo ongeveer twee à drie minuten. Het is de bedoeling dat ze een filmisch karakter krijgen, geïnspireerd door popmuziek, jazz en impressionistische componisten. Gedurende de week hoop ik af en toe een violist op de bezoek te krijgen voor extra inspiratie.

Maandag 15 april - Dag 1

Vlakbij de ingang van het AVROTROS-gebouw, dat wordt omgeven door geparkeerde auto’s, verschillende slagbomen en billboards met daarop AVROTROS-presentatoren, staat mijn pipowagen. Hij is groen en van hout en heeft wielen met spaken erin. Ik pak de zwaarste spullen uit mijn auto en loop het houten trapje op. Het is maandagochtend. Achter mij openen mensen met hun pas de schuifdeur van het gebouw, ze lopen langs koffiemachines. Het is nog een beetje koud in mijn wagen en het ruikt er naar hout. Het raampje geeft uitzicht op een vijver waarin een paar plastic eenden drijven, vlak achter de bomen ruist de N524. Ik doe het elektrische kacheltje aan dat een borrelend geluid maakt. Deze week schrijf ik duetjes voor piano en viool.

Dinsdag 16 april - Dag 2
Een gepensioneerd hoboïst uit het Concertgebouworkest vertelde eens dat hij vroeger ook had gecomponeerd. Maar dat hij steeds tegen hetzelfde probleem was aangelopen: de vorm. Wanneer is een compositie af? Heeft het nog een rustig deel nodig? Moet er een extra herhaling in voorkomen? Is het wel mooi om een bepaald motief verder uit te werken? Dit is dag 2 van mijn compositieweek en deze moeilijkheden kom ik nu ook tegen. De bedoeling is korte stukjes te maken, van hooguit drie minuten. Maar uit welke onderdelen ze moeten bestaan en hoe ik die onderdelen ook nog iets met elkaar te maken hebben, is vooralsnog een vraag. Vanavond werk ik door.

Woensdag 17 april - Dag 3
Ik vraag af of ik wel productief ben. Niet of ik wel genoeg uren werk, maar of er genoeg uit mijn vingers komt . Gisteravond heb ik anderhalf uur gedaan over ongeveer twaalf noten. Twaalf! Als ik Shostakovitch was geweest dan waren die twaalf noten voor iedereen meer dan genoeg geweest. Dan had waarschijnlijk elke noot betekenis. Of dan waren die anderhalf uur ‘deel van proces’. Maar wat ik deze week maak is alles behalve Shostakovitch. Eén minuut muziek per dag, hoorde ik eens van een broodmusicus. Hij schrijft muziekjes voor reclames, de Keukenhof, een instructievideo voor medisch apparaat. Hij was tevreden als hij één minuut muziek had gemaakt op een werkdag. Daar hou ik me aan vast vandaag. Met aftrek van repeteren, afmaken van de partituur en twee werkverplichtingen in Amsterdam heb ik ongeveer drie-en-een-halve dag schrijftijd.  Die twaalf noten van vandaag kan ik altijd nog een paar keer herhalen.

Donderdag 18 april - Dag 4
Vandaag heb ik de stukjes die ik deze week heb gemaakt doorgenomen met een violist. Ik componeer altijd achter de computer, met een sample van een viool die klinkt als een hese mondharmonica. Eigenlijk zou ik een nieuw digitaal vioolgeluid moeten kopen, maar dan moet ik mijn laptop updaten. En dat kan het besturingssysteem niet aan. Dus dan moet ik mijn besturingssysteem updaten. Maar dat kan mijn laptop niet aan. Enfin, ik componeer met een hese mondharmonica.

In het repetitielokaal staat Pablo, de violist, zachtjes mee te neuriën met de partituur. Wat is hij menselijk. Hij speelt soms verkeerde noten, hij timed niet zoals ik het bedoeld heb, hij speelt vals. En ik ben nog veel menselijker dan hij. Ik weet soms niet eens meer hoe ik iets gecomponeerd heb. Soms staar ik hulpeloos naar Pablo en hoop ik dat hij ons weer op het juiste spoor zet. En toch: uiteindelijk gaan sommige stukjes swingen. Op mijn laptop is alles in de maat, exact in de maat. Volumes gaan op mijn teken harder en zachter. Er zit zelfs functie in mijn programma die humanize heet. Dan maakt het programma alle noten zo dat het klinkt alsof het door iemand live is gespeeld. Alles net een beetje slordiger, beetje langer of korter, beetje meer human. Maar toch, het swingt niet zoals een human.

Vrijdag 19 april - Dag 5