STER Advertentie

In een uitzending van Diskotabel discussieerden pianisten Ralph van Raat en Maarten van Veen met presentator Lex Bohlmeijer over hoe je muziek van Steve Reich moet uitvoeren. Bohlmeijer daagde de pianisten uit om zelf eens te laten horen wat ze precies bedoelen in het Avondconcert. Van Raat vertelt over het programma dat ze spelen.

Eerst nog even de kritiek op de opname van Music for two or more pianos van Steve Reich die jullie bespraken in Diskotabel. Wat viel jullie toen op?

Er zijn eigenlijk twee dingen essentieel als je de muziek van Reich uitvoert. Ten eerste is ritme ontzettend belangrijk. De opname die we daar hoorden was onritmisch en het kreeg daardoor geen groove. De pianisten kozen er daarnaast voor om de introductie van het stuk heel langzaam te spelen, eigenlijk zonder echte puls. Je zou kunnen zeggen dat die interpretatie de invloed van Morton Feldman laat horen, door wie Reich zich in de jaren 60 liet inspireren. Alleen is Reich ook gewoon een slagwerker, dus wij kiezen ervoor om het vanaf het eerste moment ritmisch aan te pakken.

Maar wacht even, je mag toch niet zomaar zelf kiezen wat je gaat spelen?

Nou, de partituur bestaat enkel uit een paar akkoorden en verder zijn we vrij om daarmee te doen wat we willen. Typerend aan Reichs muziek is dat ritmes gefaseerd zijn en uit elkaar gaan lopen. Wij maken, net als hij in andere werken doet, gebruik van een ritmische grid, maar we hebben niet alles helemaal uitgeschreven, dat zou haaks staan op de partituur.

Ik heb het stuk eerder gespeeld waarbij ik één pianopartij vooraf had opgenomen. De andere partij speelde ik daar live bij. Deze keer maken we ook gebruik van die opname, maar Maarten heeft er nog twee extra opnames bij gemaakt die we eroverheen leggen. In totaal hebben we dus drie lagen van opnames én nog twee live piano’s.

Pianist Ralph van Raat
Pianist Ralph van Raat. Foto: Simon van Boxtel

Na Reich spelen jullie muziek van John Adams. Waarom staat Hallelujah Juction op het programma?

Adams is een van mijn lievelingscomponisten en dit is een van zijn beste stukken. Aan de ene kant hoor je nog wel iets van Reich in zijn muziek, maar Adams heeft ook een compleet eigen muzikale taal. Hij heeft de grenzen van het minimalisme enorm opgerekt. Hij is een minimalist bored with minimalism, wordt wel eens gezegd, maar eigenlijk is hij meer een maximalist.

De basis in zijn muziek is de puls. Hij focust op kleine details en kleine veranderingen. In Hallelujah Junction kijk je eigenlijk door de ogen van Adams naar de 20e eeuw. Je hoort verschillende stijlperiodes, bijvoorbeeld Debussy- en Ravelachtige klanken in het middendeel en aan het eind wordt het zelfs atonaal en loopt alles spaak!

Tot slot spelen jullie een stuk van Heather Pinkham. Vertel eens?

Van Heather Pinkham spelen we eigenlijk een première van Mechanical Transcendence. Het is muziek die ze schreef bij een denkbeeldige film over een robot die geprogrammeerd is om verliefd te worden op een mens. Maarten speelt de mens en ik imiteer zijn partij, maar doe dat op een koude, robotachtige manier. Gedurende het stuk leert de robot en kopieert hij menselijk gedrag steeds beter totdat hij uiteindelijk een menselijke staat bereikt en er een wederzijdse verliefdheid ontstaat tussen de mens en de robot. Door het empathische vermogen heeft de robot ineens echter ook te maken met lijden en vraagt hij zich af of hij niet beter robot had kunnen blijven.

Een klein beetje pessimistisch wel.

Ja, maar het mooie is dat er ook wel hoop in zit, dat is Amerikaanse invloed. De muziek stuwt op naar grote climaxen, in zekere zin zou je ook kunnen zeggen dat het een Bruckneriaanse grootsheid heeft.

Beluister het concert