STER Advertentie

De Britse klassieke gitarist Julian Bream is vanochtend in zijn huis overleden.

In de jaren 60 en 70 was hij de gitarist die de legacy van Segovia nieuw leven inblies. Hij pakte de draad op van de Spaanse maestro en vroeg componisten voor hem te componeren. In het Verenigd Koninkrijk is er geen componist van naam die niet voor Bream heeft geschreven, en ook in andere delen van de wereld voldeed men graag aan zijn verzoek. Bream legde ze dan ook geen enkele beperking op en ook zijn charisma miste zijn uitwerking niet.

In 1951 debuteerde hij in de Wigmore Hall in Londen. Na zijn militaire dienst kreeg hij een drukke carrière, speelde over de hele wereld, en hield jaarlijkse tournees in de VS en Europa. In 1952 speelde hij een deel van een recital in the Wigmore Hall op luit. Destijds was de luit uitsluitend het domein van de oude muziekmuziek pioniers, maar Bream nam de oude muziek zeer serieus en bleef het instrument trouw. Hij richtte zelfs het Julian Bream Consort op, gespecialiseerd in oude muziek.

Bream toerde intensief over de hele wereld, ook Amsterdam deed hij regelmatig aan en speelde steevast voor een uitverkochte Grote Zaal van het Concertgebouw. En de toegiften werden door hem vergezeld  van geestige anekdotes.  Een concert van hem meemaken was een feest. Niet alleen door de originele programma’s en zijn gepassioneerde en technisch verbluffende spel, maar ook door zijn uitstraling; dan weer gebogen om zijn instrument, dan uiterst beweeglijk, voor zover dit instrument dat toeliet.

Met de Australische gitarist John Williams vormde hij een duo en maakte hij twee LP’s. Williams misschien de technisch betere, maar Bream de meest temperamentvolle gitarist.

Het werk van Bream is goed gedocumenteerd. RCA bracht een box uit met een selectie van 40 releases. Ook won hij 4 Grammy’s en werden zijn platen 20 keer genomineerd.

In 2002 zette Bream een punt achter zijn carrière en ontwikkelde een passie voor het kweken van rozen.

Op zijn tachtigste zei hij tegen The Guardian in een interview:

“Weet je wat mij niet lekker zit? Ik weet dat ik een betere muzikant ben dan toen ik zeventig was, maar helaas kan ik dat niet meer bewijzen”.