STER Advertentie

Even voorstellen
Corine Aalvanger is beeldend kunstenaar en heeft haar atelierruimte in Zwolle. Ze behaalde haar BA aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en studeerde in 2018 af aan het Master Instituut AKV St.Joost te Den Bosch. 

Na haar afstuderen ontwikkelde ze een praktijk waarbij actuele vraagstukken, participatie, archief en toeval in relatie tot haar persoonlijke achtergrond een rode draad vormen. 

Momenteel werkt ze aan een boek over haar project Dont’t mention the war. Een onderzoek naar de historische en geografische tegenstellingen op de Besthmenerberg te Ommen. Ze is gefascineerd door het feit dat een geïsoleerde plek in het bos onze geschiedenis weerspiegelt en hoe we omgaan met waarheid, dingen die we willen vergeten, identiteit en onze relatie met plekken. 

Vanwege de maatregelen omtrent COVID-19 werkt Corine deze week vanuit haar eigen atelier in plaats van in het Opium atelier.

Atelierplan
Op de route van mijn huis naar mijn atelier ligt de biologische boerderij van mijn vader. De komende week ga ik elke dag naar zijn boerderij om de eerste stappen te zetten voor een project waar ik al geruime tijd onderzoek naar doe; onze relatie met voedsel. 

Onze relatie met voedsel is in de afgelopen eeuw drastisch veranderd waardoor de productie van dat voedsel een steeds grotere impact heeft op onze wereld. De modernisering en de uitbreiding van monoculturen in de landbouw en veeteelt spelen daarin een grote rol; de mens doet verwoede pogingen om de voedselproductie steeds rigoreuzer naar zijn hand te zetten. Daarmee zijn we steeds meer onderweg om de onbegrepen natuur uit te wissen. We verliezen hiermee niet alleen biodiversiteit, maar ook de mogelijkheden om klimaatverandering in te dammen waardoor er vanaf 2050 een voedseltekort dreigt te ontstaan. 

Ik ga terug naar de plek waar ik opgegroeid ben. Om te experimenteren en te spelen met vorm en te verzamelen zoals ik dat vroeger deed als kind op de boerderij. Onderdeel hiervan zijn de weersomstandigheden, mijn (familie)archief, het dagelijks leven op de boerderij maar ook het geweckte voedsel van mijn oma uit 1966. Samen gaan ze deel uit maken van mijn fascinatie voor de toekomst van ons voedsel. In mijn atelier ga ik onderzoeken welke visuele stappen ik kan maken met alle bevindingen en de verzamelde materialen. 

Dag 1 - Maandag 15 juni

De zon schijnt al wanneer ik in mijn auto stap en richting de boerderij van mijn vader rij.
Ik ga aan de tafel in de woonkamer zitten en klap mijn laptop open. Op de grond liggen stapels met vaktijdschriften die voor mij een bron van informatie voor mijn onderzoek zijn. Het verzamelen en bewaren heb ik van mijn vader, zo zijn er nog tijdschriften uit 1992 waarbij onderwerpen die nu spelen en destijds ook speelden: in juli 1992 gaat het vee naar binnen omdat er geen gras groeit vanwege de droogte. Ik stop het tijdschrift in mijn tas om er later in de week mee aan de slag te gaan.

Elke ochtend kijkt mijn vader op Teletekst naar de weerberichten. Op internet zoek ik teletekst op en ik maak een screenshot van het beeld. Hoe ziet het weer er deze week uit? Het zal voor een groot deel bepalen wat mijn vader wel of niet kan doen die dag. Hoe het weer visueel onderdeel uit gaat maken van mijn werk weet ik nog niet.

Vervolgens loop ik naar de kelder. Daar staan al jaren potten geweckte groenten en vlees van mijn oma uit de jaren ’60. Van eigen bodem. Het is donker, ik loop de trap af en de lamp geeft niet voldoende verlichting om zonder flits te fotograferen. Ook is het zo krap in de kelder dat ik geen flitslampen of iets dergelijks kwijt kan. Ik maak wat fotos’s met de ingebouwde flitser van mijn camera en besluit om morgen een paar potten mee te nemen naar het atelier.

Na schooltijd ging ik als kind altijd het liefst zo snel mogelijk naar buiten. Er viel altijd veel te ontdekken en te vinden. Ik loop de weilanden in, richting de koeien om ze te fotograferen en te filmen. In het hoge gras vind ik een jonge bonte specht die niet meer kan vliegen.

Met mijn vader loop ik in de middag het weiland in. Met de Lazy dog steekt hij Jacobskruiskruid uit de grond; giftige planten voor de koeien. Er blijft één plant staan, deze zit helemaal vol met Zebrarupsen, het enige diertje dat deze plant kan eten zonder er aan dood te gaan. Ik maak er een filmpje van.

Dag 2 - Dinsdag 16 juni

De regen tikt driftig op de voorruit van mijn auto, ik ben onderweg naar mijn vader. Bij aankomst installeer ik mij weer aan de tafel in de kamer, de plek waar we vroeger als gezin aan aten. Mijn vader leest een krant en begint hard op te lezen: ’De commissie-Remkes adviseert te stoppen met het toedienen van drijfmest’. Als snel belanden we in een gesprek over de functie van koeienmest en de kringlooplandbouw. Mijn vader legt op altijd inspirerende wijze uit wat de functievan mest is. Terwijl ik luister komt bij mij de vraag op ’hoe maak je dit visueel voor eentoeschouwer en welk belang heeft het?’
 
Ideeën beginnen zich in mijn hoofd te vormen maar ik besluit een schets te maken en het even te parkeren. Eerst naar de kelder. Ik wil potten eten meenemen naar mijn atelier en vanmiddag gaan kijken wat ik daar mee kan. Tijdens het begin van de Corona crisis sloegen de mensen aan het hamsteren, met name voedsel dat langer houdbaar was. Dat gegeven fascineerde mij en deed mij denken aan de potten in de kelder.
 
In het atelier moet ik eerst ruimte maken, een plek creëren waar ik kan werken. Ook moet het eenplek zijn waar ik verzamelde materiaal in kaart kan brengen. Ik besluit eerst om een opstelling te maken waarbij ik de potten fotografeer, ik ga ze vandaag nog niet open maken. Dat is iets wat ik wil gaan filmen en dat vraagt een andere opstelling. Ik hang een groot wit vel papier om voor de achtergrond van de pot. Op deze manier gaat alle aandacht naar de pot en vooral de inhoud; bonen van meer dan 60 jaar oud. Onaangetast. De eerste opnames maak ik met mijn Mamiya RB67. Analoog werken doe ik niet vaak meer, het is een andere manier van werken. Ik schuif een beetje met de potten; hoe valt het licht? Pak ik er een studioflitser bij? Of toch een lichtbak... Ik ga het allemaal uitproberen.
 
 
 
 
 
 
Dag 3 - Woensdag 17 juni
 
Het is bewolkt wanneer ik de deur uit loop om even wat materiaal te halen. Ik wil het Jacobskruiskruid in kaart brengen, onderdeel van de biodiversiteit. De bodem en biodiversiteit zijn van belang voor een toekomst bestendige landbouw. Voor mijn onderzoek gebruik ik daarom het Jacobskruiskruid deze week als uitgangspunt.

Wanneer ik in de auto stap is de temperatuur al weer aan het oplopen. Ik rij naar de boerderij om in de ochtend aan de slag te gaan met het archief, mijn vader filmde vroeger op de boerderij verschillende onderwerpen met een 8 mm camera. Gisteren heb ik de filmpjes opgezocht maar het gebruik van de projector vraagt de nodige ervaring. We zoeken een plek waar we wat korte filmpjes kunnen bekijken. Het apparaat hapert af en toe maar we krijgen het voor elkaar. Ik zie beelden op de muur verschijnen van een tijd die ver voor mijn ligt.

Tegen het einde van de ochtend stap ik in de auto, op weg naar het AZC in Emmen. Ik werk voor een stichting die zich inzet voor kunstprojecten met bewoners in asielzoekerscentra in Nederland.

De zon dringt langzaam tussen de wolken door terwijl het Drentse landschap aan mij voorbij schiet; grote percelen voor met name akkerbouw. Op de terugweg neem ik in Ermerveen een zakje aardappels mee; de aardappels hebben nog geen 100 meter afgelegd van het land naar mij als consument. Ik heb ze zien groeien, elke week als ik naar het AZC rij. Vanavond belanden ze bij mij in de pan. Bij thuiskomst kijk ik waar mijn zakje bonen vandaan komt. Marokko... Ik besluit het zakje te bewaren en morgen mee te nemen naar het atelier. Vroeger at ik bonen uit onze eigen tuin, nu komen ze uit Marokko. 

Dag 4 - Donderdag 18 juni
Het regent. Ik stap in mijn auto en rij in de ochtend eerst naar het atelier. Onderweg haal ik bij de kringloop nog even een oude atlas, deze ga ik gebruiken voor het in kaart brengen van mijn avondeten van gisteravond; aardappels en bonen.
 
Tijdens mijn autorit denk ik na over de complexiteit van ons voedsel. Hoe ga ik dit omvangrijke project in beeld brengen? Er spelen zoveel factoren een rol. De verandering van het klimaat, stikstof, maar ook de vraag wát we in de toekomst gaan eten. Vandaag wil ik kleine aanzetten maken, mijn vragen visueel maken. Archieven spelen altijd een belangrijke rol in mijn werk, voordat ik vooruit kijk wil ik eerst terug kijken.
 
In het atelier maak ik ruimte vrij op de wand om een aantal kaarten uit de atlas op te hangen; Nederland, Afrika en de kaart waar Israël op staat. De bonen uit Marokko, de aardappels uit Israël en Ermerveen. De zakjes heb ik bewaard, ik puzzel hoe ik ze onderdeel kan laten maken van het werk maar ik kom er niet uit. Het wordt te vlak, te plat. Ik besluit plankjes aan de muur te bevestigen maar wat ik heb is te groot.
 
Maandag heb ik in een screenshot van Google Earth alle Jacobskruiskruid in het weiland gemarkeerd, op een wit vel breng ik ze opnieuw in kaart. Het zijn behoorlijk wat gele stippen voor een giftige plant. Ik pak mijn beamer en probeer wat te spelen met projecties over elkaar. Het is niet donker genoeg in mijn atelier.
Het loopt tegen het einde van de middag. Ik besluit in de auto te stappen, nog even langs de boerderij. Met mijn vader heb ik het over de bonen: ’Wat zou er gebeuren als ik ze eet?’ Volgens hem kan het geen kwaad en ik besluit morgen de pot te openen en te kijken of ze nog eetbaar zijn.
 
Na het avondeten rij ik nog even naar de bouwmarkt. Bij terugkomst zaag ik de plank op maat en verf alles nog even wit. Dan kan het vannacht drogen. Ik verdwijn achter mijn laptop om foto’s uit het familiearchief in te scannen en vergeet de tijd. Het is al laat, morgen verder. De accu van de camera nog even opladen, morgen al weer de laatste dag. Dan ga ik de pot met bonen open maken.
 
 
 
Dag 5 - Vrijdag 19 juni

De zon schijnt al behoorlijk wanneer ik in de auto stap, alweer de laatste dag in het Opium atelier!!

Vandaag ga ik mijn installatie afmaken en filmen. Bij binnenkomst in het atelier start ik met het bevestigen van de plankjes aan de muur. Dat is nog even passen en meten omdat ik ze zo wil plaatsen dat je de bevestiging niet ziet. Na wat stoeien met de pluggen in de gipswand krijg ik het voor elkaar en hangen de plankjes. Ik heb de aardappels en bonen van thuis meegenomen, deze komen op de juiste plek op de plankjes te liggen, zoals de bonen uit Marokko.!

Tegen het begin van de middag begin ik met de opstelling voor het filmen. Ik installeer een tafel waar ik een bord, mes, vork en de bonen op zet. Omdat het redelijk licht is besluit ik met natuurlijk licht te gaan filmen. Omdat ik mijzelf film is het puzzelen met de camera: Ik doe een paar testen waarbij ik moet zorgen dat ik goed in beeld ben maar ook alles scherp is. Voor de zekerheid gebruik ik twee camera’s om op te nemen.!

Het is zover. Enigszins gespannen druk ik op de record knop en ga ik achter de tafel zitten. Ik schuif de klem van de pot die niet meteen besluit mee te werken. Omdat ik niet weet of de pot kan knappen wiebel ik voorzichtig de klem van de pot. Nadat dit is gelukt pak ik een mes om de lucht te laten ontsnappen. De pot gaat open en de geur valt mij meteen op, een soort azijn, niet onaangenaam. Ik haal een paar bonen uit de pot en neem een eerste hapje. Ik kan mijn lachen bijna niet inhouden; in tegenstelling tot wat ik dacht zit er überhaupt smaak aan en blijkt het heerlijk te smaken, wat zoutig ook. Ik eet nog wat bonen en sluit de opname af, blij met het resultaat. Met een voldaan gevoel bewerk ik de video, deze wordt onderdeel van de installatie voor deze week. De andere onderzoeken documenteer ik en sla ik zorgvuldig op. De eerste stappen zijn gezet, op naar de volgende!