STER Advertentie

Even voorstellen
Zolang ze zich kan herinneren vertelt Renée Kapitein verhalen. Om deze verhalen een podium te geven studeerde ze dramaschrijven aan de HKU. Één podium vond ze niet genoeg en dus schrijft ze comedy voor sketchgroep Boesjans, (media-)campagnes voor organisaties die dat goed kunnen gebruiken en maakt ze podcasts met Nieuw Geluid. En kwam haar debuutroman Waarom we huizen bouwen onlangs uit bij Ambo | Anthos.

Wat ze ook maakt het is altijd te herkennen aan de ritmische herhalingen, dynamische scenes en eigentijdse dilemma’s. En er wordt vaak stevig gedronken en vol overgave getwijfeld.

Renée woont samen met haar veertig planten, twee katten, hond en vriend op – hoe kan het ook anders – een boot in Amsterdam Noord.

Vanwege de maatregelen omtrent COVID-19 werkt Renée deze week vanuit haar eigen atelier in plaats van in het Opium atelier.

Atelierplan

Februari 2020
De laatste aflevering van de podcasts waar ik ruim een jaar aan heb gewerkt staat online. Mijn boek - mijn eerste boek - is af, ingeleverd, klaar om gedrukt te worden. En dat betekent dus dat ik alle tijd heb om aan een nieuw boek te beginnen. ‘Nee, dat is niet te snel, daar heb ik zin in,’ maak ik mezelf wijs. Ik heb er ook echt zin in, zin in een nieuw verhaal, nieuwe personages, een nieuw perspectief. Ik begin in maart.

Mei 2020
300 woorden heb ik geschreven. Niets. Nauwelijks iets.

Eerst was ik bezig met het boekenbal; een jurk ik moest een jurk en een badpak voor eronder. Toen werd ik ziek, lag ik hoestend in bed en keek ik alleen maar series. Toen werd de wereld ziek, zat ik achter m’n laptop en tuurde ik naar de NOS-live blog. En toen kwam m’n boek uit en staarde ik naar m’n Whatsapp en Instagram, opzoek naar reacties.

Maar nu is het zover. Een hele week om echt te beginnen. Het hoeft niet af. Er hoeft niets klaar. Behalve dan een begin. Een begin om af te maken, weg te gooien, in het midden te verstoppen. Gewoon een begin; dan kan ik door.

Dag 1 - Maandag 4 mei

Ik zit op de jutezakken op de veranda van het huisje waar de poppen overwinteren. De vlinder-poppen. Gister werd er eentje wakker. Die was klaar om te gaan. Hij/zij werd buiten op een boom gezet. Het weer is mooi genoeg om buiten te blijven.
Ik zit op de jutezakken in de zon. Het jute steekt een beetje door m’n pak heen. Het is maar goed dat ik toch de jurk niet aan heb gedaan. Ik moet zo op de foto. Niet dat je op foto’s perse een jurk aanmoet, maar zoveel van m'n broeken zijn vies of kapot. Dit pak niet. Dit pak past hier heen goed, zo groen, zo bijna-tuinoverall, maar de jute prikt er dus wel een beetje doorheen.
Ik heb hier een radio, dat zei Nicky -de Vlinderman van wie ik in dit huisje mag zitten- net. Ik heb hier een radio, dus ik doe de radio aan. Eric Clapton. Het mierzoete liedje overvalt me. Ik erger me niet snel aan geluid, maar er is hier al zo veel geluid. Alles maakt hier geluid. De weg niet, de weg nauwelijks. Ik weet niet eens meer of dat normaal ook zo is. De wind. Vogels. Nog meer vogels. De honden die elk vinden dat deze plek van hun is. De stofzuiger - is het echt een stofzuiger? Nee het zal wel iets met hout zijn. De grasmaaier. Koos (mijn hond) die zucht - ik weet nooit of dat betekent dat ze zich verveeld of dat ze geniet. De skelter die langskomt - en vooral Koos die vertelt dat de skelter langskomt. Koos vindt het sowieso belangrijk om mij te vertellen dat er iemand langskomt. Langsloopt. Langsfiets. Ergens verderop iets doet. Alsof ik dat niet zie. En alsof ik dat belangrijk moet vinden.
Alles maakt hier geluid. Mijn stift op het papier. Ik schrijf graag met stift. Stift heeft zoveel overtuigingskracht, dan hoeven mij woorden die niet te hebben. Kunnen die nog een beetje twijfelen. Er is nog genoeg te twijfelen. Er is nog zo weinig.

Alles is hier zo ontzettend de bedoeling. Zo groen, in bloei. Zo in de lente van hun leven. Kan ik hier wel iets schrijven? Is hier wel drama, conflict, iets dat anders wil zijn? Ik moet plassen, loop naar het zelfgebouwde wc-tje. Het vogelnestje dat in de hoek hing, ligt voor de deur, veertjes er omheen. Leeg.
Terug op m’n plek zucht Koos nog maar een keer. Op de ring rijdt een sirene weg.
 
 
 
 
Dag 2 - Dinsdag 5 mei
 
Ik begon moeizaam vandaag. Moest lang denken. Er zijn veel voordelen aan niet-lineair werken. Maar het nadeel is dat je iedere keer dat je begint, niet alleen moet verzinnen wat je schrijft, maar ook waar je schrijft. Zo ook vandaag. Op welk moment begin ik? Wat weet ik al. Wat kan ik nu.
Daarnaast -en dat geldt op dit moment natuurlijk voor bijna iedereen- helpt de wereld ook niet mee. Ik ben iemand die graag steelt. Uit m’n ervaringen, uit m’n omgeving, uit ervaringen van m’n omgeving. En dus ook graag dingen beleeft. Een schrijver zonder veel fantasie moet dingen beleven. Maar er is zo weinig te beleven. Hier niet en überhaupt niet.
Ik heb een boek mee en lees. Liggend in de zon. Het helpt. Ook omdat ik niet wist dat ik bij het laatst hoofdstuk was: in een half uur lees ik het uit. Nu moet ik wel schrijven.
Vooralsnog gaat het nieuwe boek - ik moet snel een werktitel- over een vrouw die ontslag neemt van haar baan, haar behoorlijk goede baan en in een kroeg gaat werken. Omdat ze daar de ruimte denkt te vinden die ze zoekt.
Ik heb erg veel in kroegen gewerkt. Ik ben er veel in kroegen geweest. En toch is het nu even lastig. Lastig om te schrijven. De details lijken kwijt. Maar ik moet niet wachten, niet op details wachten. Het kan immers nog best lang wachten voordat ik die weer kan gaan zoeken. Ik moet gewoon gaan schrijven en kijken wat er gebeurd. En dus ga ik maar even tikken. Ik wissen typen en schrijven graag af. Net als ik vaak switch tussen verschillende schrijfprogramma’s. Misschien om wat afwisseling te creëren in een toch wat eentonige bezigheid.
Typen gaat goed. Ik blijf ruim vier uur lang zitten, schrijf door tijdens het lunchen en laat zelfs iemand anders Koos uitlaten. Ik tik genoeg woorden om te vinden dat ik tevreden mag zijn. En dus ben ik dat. Om half 6 roept m'n vriend dat het ook Bevrijdingsdag is en geeft me een biertje.
Tegen half 10 gaan we op vleermuizenjacht, toch nog iets beleefd.
 
Dag 3 - Woensdag 6 mei
 

Ik zwom vanochtend. Dat doe ik iedere ochtend sinds begin maart. In het kanaal. Het water wordt elke dag warmer, maar is de eerste paar tellen nog steeds koud. Daarna is het prima. Helemaal als de zon zoals vandaag keihard schijnt. Dat scheelt ook flink als je daarna uit het water komt.
De zon bleef ook na het douchen schijnen en dus nam ik Koos en wandelde ik naar het poppenhuis. Dat is een half uurtje lopen, met Koos bijna een uur. Ze kan heel snel rennen, maar lopen doet ze langzaam, overal stilstaan, alles ruiken. We liepen Tuindorp Oostzaan, de meest Noordse wijk van Amsterdam Noord. Ik ken er niemand, maar bijna iedereen zegt gedag, Af en toe krijgt Koos een knuffel. Bij gebrek aan aanrakingen komt een grote langslopende hond goed van pas. 
Halverwege koop ik koffie en bananenbrood op het plein. Ja, dat kan ook in Tuindorp. Koos loopt nog steeds niet door, dus de koffie is koud als ik bij het poppenhuis aankom. Koos klimt omhoog en gaat tevreden liggen. Deze veranda is haar nieuwe lievelingsplek. Ze heeft overzicht over het terrein, haar terrein. Omdat mijn vriend hier een rokerij heeft is ze hier vaak. En waar ze vaak is; dat is van haar. Bezitterige hond. 
Vlinderman Nicky zoekt iets tussen alle planten de veranda staan. Hij is een stekje kwijt. Weet niet meer zeker of-ie het heeft gepland. Misschien ligt er ergens een stekje in het gras, dood te gaan. 
Ik pak m’n laptop. Tijdens het lopen dacht ik na over een scene en die wil ik nu typen. Maar ik kan m’n scherm nauwelijks zien. De zon schijnt alles onleesbaar. Ik probeer het binnen, liggend op mijn buik, met m’n rug naar de zon en binnen, naast de poppen. Er werkt weinig. Ik ga lezen. Dat is ook iets.