STER Advertentie

Even voorstellen
Liesbeth Goedbloed (Maassluis, 1981) is schrijfster, psalmenrijmer en moestuinier. Ze studeerde Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit van Utrecht en debuteerde in 2018 met Broeder Ezel, een verhaal over een dwaaltocht door de bergen. Onder het motto ‘Do not hurry, do not rest’ werkt ze nu aan haar tweede roman waarvoor ze een stimuleringsbeurs van het Letterenfonds ontving. Verder bespeelt ze de ukelele, reist als het even kan af naar Italië en heeft een zwak voor ezels.

Atelierplan
In mijn pipowagenweek wil ik verder schrijven aan mijn tweede roman. Alles wat daarvoor nodig is, heb ik hier bij de hand: 
• pen, papier en labtop

• wandelschoenen

• een bos om in rond te struinen
 
• de muziek van Rachmaninov om bij thuis te komen


Als ik aan het einde van deze week zo’n vierduizend woorden rijker ben, dan prijs ik mij gelukkig.  En mocht ik het schrijven moe worden, dan hoop ik mijn verhitte hersens met ukelelespel, logische raadsels en wat schetswerk (liefst van een ezel) tot rust te brengen.

Dag 5 – vrijdag 6 maart
Terwijl ik gisteren nog dacht dat de duif in Rafaels jaszak een zwijgzame vogel was, begon hij halverwege de Rotterdamse Boezemsingel ineens te praten, zei tegen Rafael die hij wel een beetje mocht doorlopen als hij nog op tijd wilde zijn voor zijn afspraak: ‘Ik liep, bedacht aan het einde van de Boezemsingel dat je wel je snavel moest houden als we bij Alwel binnen waren, maar toen ik dat tegen je zei, deed je net of je sliep.’

Of die duif mag blijven praten of dat hij een stil en braaf dier moet zijn, dat moet ik nog bedenken. Volgende week dan, niet deze week. Voor deze week heb ik genoeg bedacht, geschreven, geschoven, gewandeld, geschetst. Ik heb

Een inventarisatie gemaakt van alle scènes (chronologisch geordend)
De route van Rafael door Rotterdam uitgestippeld (met hulp van Google Earth) 
Jan Brokken gelezen. En Chesterton. En Marilynne Robinson.
Genoten van het leven op kleine voet in een pipo-atelier waar het geurt naar hout en welbehagen.
Een nieuw spel bedacht. ‘Ik ga naar huis en ik neem mee …’ 
Vastgesteld dat 3110 een mooi getal is. 

Nu alleen nog: inpakken, autorijden, thuiskomen.

Dag 4 – donderdag 5 maart
Het is veel geweest, die 2400 woorden, en nu moet ik lezen om weer te kunnen schrijven. Gelukkig heb ik boeken mee. Een kleine bibliotheek zelfs.

‘De wil en de weg’, van Jan Brokken, een boek over schrijven
De roman ‘Housekeeping’ van Marilynne Robinson
‘Een leven in brieven’ van Vincent van Gogh
‘The life of Saint Francis’ van G.K. Chesterton (een biografie)

En zo nog een stuk of drie, vier, vijf boeken.

Dus ik ga lezen. Wandelen. Tekenen. Op de ukulele pingelen. Staren naar de eerste schetsen voor een eventueel ezelsprentenboek.

Tegen mezelf zeggen dat het nog niet veel is. Mezelf met J.C. Bloem tegenspreken: ,,Alles is veel voor wie niet veel verwacht.” En intussen hopen dat de wind aanwakkert, dat de vlam er opnieuw inslaat. 

Vierduizend woorden. 

Dat moet iets heel bijzonders zijn.

Dag 3 – woensdag 4 maart


Zonder muziek kan ik niet schrijven.
‘Broeder Ezel’ schreef ik op het Requiem van Fauré. Hoor ik de eerste noten van het ‘Kyrie’, dan loop ik meteen met Anna en haar ezel door Italië. Ik voel de zon op mijn hoofd, ik ruik oregano en ezelsmest, de bergen liggen om ons heen en we lopen langs de rand van een afgrond. Bij dit verhaal is het niet anders. Toen ik halverwege december in drijfzand bleef steken (klein writersblockje) hielp de muziek me weer op gang. Ik luisterde naar:

Psalm 23 van de Joodse band MIQEDEM.

Om deze video te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Panis Angelicus van César Franck, uitgevoerd door het Zagreb Philharmonic en Stepjan Hauser.
Om deze video te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Een Joods gebed uitgevoerd met sjofar door het Yamma ensemble.
Om deze video te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Het ‘Onze Vader’ in het Aramees
Om deze video te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Tchaikovsky’s ‘Hymn of the Cherubim’, in de uitvoering van het USSR Ministry Of Culture Chamber Choir.
Rachmaninovs ‘Liturgie van de Heilige Johannes Chrystomos’.

Vandaag schreef ik met dank aan Rachmaninov en César Franck: ,,Ik zou in het donker naar boven vliegen, zonder vleugelslagen, alsof ik een pluisje was dat werd meegenomen door de wind en daar in de nok van de hemel, zou ik dansen met een vrouw. Dan zouden Gods ogen weer opengaan, met grote ogen zou hij kijken naar onze overmoed. En als hij ons zag daar boven die zware afgrond, boven dat zwarte luchtdal, zou de wereld vanzelf weer ontstaan.”

 

Dag 2 – dinsdag 3 maart

Vanmorgen verbaasd wakker geworden. Had ik gister echt zes uur geschreven? Ja. Zes uur. Achter elkaar. ‘Hopelijk lukt dat vandaag nog een keer,’ dacht ik. Zes uur krijg ik best vol, want ik wil:

- 800 woorden schrijven
- de kritische opmerkingen van een zeer letterkundig mens in mijn teksten verwerken
- verder schrijven aan een flaptekst. De eerste zin heb ik al: ‘Een man reist met een zwaargewonde duif op zak door Rotterdam.’
- de route die R. (R. is mijn hoofdpersonage in mijn nieuwe roman) door Rotterdam aflegt helder krijgen
- mijn tekst van gisteren doorlezen: ‘Het water lag stil tussen de bomen.’

Maar eerst ga ik het bos van dichtbij bekijken.

Dag 1 – maandag 2 maart

De engel brandt, de berk naast de pipowagen hangt vol regenlampjes en Rachmaninov zingt in mijn oren. Ik zit binnen met mijn ogen dicht en ik schrijf. Blindtypen betekent dat ik mijn eigen tekst niet kan meelezen; zo voorkom ik dat ik al die versgetikte woorden meteen weer weggooi. Soms moet je jezelf te slim af zijn.

Vandaag al 408 woorden (ik hou een boekhouding bij van mijn productie.) Wat ervan mag blijven en wat weg moet, weet ik nog niet – daar beslis ik morgen over. In de tekst van 28 februari lees ik: ,,Als ik je lang zou aaien, bleef er niets van je over, duifje.” Ik ben benieuwd wat ik morgen op mijn beeldscherm te lezen krijg.