STER Advertentie

Even voorstellen
Anne Broeksma (1987) schrijft poëzie, korte verhalen en journalistiek. In 2014 debuteerde ze met de bundel Regen kosmos kamerplant bij Uitgeverij Atlas Contact, ze stond op podia als Crossing Border en Lowlands en is lid van het Utrechts Stadsdichtersgilde. Daarnaast schreef ze de afgelopen jaren korte verhalen bij het Shortreads-collectief. Al twee jaar is ze geobsedeerd door schubdieren. Ze reisde door de oerwouden van Azië om dit bijna uitgestorven dier in het wild te zien en verzamelde verhalen door mee op pad te gaan met stropers, beschermers, biologen en historici. De resultaten van die zoektocht verschenen in verschillende kranten en worden bijeengebracht in een boek. Zowel in haar proza als poëzie staat het onderzoek naar de relatie met de levende wereld om ons heen centraal. In haar te verschijnen dichtbundel Vesper (werktitel) onderzoekt ze de spanning tussen religie en natuurwetenschap. Ook verwerkte ze haar wildernisavonturen tot poëzie.

Atelierplan
Project Hildegard
Tijdens mijn verblijf in de woonwagen van Opium Atelier wil ik een gedichtencyclus gaan schrijven geïnspireerd door het werk van Hildegard van Bingen. Zij was een twaalfde eeuwse mystica, componist, dichter, beeldend kunstenaar en natuurwetenschapper. Ze werd bekend met haar goddelijke visioenen, maar bracht ook een boek uit over natuurgeneeskunde en veegde in haar briefwisselingen de vloer aan met de corrupte kloosterwereld. Een soort heilige, heks en vernieuwer in één.

In de teksten en tekeningen die ik tot nu toe van haar zag, viel me de grote verbeeldingskracht op en het verlangen naar verbinding met de wereld om haar heen. Ik wil de kloof van achthonderd jaar even opzij zetten en haar in de eerste plaats zien als kunstenaar. Vervolgens wil ik kijken of ze mij, een eenentwintigste eeuwer, nog iets te zeggen heeft. 

Met een stapel boeken van en over Hildegard ga ik de woonwagen in, om er hopelijk na vijf dagen uit te komen met een reeks nieuwe gedichten. De woonwagen waarin ik zal verblijven staat symbool voor het kloosterleven: een ruimte die niet bij de wereld eromheen hoort. Zelf ben ik niet zo goed in eenzame afzondering als Hildegard, dus gelukkig mag ik tussendoor op de radio praten. Hildegard van Bingen op het Mediapark. Ik ben benieuwd!

En hier komt het resultaat van haar Atelierplan, vrijdagavond 21 februari, het gedicht van Anne Broeksma:

Dag 1 - maandag 17 februari
Door grote plassen water geploegd om hier te komen. Met rolkoffer, rugzak en schoudertas. Het resultaat van een mislukte poging minimalistisch pakken. De stapel boeken over Hildegard en de middeleeuwen moest natuurlijk mee. 

En van die paar favoriete dichtbundels heb ik ook geen spijt. Wat ik ga hebben aan al die jurken en broeken in een woonwagen die uitnodigt tot vijf dagen joggingbroek, valt nog te bezien.

Mijn mini-schubdier heb ik in het raam gezet.

Er kruipen vrolijke spinnetjes en torretjes langs de kozijnen en achter het raam drijven plastic watervogels voorbij. Ik ben hier niet alleen.

Na de rondleiding heb ik eerst een half uur binnen op het bankje gezeten en geluisterd. Een brommende koelkast, geraas van auto’s en vrachtwagens en af en toe gekraak van voeten op het schelpenpad. Door twee ramen zie ik water, auto’s, bomen en lucht, heel veel lucht. Door het derde raam zie ik het AVROTROS-gebouw: mensen die werken achter omlijste glazen vierkantjes. De weerspiegeling van de lucht in hun ramen laat het lijken alsof ze in de wolken werken.

Ik weet nog niet of ik gedichten over Hildegard ga schrijven, of me alleen laat inspireren door haar werk. Vanavond eerst maar eens wat lezen. Het lezen van oude teksten voelt een beetje als het maken van een verre reis, terwijl ik vijf dagen op één plek ga blijven. In een knusse burcht, met weids uitzicht. Maar ik mag geen winterslaap houden. 

Andrea van Pol praat met Anne

Dag 2 - dinsdag 18 februari

Langs keurig geklede kantoormensen naar de douches in de kelder van het gebouw gelopen. Van een onfris type in een hoodie met een handdoek over de schouder, kijkt hier niemand meer op. Opium Atelier bestaat al even. Op de terugweg op het knopje met de moeilijkste koffienaam gedrukt. Bleek er alleen maar melk in te zitten. Zo meteen even terug om echte koffie te halen. 

Gisteravond vooral gelezen en wat aantekeningen gemaakt. Ik merk dat ik moeite heb met het begrip ‘ootmoed’ (nederigheid). Het is een van de deugden die Hildegard bezingt, terwijl ze zelf in haar brieven met alles en iedereen de vloer aanveegt op gezag van God. Een rebel is het wel. Ook haar centrale begrip ‘Viriditas’ (de ‘creatieve groenkracht’ van het lichaam), lijkt me wat problematisch in een klooster waar seks en voortplanting verboden is. Seksuele driften horen blijkbaar niet bij een gezond lichaam. 

Haar natuurkundige werk is totaal anders, meer encyclopedisch. En voor moderne ogen ronduit wonderlijk. Over de vleermuis schrijft ze: “Als iemand aan geelzucht lijdt, moet men een vleermuis heel voorzichtig opprikken, zo voorzichtig dat hij in leven blijft. En vervolgens moet men hem ruggelings op de rug van de geelzuchtlijder binden en meteen daarna moet men hem op de maag vastbinden, totdat hij doodgaat.”

Een scene uit een horrorfilm. Schattig is dan weer de vergelijking van kluizenaars met wilde dieren: “(…) als waren ze pelgrims en vreemdelingen, en dat deze mensen als wilde dieren elk verkeer en gezelschap met de wereld mijden, zoals de echte kluizenaars dat deden, die zich van de wereld afsloten, opdat het ultieme kwaad niet door de vensters van hun ogen zou binnendringen.”

Gek idee natuurlijk, dat wilde dieren ‘elk verkeer en gezelschap met de wereld mijden’. Ze horen niet bij de mensenmaatschappij. Het boek over de ideeënwereld van de middeleeuwen dat ik ook heb meegenomen, helpt me dit soort passages in hun context te begrijpen. Dieren waren in die tijd nooit gewoon zichzelf, maar een wandelend medicijn of een metafoor met educatieve doeleinden. Meestal allebei. En toch. Die bewondering voor de wildheid van dieren vind ik sympathiek.

Gisteren heb ik bedacht dat ik een aantal centrale begrippen uit haar werk als uitgangspunt ga gebruiken voor mijn gedichtencyclus. En met haar visioenen wil ik ook iets doen. Ik vind de miniaturen ervan zo mooi.

Toen ik in bed lag kreeg ik een paar ideeën voor gedichten, maar die ben ik vergeten op te schrijven. Altijd een opschrijfboekje naast je bed leggen. Als ik dat nu eens onthoud. Dan hoef ik verder nooit meer wat te onthouden.

Vandaag ben ik flink aan het tikken, maar ik wil ook een rondje in het bos achter de vijver lopen. Toen ik gisteravond zat te lezen kreeg ik opeens zin in een nachtsafari. Maar dan wil ik eerst weten hoe het terrein in elkaar zit. Misschien moet ik de bewakers die hier ‘s nachts hun rondes doen van tevoren inlichten. Dat ze niet schrikken wanneer ze me in het donker over het schelpenpad zien sluipen. 

Dag 3 - woensdag 19 februari
Gisteravond in een leeg AVROTROS-gebouw gepoold en paaseitjes gegeten. Mijn geliefde kwam even langs om te zien hoe ik hier woon. Door de stromende regen is hij terug naar het station gelopen.

Ik begin lol te krijgen in het lezen en schrijven. Het blijft wel spannend, want ik ben nog lang niet klaar. Uiteindelijk wil ik de gedichten op elkaar aan laten sluiten, dus ik zal nog flink moeten schrijven, schuiven en schaven. 

Gisteren ook naar Ordo Virtutum geluisterd. Een muzikaal toneelstuk van Hildegard, waarin deugden en ondeugden aan het woord komen. Veel wilder en experimenteler dan haar gezangen, met duivelse tonen en onheilspellend gemompel ertussen. Heel vet. Ik merk ook dat Hildegard door zeer uiteenlopende groepen als boegbeeld wordt opgevoerd. Zo kwam ik een artikel tegen waarin iemand betoogt dat Hildegard een dealer in magische paddenstoelen moet zijn geweest. Iemand stuurde me een website door waarop alle visioenen met bijbehorende miniaturen staan. Als je de miniatuur van het Einde der Tijden ziet vraag je je inderdaad af wat die vrouw gebruikt moet hebben:

Net even in de zon een rondje om het gebouw gelopen. Overal schoten koolmezen en roodborstjes weg. En ik heb de andere houten huisjes ontdekt. Daar zouden zo nog twee kunstenaars in geplaatst kunnen worden. Voor ik hier wegga moet ik niet vergeten een goede totaalfoto van de woonwagen te nemen. Ik houd een collage bij van alle houten huisjes waarin ik ooit ben verbleven. Vooral in Scandinavië staan er veel. Een kleine binnenruimte met uitzicht op lucht en landschappen. Wonen zoals het oorspronkelijk bedoeld moet zijn. Voor het raam met uitzicht op de kantoren heb ik een rolluik laten zakken. 

Dag 4 - donderdag 20 februari
Het is elf uur ‘s avonds en het spookt in mijn hoofd. Stemmen lispelen dat ik alle gedichten die ik hier tot nu toe geschreven heb weg moet gooien. Waarom heb ik mezelf ook zo vastgepind? Al die begrippen, al die visioenen en er dan ook nog een lopend verhaal in poëzie van maken. Ik heb een talent voor het bedenken van stramienen, dat moet gezegd. Voor het uitvoeren ervan minder. 

Achter het smalle raampje naast de voordeur denk ik steeds dat ik mensen zie lopen. Niet dat ik bang ben, maar als een brugwachter in een brugwachtershuisje wil ik elke beweging in de gaten houden. Het zijn geen mensen, maar borden op de parkeerplaats, met foto’s van de deelnemers van Wie is de Mol? erop. Als iemand eruit ligt wordt er een rood vel voor zijn of haar foto gehangen. Ik kan niet wachten tot Nathan Rutjes en Leonie ter Braak eruit liggen. Dan zitten ze niet meer in mijn blikveld. 

Misschien komt het door de wijn, of misschien heb ik te lang naar Ordo Virtutum geluisterd, dat hysterische muziekspel van Hildegard. Om er een indruk van te geven heb ik net op record gedrukt: 

fragment Ordo Virtutum

Ik houd wel van wat dissonantie, maar niemand kan hier lang naar luisteren zonder zwartgallig te worden. Het zou ook kunnen komen door al dat encyclopedische dierenleed uit Physica, Hildegards geneeskundige werk. Al die halfdode dieren die op lichaamsdelen gebonden moeten worden, of waarvan vocht of bloed moet worden afgetapt. Soms zegt ze hele slimme dingen, zoals over de voortplanting van vissen. Dan weer lees ik dat mensen die spottend of jolig gedrag gaan vertonen in de lente, dat door boomkikkers krijgen ingefluisterd. Toch wel grappig.

Dag 5 - vrijdag 21 februari
Er viel maar af en toe een spatje, dus gisteren eindelijk naar de heide gegaan. Een stemmige heide, waar ik onder woeste wolken tussen de grafheuvels uit de Steentijd liep.Verdwalen kan ik hier niet. Zoals men vroeger op torenspitsen navigeerde, navigeerde ik op de gigantische zendmast van het Mediapark, die overal bovenuit steekt.

 Mooie sporen tegengekomen. Ik hoopte op een das, maar die heeft geloof ik langere nagels en vijf tenen. Het zal wel gewoon een huishond zijn, maar wel eentje met mooie poten. 
 ‘s Avonds lang aan de gedichtenreeks zitten pielen. Tot ik opeens de geest kreeg en in één ruk een nieuw gedicht heb geschreven. Het zat denk ik al langer in me, maar door het lezen van Physica kwam het naar buiten gekropen. Zo gaat het meestal. Ik verdiep me in een onderwerp en als restproduct ontstaan er gedichten, die alleen zijdelings met het onderwerp te maken hebben. Wat dat betreft zijn journalistiek en poëzie een handige combinatie, maar onvoorspelbaar is het wel. Ik vind het jammer dat ik haar visioenen niet meer heb kunnen gebruiken, maar het is beter zo. De gedichtenreeks was ook veel te lang voor de radio geworden. Toen het gedicht klaar was, voelde ik me zo uitgelaten dat ik ‘s nachts nog koffie ben gaan drinken met de beveiliger. Ik weet nu alles over het bewaken van vliegvelden.

Het is een prachtige dag vandaag, piepend manifesteert zich de lente, om te blijven. Net buiten in de zon gezeten en straks komt een vriendin langs om inspiratie op te doen. Ze wil misschien een woonwagen gaan kopen, om in te leven. We gaan eten in de kantine en weer een rondje over de hei lopen. Vanavond mag ik mijn gedicht op de radio lezen.

 Ik ga het missen hier. De dynamiek van een groot kantoorgebouw, de aquaria waarin ‘s avonds geleidelijk meer en meer lichten doven, de laatste auto die je ‘s nachts pas weg ziet rijden. Het gekraak op het schelpenpad hier achter, de mensen die tijdens hun pauze een drone uitlaten. De kantine, waar het om twaalf uur gonst als in bijenkorven en ik licht vervreemd van het kantoorleven plaats mag nemen. De vrolijke bedrijvigheid, de vriendelijke snoeten die het gebouw in- en uitlopen. Misschien moet ik toch maar eens een tv-abonnement aanschaffen, om te zien waar ze mee bezig zijn. En Hildegard natuurlijk. De duik in de middeleeuwen. De hemelse klanken, de duistere kanten. De beeldende visioenen, de vreemde gedachten, de kleurrijke miniaturen. Ik zal ze met me mee blijven dragen.