STER Advertentie

Even voorstellen
Roselien Hassing (Oldenzaal,1993) studeerde in 2017 af aan de AKI ArtEZ in Enschede en specialiseerde zich tijdens haar studie in analoge fotografie. Na het afstuderen heeft haar werk zijn weg gevonden bij o.a. de Stichting Beeldende Kunst in Amsterdam, waar het is opgenomen in de kunstuitleen en de Otto Hetterscheid Stimuleringsprijs won.­­ Met analoge fotografie probeert Roselien de beelden naar voren te laten komen, die in eerste instantie vanzelfsprekend lijken, of vluchtige momenten. Deze extraheert ze in haar werk en krijgen hier een nieuwe context, met een gezonde abstracte inslag.

Atelierplan
Tijdens mijn verblijf in het Opium Atelier probeer ik gebruik te maken van de beperkingen die werken en wonen in een ‘pipowagen’ betekenen. Er is natuurlijk niet echt plek voor een donkere kamer om foto’s in te ontwikkelen. Ik zal mij proberen te focussen op de vergankelijkheid van de natuur om mij heen, maar ook die van mijzelf. Ook ben ik bezeten van kleur en heeft dit een zwaartillende betekenis in mijn werk. Buiten het atelier ben ik op dit moment bezig met een werk wat de vergankelijkheid in mijzelf toonbaar maakt. Dit grijpt af en toe erg naar de keel, dus is het atelier een mogelijkheid om dit weer naar buiten te keren. Dit biedt hopelijk inspiratie om mijn werk naar een nieuw level te brengen.

Dag 1 - Maandag 9 december


Ik kom in druilerig weer aan op het terrein van de Avrotros. Na een korte introductie is hij dan van mij, de pipowagen voor een week. Ik heb van tevoren expres geen plan gemaakt. Geen strokomlijnde kaders. Toch merk ik dat ik moeite heb met het acclimatiseren aan deze werkplek. Ik ga maar eerst wat boodschappen halen en erna schiet ik wat polaroids en besluit ik toch maar de douche om te bouwen naar een mini-doka. Gelukkig is er geen raampje, alleen een afzuiging. Dat is makkelijk afgeplakt en kan ik de doka gebruiken. Maar eerst wil ik experimenteren met cyanotype. Ik heb de chemie vloeibaar meegenomen, en thuis al wat vellen ermee ingesmeerd. Met dit papier kan ik dus al de slag. Eens zien waar mijn intuïtie mij brengt.


Dag 2 - Dinsdag 10 december
Na een onrustige nacht beginnen mijn plannen zich steeds meer te vormen. Waarom het onrustig was? Het is natuurlijk een onbekende plek, een onbekend bed en met allemaal nieuwe geluiden. Ik was al gewaarschuwd voor de knerpende geluiden van de beveiliger op het voetpad als hij zijn rondje maakt.
Het is, naast de kerstbomen voor het AVROTROS gebouw, ook gewoon stikdonker.

En stiekem ben ik ontzettend bang voor het donker (de ironie, wel werken in een donkere kamer). Waarom is men eigenlijk bang voor het donker? Ik probeer deze dingen eens op te schrijven en kom al snel op woorden als koud, eenzaam, gevaar en het onbekende. Wat zo gek is, het onbekende. Je kan overdag door een steegje lopen en dan is er niks aan de hand, maar in de avond/nacht is het eng. Terwijl het een bekende plek is. Zo werkt dat ook een beetje met de bomenpartij achter het atelier. Ik ben er gisteren tegen de avond doorheen gelopen en het was best creepy, ookal weet ik dat niks me daar wat kan doen. Ik besluit om er vandaag, in het vrolijke zonnetje, er foto’s te maken. En dan vanavond in het donker deze plekken opnieuw te bezoeken. De enige flits die ik mee heb zit aan mijn polaroid camera. Polaroids it is. De foto’s overdag maak ik op film en laat ik in Amsterdam ontwikkelen. 

En mijn anti doka? De cyanotype chemie is ingesmeerd op vellen papier en liggen in de douche te drogen. Dit past net als ik nog naar de wc wil. In het donker, brr.

Ook bouw ik van een kartonnen doos een pinhole camera. Dan kan ik naast fotogrammen ook een soort negatieven maken. Ik zit erover te denken of ik het blauwe aan een cyanotype wel prettig vind. Door verschillende manieren van tonen zou ik hier nog iets mee kunnen. To be continued.



Dag 3 - Woensdag 11 december
Ik loop opnieuw tussen de bomen op het AVROTROS-terrein. Gek hoe het ineens bekend begint te voelen. Gisterennacht in het donker wist ik niet hoe snel ik weg moest komen als ik een polaroid had gemaakt. Dit is aan de beelden te zien, mijn handen hebben vlekken gemaakt in de ontwikkelfase van de polaroid. De vlekken dragen bij aan de haastigheid die het moment in zich had. Het versterkt het gevoel van het onbehaaglijke. Ook zie ik dat een aantal polaroids bijna onleesbaar zijn, al helemaal in vergelijking met de overdag geschoten foto’s. Sommige plekken kon ik in het donker niet terugvinden. Ineens viel het me op hoe erg je ogen in het donker alleen maar focussen op contrasten, kleuren zie je niet meer.
Ik besluit de cyanotype papieren neer te leggen op juist die plekken tussen de bomen die eerder op mijn foto’s stonden. De foto’s geven een kort moment in de dag of nacht aan, maar deze papieren kunnen door hun lage lichtgevoeligheid meerdere uren buiten liggen. Door ze neer te leggen, maak ik een fotogram van alles wat er in de ‘opnameperiode’ op het papier waait of valt. Dat betekent (hopelijk) beelden van bladeren, takjes of zomaar wat regendruppels. Ze geven een verloop van tijd aan. Na 2,5 uur haal ik alle papieren weer op en ontwikkel ik ze onder de kraan in de pipowagen.
Les geleerd. Zet je hier de kraan hard open, dan begint de wc en de douche hard te borrelen. Gevolg: waterballet. Deze doka doet duidelijk nog niet helemaal wat ik wil.


Dag 4 - Donderdag 12 december
De cyanotypes die ik heb gemaakt zijn vannacht gedroogd in de badkamer van de pipowagen. Nu ik dit heb gedaan, een nieuwe slag heb geslagen, besluit ik mijn werk eens allemaal op te hangen en bij elkaar te leggen. Zodra ik dit doe, wordt mijn richting me duidelijk. Het leek alsof ik op pure intuïtie afging, maar toch gaat dit werk over een opname van tijd. Van korte momenten, maar ook van langer verstreken tijd. Van vergankelijkheid. Als een blad op mijn papier is gevallen tijdens de opname, is dit dan echt een moment in de tijd? Als in een bos een boom valt zonder dat er iemand in de buurt is, maakt hij dan geluid?

Maar toch klopt hier iets nog niet. De cyanotypes als fotografische techniek zijn op zijn plek, maar dat diepblauwe staat me echt tegen. De plekken die opgenomen zijn in de fotogrammen op het papier, zijn niet chemisch blauw. De opnames zijn gemaakt in de natuur, met veel verschillende tinten bruin en groen en af en toe een vlekje grijzig of beige. Het blauw van de cyanotype prints schept een afstand tussen de techniek en het onderwerp. Nu weet ik dat het blauwe in de cyanotype prints een soort ijzerverbinding zijn. Na wat onderzoek kom ik een aantal manieren tegen hoe ik deze verbindingen kan verbreken en dus het blauwe kan ‘tonen’ tot een andere kleur. Het stofje wat ik zoek heet tannine. Dit zit bijvoorbeeld in rode wijn, maar ook zwarte en groene thee, en in takken of schors van bomen. Dit betekent het keukenblokje van de pipowagen ook betrekken bij mijn doka en dit te installeren om de prints te tonen. Ik begin met soda, en kom uiteindelijk uit op de fles rode wijn die in de pipowagen op mij te wachten stond. Ik twijfel even, kijk ernaar, maar besluit de fles wijn leeg te gieten in de ontwikkelbak. Zonde. Of niet. Geen idee eigenlijk.

Ook maak ik meer cyanoprints buiten, terwijl ik binnen aan het tonen ben. Wie zei dat analoge fotografie een traag proces is?
Ik merk dat op één van de beelden wat stukken schors van een boom zijn beland. Deze schors neem ik mee en week ik in de nacht in een pan met water. Ga ik gebruiken voor het tonen van een print.

Dag 5 - Vrijdag 13 december


Ik word tevreden van wat ik zie. Het materiaalonderzoek naar de mogelijkheden van het gebrek van een ‘echte’ doka, levert me meer op dan in eerste instantie gedacht. Nu heb ik vannacht in de wagen ook heerlijk geslapen. Zou dat van de wijndampen komen?

Ineens krijg ik het gevoel dat ik tijd tekort kom. Ik wil het tonen van de prints nog verder onderzoeken. Ik besluit de schors uit het water te halen en het water te gebruiken voor één van de prints. Dit doet toch minder dan ik hoopte. Is het niet geconcentreerd genoeg? Is het warm genoeg? Na wat verder onderzoek kom ik erachter dat in de schors van een eik de meeste tannine zit. Dit was zeker weten geen eik. Als ik er over nadenk, heb ik helemaal geen eikels tussen de bomen zien liggen. Wel beukenootjes. Dit zal dan helaas een beuk zijn geweest. Deze print moet erg lang liggen voor weinig resultaat. Ineens gaat het tempo van de dag ervoor er een beetje uit. Vind ik dit erg? Nee, niet echt. Ik beschouw fotografie niet als productiewerk. En al helemaal niet hoe ik ermee omspring. Elk beeld is een uniek exemplaar, net zoals er van een negatief er maar één is. Zodra deze beschadigd of verloren gaat, is het beeld ook voor altijd verdwenen.

Deze ochtend besteed ik helemaal aan het zorgvuldig tonen van de prints. Soms verdwijnen ze meerdere keren in verschillende vloeistoffen, en het levert steeds een ander nieuw beeld op.  Ik besluit dat ik uiteindelijk dit werk wel weer bij elkaar wil brengen. Dat wil zeggen, de cyanotype prints in verschillende tinten, de heftige blauwe polaroids en de vriendelijke warme foto’s gemaakt op dag 2. Elk geven ze een moment in de tijd aan, van dezelfde locaties. Als een soort verhaal wat gedurende de afgelopen dagen ontstaan is.

Hieruit ontstaat het idee van een miniexpositie in de hal van het AVROTROS gebouw. Elke keer als ik hier wat koffie kwam halen, vielen me de pilaren op die in de hal staan. Ze zijn bedekt met kleine blauwe tegeltjes, erg symmetrisch en strak. Hier moet mijn werk aan gaan hangen. Het is spannend om te zien hoe mijn werk botst met de ruimte. Symmetrie, clean, blauw. Tegen de natuurlijke vormen en kleuren die ontstaan zijn op mijn prints. Dit botst inderdaad als een gek, maar ik vind het heerlijk. Het laat je even bij de situatie stilstaan. Je dwingt een kijker om stil te staan. Dat er zoveel plekken, kleuren, momenten om ons heen zijn die we als vanzelfsprekend beschouwen en ons hierdoor weinig meer doen. Ze vallen ons vaak niet eens meer op. Tot we ze kwijt zijn. Over vergankelijkheid gesproken.

Vóór de uitzending in de avond haal ik het werk weer weg en vertrek ik naar de studio van NPO RADIO4. Ik merk dat tijdens de interviews eerder in de week ik gespannen was. Ik werd gestoord in mijn denkproces op het moment dat ik mijn plannen voorzichtig uit de doeken deed. Nu heeft het zo een duidelijke vorm gekregen, dat ik een soort berusting voel. Ontspannen praat ik over mijn afgelopen week en dan is het ineens voorbij.

Het onderzoek naar alternatieve fotografische technieken ga ik voorzetten. In mei 2020 vertrek ik voor 3 weken naar een residency in Noorwegen. Hier zal ik ook beperkte middelen hebben wat een doka betreft. Ik zie mijn tijd in het Opium Atelier als een goede voorzet wat betreft materiaalonderzoek. Daarnaast heeft het me inhoudelijk voor mijn werk me meer opgeleverd dan van tevoren ingeschat. Een vruchtbare vijf dagen!