Even voorstellen
Roberta Petzoldt, afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie, is een transdisciplinaire kunstenares. Ze werkt vanuit haar atelier op Ruigoord.

Ze is werkzaam als dichter, performer, actrice en beeldend kunstenares. Ze heeft twee hoofdrollen in speelfilms van Eddy Terstall vertolkt. Waarvan ‘Meet me in Venice’ onderscheiden is met ‘The World Cinema Award’ en zij de ‘Best Actress award’ kreeg op het Woodstock filmfestival van 2015. Als dichter debuteerde ze in januari 2019 bij van Oorschot met ‘Vruchtwatervuurlinie’. Deze bundel is onderscheiden met de ‘Cees Buddingh-Prijs’. In haar performances werkt ze vaak samen met muzikanten en licht projecties. Solo werkt ze met een loop sampler om haar poëzie ruimtelijker te maken met live gemaakte soundscapes.

Atelierplan
Mijn plan deze week is om geluiden te verzamelen uit de habitat van Opium. Die ik zie strekken van hei tot hoofdkantoor. En mij zo te laten inspireren tot het ‘schrijven’ van een geluidsgedicht. Dus tekst met gevangen en gefabriceerde klanken. En dat in het Opium Atelier, of Mammaloewagen, te mixen tot een geheel.

Dag 1 - Maandag 7 oktober: De Bladblazers en de Pathetische Hoer


De smaak van de cohiba die ik gister in mijn eentje in zijn geheel heb opgerookt proef ik nog door de kleffe wrap heen die ik kocht nadat ik de mediapark slurf uitkwam. Ik dacht aan de astmatische Che Quevara. Ik dacht aan Hannibal van the A- team. Ik dacht aan Bob Dylan die zijn sigaretten europees ging roken tijdens de ‘Rolling Thunder Tour’; tussen ring en middelvinger. Ik dacht aan Cuba waar ik deze doos had gekocht in ruil voor mijn bluetooth speaker. Ik dacht aan vandaag en wat ik in godensnaam nu weer moet gaan maken.

Vorige week werd bij ‘Nooit meer slapen’ mijn geluidswerk uitgezonden die ik voor de podcastserie ‘De verloren tijd’ van Poëziepodium Perdu maakte. Het was een gedroomde opdracht voor me. Speciaal ontworpen voor schrijvers die ook met geluid werken. Maar het viel me vies tegen hoe veel tijd en moeite het me kostte om iets te schrijven. Zeker twee weken had ik alleen nog maar wat slappe schetsen en onsamenhangend gekrabbel. Buiten waren de eerste warme dagen van de zomer zich aan het uitrollen en iedereen dartelde in de lustige weelde. Ik had me ernstig opgesloten in mijn atelier om tot een diepzinnige tekst te komen. Het was het eerste werk dat ik daar zou maken. En nu leerde ik de geluiden kennen. De laag overtrekkende vliegtuigen, de hijgende brullende mammoetboten, de zoemende vlieg, de kwakende kikkers en de piepende uilskuikens.

Jarenlang leed de dichter onder de geluiden van de drukke stad. Mijn deur, favoriet klopobject van mijn huisgenoten. Mijn bel, de eerste die ingedrukt werd door de bezorgers van de talloze pakjes die mijn internetshoppende huisgenoot dagelijks liet opdraven. Mijn raam aan de begane grond straatkant, een brievenbus voor honderden gespreksflarden. Inspirerend, maar onmogelijk om mijn eigen gedachten te volgen. Laat staan het binnensmonds gefluister van de muze te verstaan. Ik die al afgeleid raakt van een schaduw, stond machteloos tegen de tirannie van het geluidsgeweld.

Een atelier in een dorp buiten Amsterdam leek mij een godsgeschenk. En dat is het ook. Ik ben altijd dankbaar en gelukkig als ik er aan kom. Maar helaas is het waarschijnlijk het meest luidruchtige dorp van Nederland. Het is Ruigoord dorp. En alle koppen die boven het maaiveld uitsteken komen daar samen. Het lieflijke eiland wordt omlijst door de apocalyptische industrie van het Amsterdamse havengebied. Die dag en nacht blaast en huilt en pompt en trilt. Terug naar de zomer. Met de handen in mijn haar, vechtend tegen het vliegengezoem en tegen het geluidsfragment wat ik had gekregen om als startpunt te gebruiken: Kettinggezaag. Plotseling begreep ik het. Dit ging over stoorzenders. ‘If you can’t beat them, join them.’ Prettig gestoord.

Bij aankomst in de mammaloewagen valt me direct een zeurend geluid op. ‘Dit is uh.. tijdelijk he? “vraag ik zo positief mogelijk aan mijn gastvrouw die eigenlijk wel iets van de charme van Mammaloe heeft. Ja verzucht ze, “het is weer de tijd van de bladblazers”. Waarna we elkaar direct vinden in onze hartgrondige afkeuring van dit belachelijke fenomeen. Later ontmoet ik haar collega die de wereld alleen maar met een oor aanhoort. Achter zijn dovenmans-oor heeft hij een pen gestoken. “Zo heb ik er ten minste nog wat aan”, zegt hij nadat ik opmerkte dat hij er als een klassieke reporter uitziet. “En nu werk je met geluid” zeg ik. Ja, en hij ging zo op weg om een stel duo pianospelers te interviewen. Hoe stereo wil je t hebben. Ik dacht aan de piano die in de tempel van Ruigoord staat. Een open constructie waar je de wind door de rietkraag hoort vegen en waar ik soms wat ga zitten spelen. Helaas heeft het weer hem nu zo aangetast dat de toetsen blijven hangen.

Ooit woonde ik in een boerderij naast park De Hoge Veluwe. Achterin in de deel stond een sofa, waar mijn vriendin op zat te wachten tot ik terugkwam met het dienblad thee. Omdat ik van het andere end kwam dacht ik er een leuk stukje van te maken en liep in mijn lange jurk met dramatische passen op haar toe. Waarna ze opmerkte: “wat ben je toch ook een pathetische hoer”. Het is een gevleugelde uitspraak geworden en ik hoor altijd haar schaterlach.

Gister vertelde iemand me dat ze koptelefoons niet verdroeg omdat de muziek dan zo direct in je hoofd weerklinkt. Dat ze het te indringend vind. Te intiem. Dat is precies waarom het zo beschermend werkt voor me in het openbaar vervoer. De meest eenzame plek van de samenleving. Waar de ijselijke sfeer hangt van tot elkaar veroordeelde gevangenen. Dan laat ik me graag penetreren door de snerpende harmonica van Bob Dylan. Ach je hoort het ... ik ben inderdaad een pathetische... ziel.. Lang heb ik getracht net zo conceptueel, semi-nonchalant, en onthecht als mijn coole Rietveld klasgenoten te zijn. Maar ik ben een romanticus die dweept met rietkragen en in vervoering raakt van de schaduwen die het loof op de stenen werpt. Die eerbiedig naar het koorddansen van de spinnen kijkt.

Die weemoedig wordt van de onschuld die televisie nog had in de tijd van Pipo de Clown en Mammaloe. Die zelfs weemoedig wordt van youtube waar ik in 2006 toen het net nieuw was een schatkist aantrof van homevideo’s. Niemand kon nog editen. ‘Monteren’ zo heette dat vak nog op de Rietveld. Ik vond het fantastisch. In de duistere edit room, met de blazende apple kasten waar alleen maar Final Cut Pro 7 op stond, twee grote schermen. Ik zat als een dikke directeur achter het royale bureau. De video inladen duurde even lang als je gefilmde materiaal was. Eindeloos zat ik te spotten en het renderen ging zenuwslopend langzaam. Maar ik voelde me een echte filmmaker. Nu heb ik een hekel gekregen aan monteren. Goedkope sletterige apps die hartjes en hondenneusjes in je beelden kladden. Ik vind er geen klap meer aan. Ik ben een ouwe zure vrouw geworden. Ja, lieve kijkbuiskinderen in mijn tijd kon je de meest obscure onbedoelde kunstwerken op youtube vinden. Toen ik ‘zomer 1968’ intoetste kreeg ik prachtige super-8 beelden van twee jongetjes die in zwart wit met hun vader in zee speelden. Ik heb de beelden steeds gepauzeerd en ze nageschilderd met inkt. Van film naar storyboard voor iets dat zich allang voltrokken had. De omgekeerde tijdslijn.

Nu is youtube de zoveelste gemeenplaats waar politiek en commercie alles wat bijzonder is uitkoopt en censureert. Ja.. vroeger... was alles beter....maar later.... later wordt het nog beter. Ik weet het zeker.

De bladblazers zijn opgelazerd. Af en toe hoor ik het haastig getik van twee schoenen die naar huis mogen. In het rookhokje staat een man hardop tekst te repeteren. Later leven twee collega’s luidruchtig hun onderhuidse spanning op een pingpongbal uit. Daarna keert de kostbare rust weder. Alleen de auto’s. Daar ontkom je nergens aan, zelfs in het hart van de Veluwe hoor je nog de snelweg. De stilte is uitverkocht.



Dag 2 - Dinsdag 8 oktober


Dag 3 - Woensdag 9 oktober
Vandaag is het nog steeds grijs. Vanochtend dacht ik eindelijk de zon te zien maar het bleek een studiolamp van de snelle jongens die voor mijn wagen hun fotobooth hebben opgesteld. Ik heb amper geslapen, het bedlampje bleef om een onnavolgbare reden heel de nacht een ziekelijk schijnsel uitstoten waarna ik pas rond half vijf om het lumineuze idee kwam om de stop eruit te trekken.

Ik had tot veel te laat het beeldscherm licht opgezogen en mijn hersenen bleven zinnetjes herhalen. Vooral het zinnetje  uit het lied ‘Joey’ van Bob Dylan : “When they asked Joe why it had to be that way? He answerd : ‘Well just because’. De ironische grap van het onderbewustzijn, die naar mijn redeloze waken knipoogde.

De blog van gister dacht ik even snel in elkaar te flansen maar ik was tot half twee aan het klooien met Indesign en herinnerde me weer waarom ik steeds minder met de computer ben gaan werken. Alles wat in je hoofd ‘even’ is, duurt in werkelijkheid vaak een interglaciaal lang.

Vandaag heb ik dan ook besloten dit blog dan ook zo kort te houden als de lijn van een pitbull. Ik ben bezig met audacity ik heb alle geluiden die ik gister verzamelde ingeladen en ben naar het verhaal op zoek dat ik hierin hoor en heb gezien.

Mijn handen neigen lichtelijk naar mijn haar, maar dat ben ik ook gewend. Dat hoort bij het creatieve proces. Het niet weten.
Gister liepen een moeder en dochter langs me terwijl ik even stil als de boom naast me stond. De moeder zei: “Gééén idee” met een mengeling van afkeuring en opluchting. Daarna vervolgde ze smoezelend hun weg, terwijl hun hond mij wantrouwig nakeek.

Einde Bericht



Dag 4 - Donderdag 10 oktober
De zon is terug

Behalve tijdens de interpozen van voluptueuze wolken die als Rubens-lichamen zich  in de hemel uitrekken. De zon maakt alles uit. Mijn gemoed reageert op de zon zoals een hond op het sleutelgat. 

Hektor Help
Ik weet nog steeds niet waar het heen moet. Maar dat gaat jullie niks aan. dit heb ik ook helemaal niet gezegd. Net zat ik te schrijven en ik kwam wel achter dingen maar eigenlijk is het moeilijkste het moment van kiezen. Dit is het. Dit wordt het. Dit ga ik uitwerken. Dit is het belangrijkste. Want voor je het gekozen hebt, lijkt het vaak op een vetvlek op je denkraam. Het is er wel, maar om nou te zeggen bijzonder….

Kastanjes
Op de eerste dag viel het me op hoeveel islamitische vrouwen er rondliepen met zakken vol kastanjes. Ik fietste ze voorbij en riep naar ze: “kastanjes?” Na een kort moment van twijfel of ze nu voor kastanjes uitgemaakt werden knikten ze. Ik klopte samenzweerderig op mijn rugzak en zei: " Ik ook." Het was zo, maar ik had vooral de bolsters meegenomen omdat ik die zo mooi vond. Vandaag echter heb ik een mand vol tamme kastanjes verzameld. Vorige week zwoer een vriendin me toe dat het lekkerder dan popcorn was. Dat ze ze in de oven deed met olijfolie en zout en het een waar bacchanaal zou zijn. Eerlijk gezegd vind ik ze altijd ene beetje melig zoet. Maar omdat heel het terrein rondom de Avrotros bezaaid ligt met kastanjes, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om de stakkers te laten wegrotten in het gras. Zodra ik begon te rapen werd mijn goudkoorts ontstoken. Met eenzelfde gulzigheid als wanneer je schelpen in je zak steekt graaide ik een dik kwartier in het rond. 

De Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie
Oftewel de NJN. Daar zat ik bij. Voor jongmensen tussen 12 en 23. We gingen rotenden fietsen. 'Bikkelen' heette dat. 80 km op een omafiets door wind en weer was een normale excursiedag. Kamperen in de winter. ’s Nachts op excursie om dassen te zien en pitheuvelen op de hei. Mijn eerste grote liefde was een bioloog in hart en nieren. Ik heb nooit iemand meer met zoveel passie insectennetjes zien rondzwaaien. Ik bewonderde hem in stilte. Nooit heb ik hem mijn liefde bekend. Maar ik had andere manieren om het hem te vertellen. Natuurstudie interesseerde me lang niet zoveel als de meesten daar. Ik was meer een natuurbelever en leefde vooral voor de bonte avonden waar ik schimmenspelen sneed uit het karton van bananendozen. Maar voor hem verdiepte ik me in het bestuderen van de zweefvliegjes. Het is niet per sé iets waar ik nou veel aan heb gehad in mijn leven. Maar ik vind het leuk om af en toe nonchalant te zeggen: "Oh, kijk daar vliegt een Eristalis Pertinax." Deze hier is een Episyrphus Balteatus, of ook wel de Pyjamavlieg.

Roberta eindresultaat