Even voorstellen
Linde Bast (27) maakt conceptuele kunst die ze destilleert uit soms maandenlange theoretische studies. Binnen Linde’s interdisciplinair opgebouwde kunstpraktijk droomt zij een hacker van de tijd te zijn en bevraagt en belicht in nieuwe contexten en nieuwe media, gevonden expressies van eeuwenoude motieven die opdoemen in een constante nieuwe samenstelling van oude vormen.

Atelierplan
Tijdens de werkweek in het Opium Atelier ga ik experimenten met de eerste (3D) schetsen van maskers en filters zoals bekend van oa Facebook Messenger of Snapchat. Deze filters/maskers die ik hiervoor wil maken zullen deel uitmaken van een groter project en uiteindelijk een installatie die ik wil realiseren met betrekking tot een onderzoek naar wat een masker kan vertegenwoordigen of wat het betekent een masker te dragen. Door middel van deze filters zullen verschillende archetypes een contemporaine vorm vinden, in een medium dat ze nog nooit eerder hebben betreden.

Dag 1 - Maandag 2 september

Vandaag ben ik neergestreken in het Opium atelier voor een intensieve werkweek gericht op de start van een nieuw onderzoek een een nieuwe set experimenten.

Na het vinden van mijn plekje en het uitstallen en installeren van de meegesleepte boeken die als eerste bronnen voor verhalen, voorbeelden van maskers en gedachtegoed gericht op reizende concepten en objecten dienen, is het tijd om een overzichtje voor mezelf te schetsen wat deze dagen te gaan doen. Ik ben hier aan het werk om te schetsen en uit te vinden hoe ik mijn werk wil vertegenwoordigen in de wel bekende face masks of filters die velen van ons kennen van oa Snapchat of Facebook. Dit alles gebaseerd op een groter onderzoek, naar wat er schuil gaat achter bestaande maskers en wat het betekend een masker te dragen. Gaat de drager ergens achter schuil of vormt deze juist de Tabula rasa voor de presentatie en de her opkomst van een (soms al) eeuwen oud figuur?

Ik spring in het diepe en richt me op de media die het mogelijk maakt deze filters/maskers te creëren. Zoals sommige kunstenaar schetsen met houtskool, en andere boetseren met klei, is mijn medium nu de vectoren in 2d en 3d modellen, en start ik met het experimenten met een klassieker onder de maskers uit onze westerse geschiedenis. Ik kies voor een vertegenwoordiging van Colombina, een vrouwelijk karakter bekend uit de Commedia dell'arte, een van de eerste vormen van (improvisatie)theater afkomstig uit Italië en populair in de 16 t/m 18 eeuw.

In de aankomende dagen zal ik zowel mijn experimenten met maskers als wel mijn onderzoek naar hun bronnen uit gaan breiden, in zowel digitale, fysieke en theoretische vorm. Door ze verder te bestuderen, hoe het voelt deze maskers te dragen, wat of wie er schuil gaaf achter het karakter wat we zien, of zelf vertegenwoordigen door ze te dragen. Zijn er patronen te vinden van herhalende motieven in de maskers die ik in dit onderzoek weet te verzamelen? 



Dag 2 - dinsdag 3 september
De boeken om me heen laten verschillende vormen van maskers zien, en na een heerlijke ochtend lezend en verzamelend, beginnen de eerste patronen zich weer te geven.

Kunstwerken of artistieke processen lijken vaak te beginnen met een vermoeden, en er is als kunstenaar wat mij betreft niets zo bevredigend als je vind in je onderzoek waar je naar aan het zoeken was, zonder dat je precies wist wat je zocht.

Er liggen voorbeelden van verschillend gebruik van maskers voor me, een onderscheid wat voor het gebruik en toepassing van de maskers die ik wil maken heel erg relevant is. Waar bijvoorbeeld Afrikaanse rituele maskers worden gedragen en dienen als uitnodiging en voertuig/gereedschap voor een god/geest/voorouder om “bezit” te nemen van de drager, geldt dat zeker niet voor elk masker. De drager  van deze rituele maskers wordt het gereedschap van een ander, buiten zichzelf, en verliest zichzelf/geeft zichzelf op of over in het proces. 

In sommige gevallen lijkt een masker juist niets met een ander te maken te hebben maar alleen maar te reflecteren op de drager zelf. Voorbeelden hiervan vind ik de extreme vormen van make-up, waarvan ik miljoenen voorbeelden van YouTube filmpjes met de uitleg hoe contour lagen, highlights over concealers over foundations aan te brengen tegen ben gekomen over de jaren, de persoon achter de lagen verdwijnt en een getekende/geboetseerde variant van hun karakter neemt bezit van hun gezicht.

Daarnaast zijn er ook vele dode maskers bekend voor het bewaren van de kenmerken van de persoon.  In beide vormen lijkt de persoon die deze vorm van gemaskerdheid oplegt of opgelegd krijgt bijna gedestilleerd uit het origineel. De essentie, de belangrijkste herkenningspunten worden vereeuwigd of vergroot. 

Een gemengde vorm van drager en vertegenwoordiging mbt masker gebruik vinden we bijvoorbeeld in de commedia dell’arte,  maar in een nog duidelijker voorbeeld in de Noh masker die gebruikt worden in deze Japanse vorm van theater, waar de drager het masker niet opdoet (wears), maar aanhecht (attaches) wat veel meer een samenwerking aanduidt dan een ondergaan of in bezit nemen. 

In de commedia dell’arte zien we dit terug in de vrijheid van dialoog van de acteurs, waar plotwending of archetypisch verhaal wel vastligt maar de vorm van de contemporaine presentatie niet. In het Noh theater vinden we zelfs een nog ruimere samenwerking tussen acteur en het karakter van het masker, en vindt er een hoge vorm van verfijning plaats mbt de keuze van welke onderliggende emotie/expressie er gekoppeld ligt aan dat specifieke masker van de op dat moment gespeelde karakter. Elk (bijna archetypische) karakter lijkt haast een alfabet aan emotioneel gekleurde emoties tot zijn beschikking te hebben, waaruit de acteur kan kiezen voor de nuance van het spel van dat moment.

Hier gaat mijn hart sneller kloppen, want dit is wat ik hoopte of vermoede. De compositie tussen acteur(speler) en karakter in deze vorm lijkt veel meer op het spel van een goed geschoolde componist, die zich bewust is van de setting/omgeving/opbouw en unicum van het op dat moment gepresenteerde stuk, in hoe hij/zij de hoofdmelodie begeleid en ombouwt in complexere harmonie(s). Op deze wijze kiest de Noh-speler ook zijn vertegenwoordiging van masker voor het uit te beelden karakter, in een nuance en bezetting uniek voor de combinatie van acteur, moment en verhaal. om samen uit te kunnen groeien naar meer dan hun som der delen. Dit is exact hoe ik het gebruik en samenwerking tussen masker en gebruiker zie voor mijn digitale werk. Publiek (de gebruiker) en object (het masker) kunnen met deze nieuwe technieken letterlijk met elkaar verweven. Vanmiddag ga ik weer verder met experimenteren met wat het zou betekenen om de beschouwer de toegang te geven in de schoenen te stappen van eeuwenoude karakters en zowel de door deze maskers vertegenwoordigde karakters, als de bezoeker de ruimte te geven mede auteur van een moderne mythe te worden. Ik ben benieuwd wat en hoe alles gaat uitwerken, ik houd jullie op de hoogte...



Dag 3 - Woensdag 4 september
Vandaag is het heel knus in het Opium Atelier, de regen tikt op het dak en het hout waaruit het huisje bestaat is te ruiken. Na de update van gisteren, is na wat theorie er een eerste keuze gevallen met welke maskers de eerste proeven voor werk plaats gaan vinden. Het schetsen in zowel 2D als 3D is begonnen. Colombina uit de Commedia dell’atre, L'Inconnue de la Seine (het meisje uit de Seine en en het karakter Wakaonna uit het Noh theater hebben elkaar inmiddels ontmoet in een schets op papier, op zoek naar overeenkomsten, overlappingen van deze 3 jonge vrouwelijke karakters die alle drie de laatste eeuwen hebben weten te overleven op verschillende manieren.

Waar we Colombina nu voornamelijk nog tegenkomen als Masker in het Venetiaans Carnaval, is Wakaonna nog steeds in gebruik in het Japans theater, maar vooral L'Inconnue de la Sein, het meisje uit de Seine, heeft wel een heel bijzondere manier van hoe het masker van haar gezicht de eeuwen hebben weten te overleven.

Haar verhaal gaat dat het lichaam van deze jonge vrouw rond de late jaren 1880 uit de Seine werd getrokken aan de Quai du Louvre in Parijs. Omdat het lichaam geen tekenen van geweld vertoonde, werd zelfmoord vermoed. 

Een patholoog in het lijkenhuis van Parijs was, volgens het verhaal, zo ingenomen door haar schoonheid dat hij een wassen dodenmasker van haar gezicht maakte. De mysterieuze lach die het meisje op haar gezicht droeg was verrassend voor de uitdrukking van een gezicht dat bij een verdronken persoon zou kunnen horen. Ondanks het dodenmasker werd de identiteit van het meisje werd nooit ontdekt.

In de volgende jaren werden er talrijke exemplaren geproduceerd van dit masker. De kopieën werden al snel een modieus morbide accessoire in de Parijse Boheemse samenleving van die tijd. Albert Camus en anderen vergeleken haar raadselachtige glimlach met die van de Mona Lisa en nodigden talloze speculaties uit over welke aanwijzingen de griezelig gelukkige uitdrukking in haar gezicht zou kunnen geven over haar leven, haar dood en haar plaats in de samenleving. 

De populariteit van de figuur is ook van belang voor de geschiedenis van artistieke media, met betrekking tot de wijdverspreide reproductie ervan. De originele cast was gefotografeerd en er werden nieuwe casts gemaakt van de filmnegatieven. Deze nieuwe casts vertoonden details die meestal verloren gingen in lichamen die uit het water werden gehaald, maar het schijnbare behoud van deze details in het gezicht van de cast leek alleen maar de authenticiteit ervan te versterken. 

Na verloop van tijd verdwenen de maskers langzaam, en vonden, zoals het gaat met alles aan de mode onderhevig , de maskers nieuwe verblijfplaatsen in kelders en op zolders. Dit masker, gevonden op de zolder van zijn grootouders, stond uiteindelijk model voor het gezicht van de pop die ene Mister Laerdal ontwierp, nu bekend als rescue Annie, de reanimatiepop waarop zovele medici in de laatste eeuw hebben leren reanimeren. 

Dit verloren figuur, waarvan niemand de naam weet, is nu zodoende bekend bij ons, en is nu misschien wel het meest gekuste meisje in de geschiedenis.



Dag 4 - Donderdag 5 september
Ik ervaar wat problemen met de kwaliteit van mijn 3D model, gemaakt van Annie de reanimatiepop waar ik sinds gister dit atelier mee deel. De dag gaat waarschijnlijk besteed worden aan puzzelen hoe de scan beter te maken. De combinatie van technologie en kunst heeft zo zijn complexe kanten.

Gisteravond, toen het te donker werd om te schetsen en het stil was geworden op het AVROTROS terrein hier, heb ik de avond in dit knusse huisje besteed aan het scrollen "down the rabbitholes" van het internet. Zo kwam ik er achter dat de lach die het meisje uit de Seine bezit, die glimlach die ze deelt met de Mona Lisa een optische illusie is. 

Waarom de meeste mensen deze lach zo mysterieus vinden, is omdat de lach zowel vrolijkheid als verdrietig tegelijk weergeeft. Het aanblik geeft de kijker een gevoel van melancholie, en onze hersenen vullen dit in als een gelaatsuitdrukking die een complexheid van bestaan aangeeft waarvan wij slechts het topje van de ijsberg krijgen te zien.

Wat er optisch aan de hand is, is dat het beeld waar we naar kijken, bij beide dames, heel slim gebruik maakt van hoe onze hersenen werken en beeld invullen in de periferie van ons blikveld. Als we naar de lippen kijken zien we de mondhoeken iets naar beneden hangen, heel lichtjes maar, maar genoeg om een uitdrukking te lezen van verdriet of doorzettingskracht. Zodra we onze ogen omhoog laten glijden en we staren haar in de ogen, krijgen we een ander overzicht over haar gezicht. En hier vind de magie binnen deze beelden plaats. De afbeelding rond de mond is namelijk net niet helemaal scherp vastgelegd, en de focus van onze ogen ligt nu op een ander punt. Door de vlekkerigheid en onscherpheid in pigment rond de mond, vullen de samenwerking tussen onze hersenen en ogen delen van dit beeld in, zoals ze met alles doen om een volledig beeld te creëren, en maken van deze onscherpe delen de kleinste beweging omhoog van de mondhoeken. 

Ik ga me weer focussen op welke geheime deze dame uit de Seine nog meer te delen heeft, en wat zij en de andere maskers ons zouden kunnen vertellen over de zo menselijke behoefte hun en andere verhalen te blijven vertellen. En hierin draag ik met plezier mijn steentje bij...



Dag 5 - Vrijdag 6 september
De laatste dag in de studio alweer. Ik ben behoorlijk tevreden met het resultaat van experimenten van deze week werk. 3 maskers heb ik weten te maken, om na nog wat afwerking spoedig online op Snapchat te introduceren als deel van mijn volgende expositie. Wat dat betreft is deze week de start geweest voor dit project waar ik op hoopte. 

Het is fascinerend om deze karakters in dit nieuwe medium te zien, waar het is gelukt om ze zo over mijn gezicht te "mappen", dat als ik praat, hun mond opengaat en meebeweegt. Dit geeft deze dames eindelijk na eeuwen de mogelijkheid hun verhaal opnieuw te vertellen, met elkaar te overleggen of de rollen geheel om te draaien en ons, degene die hun voor bracht naar dit punt, te bevragen.

Nu de maskers in gebruik genomen kunnen gaan worden begint de volgende stap in mijn werk. En dat is uit te vogelen hoe de dialoog met deze figuren in dit medium aan te gaan. Gaat de gebruiker beslissen en via dit medium deze archetypische figuren de woorden in de mond leggen of laten wij deze figuren "bezit" van ons nemen? Het word voor mij een tijd om met een theater schrijver aan tafel te gaan zitten denk ik, en eens zien wat kan of zou werken om met een performatief element in dit werk te gaan spelen.

Zittend in de studio gisteravond met een schets van de maskers achter mijn bureau hangend aan de muur, viel mee tijdens het werken opeens op dat de gezicht herkenning van het programma waarmee ik werk, de gezichten in de schets herkende. Via de computer werd het doden masker van het meisje uit de Seine over mijn tekening geprojecteerd, maar omdat het 3 gezichten over elkaar getekend zijn, weet de software niet exact welk oog of lip vast op te focussen. De punten springen heen en weer en heel even komt dit gezicht, zonder tussenkomst van bewuste drager tot leven. Ze is uit mijn controle ontsnapt, leeft in dit medium wat ik voor haar opengesteld het om te betreden, voorbij aan mijn grip. Mijn hart slaat even over als ik haar voor het eerst zie en bedenk wat dit betekend voor de ontwikkeling van toekomstig werk.

Met dank aan Opium Atelier, ga ik met nieuw werk en nieuwe fascinatie naar huis straks, goed op weg voor de expositie die 22,23 en 24 November opent in de Stokvishallen in Breda, genaamd IGETOH, mogelijk gemaakt door WitteRook Breda. 

Voor meer informatie over mijn werk, exposities, onderwijspraktijk en verdere ontwikkelingen kunt u mij altijd vinden op mijn website. www.lindebast.com