Even voorstellen
Laurine Verweijen is dichter en werkzaam als strateeg. In haar gedichten hoopt ze taal te vinden voor het intieme, met het lichaam, de ander, verlangen, schaamte, en de taal zelf. Haar gedichten werden eerder gepubliceerd in De Gids, Revisor, Tijdschrift Terras voor Internationale Literatuur, Het Liegend Konijn en nY. In 2017 won ze de 2e plek in de Turing Gedichtenwedstrijd met het gedicht 'Een meisje'. Dit voorjaar publiceerde De Gids het lange gedicht 'Notities Trillingen Melkglas Trapezewerk', over de lichamelijkheid van de vrouwelijke cyclus. Laurine Verweijen woont en werkt in Amsterdam. Naast Artis.

Atelierplan
Schrijven met een vooropgezet plan is bij mij nog nooit op iets echt goeds uitgekomen. Sterker nog, ik kan me van alles voornemen over wat voor soort poëzie of gedicht ik wil schrijven, of waar ik vind dat mijn werk over moet gaan, maar het zijn eigenwijze schepsels; gedichten bepalen hun route zelf. Althans bij mij. Mijn wens voor deze week is om iets te schrijven dat waar is. Dit klinkt misschien debiel, of abstract, maar er hangen al een tijdlang associaties en bevindingen onder mijn handen, die hun weg maar niet naar het papier vinden. Of, als ze dat wel doen, in een onoprechte vorm. Slap geouwehoer. En daar laat ik mezelf dan niet mee wegkomen. Ik hoop dat vijf dagen lang focus en sluipruimte iets in beweging zet. Misschien in de vorm van een gedicht, of proza schetsen. En ik ga veel wandelen, want ik hoorde dat het bij jullie mooi wandelen is. 

Dag 1



Dag 2
Gister heb ik yoghurt gegeten met een lepel zo groot als mijn onderarm. Het was de enige lepel, naast een theelepel, in de la. Ik had naar binnen kunnen lopen, het AVROTROS gebouw in, om daar te vragen naar een saaie grijsmetalen, maar deze gouden lepel leek wel een museumexemplaar. Hij past perfect bij een verblijf in de pipowagen; daar mogen dingen een beetje buiten hun proporties zijn.  

Het leven rondom deze pipowagen is dat overigens ook. Want achter het AVROTROS terrein ligt een groot natuurgebied vol dikke eikenbomen, brede bospaden, heidevelden, lange dofgroene sloten, en aan de rand van het gebied huizen zo groot als de gebouwen waar dit bedrijventerrein uit is opgebouwd. Joekels van huizen, met grind en rododendrons op de oprijlaan. Alles voelt hier groot, behalve deze pipowagen. En dat is precies de knusse beschutting waar ik me prettig bij voel. Een smal bed, een simpele tafel, kleine koelkast, douchecabine, en een lepel zo groot als mijn onderarm. Van goud.

In elke andere situatie had ik er een foto van genomen en deze online gedeeld, maar gister bij aankomst heb ik mijn telefoon overhandigd aan de organisatie. Op eigen verzoek. Offline is offline. Dus geen foto's. En als ik nu ergens wil zijn, moet ik me er werkelijk heen bewegen. Als ik iemand zou willen spreken of zien, moet ik er op mijn fiets naartoe. Om op goed geluk vervolgens te verdwalen.

Bij thuiskomst zag ik in het gras onder de pipowagen een kwast liggen. Hij moet van de vorige bewoner zijn. In de vensterbank lag ook al een houtskooltje. Bij het zien van zulke kunstenaarsbenodigdheden, het was geen brave penseel maar echt een stevige kwast, voel ik altijd lichte jaloezie opkomen. Diep van binnen was ik namelijk liever nog dan schrijvend, beeldend schepper geweest. Me uitlevend op een metersgroot canvas, gedreven door woestenij en feilloze intuïtie. En bezweet daarna een biertje opentrekkend, tevreden kijkend naar het resultaat. Maar mijn handen hebben zich nooit raad geweten met kwasten of houtskool. Alsof ze zijn opgegroeid in een andere taal; zelfs met de beste bedoeling begrijpen ze elkaar niet. Ik zou voor dat metergrote canvas niet weten waar te beginnen. Dus is deze kwast een vreemdeling in mijn hand, en komt dat biertje er ook niet.  

Ik heb de kwast mee de pipowagen ingenomen en in een mok gezet. Naast drie pennen en het houtskooltje. Zodadelijk wandel ik het bos weer in, om ergens heen te verdwalen. 

Dag 3

Ik heb vannacht een rare nacht met een spin doorgebracht. Hij hing er al een tijdje, in de nok van de pipowagen, pal boven het voeteneind van mijn bed. We hadden een soort silent agreement gesloten: jij beweegt niet naar mij, dan beweeg ik niet naar jou. Slapen en kop dicht. Met je viesgrijze lijf. Maar vannacht werd ik wakker, geen idee waarom, en toen zag ik door het donker heen dat die stomzak toch naar mij aan het bewegen was, in hoog tempo ook. Hij kroop inmiddels al ter hoogte van mijn bovenbenen langs een onzichtbaar draad aan het plafond. You maddervakker. Ik heb een wijnglas gepakt, die tegen het houten plafond gezet en de spin met een koffieschotel in het wijnglas opgesloten. Gerust kon ik weer naar bed. Maar toen ik nog een laatste keer keek naar de plek waar hij aanvankelijk had gehangen, bungelden daar nog twee spinnen. Het is een komen en gaan van poten, hier in de wagen. (Incl. mijn eigen armen en benen waren er op dat moment dus 28 ledematen  in 1 pipowagen aanwezig.) Bij wakker worden vanmorgen had ik een inmiddels overleden spin in een wijnglas, een spin die voor dag en dauw alweer vertrokken bleek, en een derde die precies hangt op de plek waar het gister allemaal begon. 

Toen ik Mare Hilstra (dichter, van Texel, woont nu in Zweden) e-mailde over de drie spinnen, en dat ik daarnaast bij wakker worden vanmorgen eindelijk weer een gedicht had geschreven, antwoorde ze binnen het uur dat spinnen voor scheppingskracht en verbeelding staan. 'Hoe mooi!!! Zie bijlagen.' Met foto's van teksten uit haar symboliekboek meegestuurd. Alleen met de dode spin in het wijnglas was ze het minder eens; zelfs had ze hem liever buiten gezet. (Maar dan kruipt hij natuurlijk direct weer de wagen in, Mare! En HIJ had zich niet aan de afspraak gehouden!)(Meteen wijzen naar de spin.)

'Spin weefde het web waarin de mensen voor de eerste keer het alfabet zagen.'
'Het lichaam van Spin heeft ongeveer de vorm van het cijfer acht.'
'Spin is de vrouwelijke energie van de scheppende kracht.'
'Kijk uit naar nieuwe alternatieven om uit je huidige impasse te komen.'
'De belangrijkste boodschap van Spin is dat je een oneindig wezen bent, dat je eeuwig de patronen zult weven van het leven en het in leven zijn. Verlies vooral de uitgestrektheid van het eeuwige plan niet uit het oog.'

En daar heb ik, ondergetekende, vannacht de grootste van om het leven gebracht. Die ligt met stijve poten in alle windrichtingen op de bodem van het glas. Het wordt een interessante dag. 

Dag 4
Vanmorgen ben ik op de fiets naar een afspraak gegaan, hier in de buurt. De afspraak stond al langer, toevallig genoeg. De hei was prachtig 's morgens vroeg. Ik zag een boom met meerdere stammen en één bos bladeren erboven, als een handvol mikadostengels met daarboven een bos groen haar. De lucht was nattig en ik was blij met mijn korte broek aan. Op de terugtocht naar het AVROTROS terrein een paar uur later, was ik met mijn hoofd alweer in het bos, en achter de schrijftafel. Gek hoe snel een plek als een plek om terug te keren voelt. Tijdens de wandeling later die dag liep ik langs een huis waar de bewoner een zelfgeschreven boek verkocht. Hij had de achterflap uitgeprint, in plastic gehuld en aan het groene hek voor zijn huis gehangen. 'Opdracht uit de kosmos'. 'Vanaf heden hier verkrijgbaar voor €17,50'. Op een geplastificeerd A4'tje er naast: 'Dit boek gaat over de mensheid in de nabije toekomst en de overstap van de 3e naar de 5e dimensie'. De omgeving zit vol moois. 

Dag 5
Dag 5 - deel 1

Dag 5 - deel 2


Het onweert! En de pipowagen bewoog net zo donderend mee op de knal uit de lucht, dat ik het op de stoel in mijn billen voelde. Ik geloof niet dat ik onweer ooit zo lichamelijk heb meegemaakt; misschien moet je daarvoor op wielen staan. Gek genoeg regent het niet, de lucht is lichtgrijs, het miezert hooguit een beetje. Buiten zijn de schoonspuiters nog steeds bezig met de gevel van het pand en vandaag snoeien tuinmannen de heg langs de vijver. En in de houten wagen hier, houd ik inmiddels vier spinnen onder wijn- en theeglazen gevangen. Het zou een mooie installatie in een museum zijn. Titel: Een zomerhuis aan de vijver. Materiaal: glas, papier, keramiek, spinnen. De installatie zou er waarheidsgetrouw zo uit zien: achterin een wijnglas rechtop, met een koffieschotel als dop, een spin op de bodem van het glas. Daarnaast een tweede wijnglas, ondersteboven, op een voetje van een dubbelgevouwen A4. Onder de bolling van dit glas: twee spinnen. De een opgekruld, met de poten naar binnen als een foetus ineengebogen, de ander fier recht op, met zijn acht behoorlijk lange poten wijd uiteen. Hij zet zich schrap, hij oogt geschrokken. Als derde glas een thee-/limonadeglas, een ouderwets model zonder oor, op eveneens een dubbelgevouwen A4. (Geen idee welk gedicht hier aan de binnenkant geschreven zou staan. Misschien iets over een vijver.) De spin onder dit glas is middelgroot, zijn poten uiteen, maar minder angstaanjagend dan de spin in glas twee. Zo zouden de drie glazen met daarin vier spinnen op die dubbelgevouwen A4'tjes staan, op een witte sokkel. De titel er klein naast. 

Had ik al gezegd dat ik bang voor spinnen ben? De grote spin, de eerste die ik deze week ving, bleek overigens niet te zijn overleden. Terwijl hij al dagen zonder te bewegen, op zijn rug, als een aansteller zijn dood lag te faken, kwam hij vannacht ineens weer tot leven. Precies op het moment dat het theeglas met de andere spin naast hem werd gezet. Alsof uit zijn dood ontwaakt door een verloren zuster. 'Oh red mij Maria , uit dit onzichtbare luchtdichte web.' Met het derde glas ernaast, werd de onderlinge paniek compleet. Alle spinnen bewogen nu alle richtingen uit. 

Had ik al gezegd dat ik bang voor spinnen ben? En dat 's avonds, door het licht in de pipowagen, alle spinnen rondom de vijver zich vestigen in mijn raamkozijn? De dikste is gelukkig aan de andere kant van het raam gebleven. (Afkloppen op ongelakt hout.)

En toch: ik ben kalm en schrijf. Dat ik me kan focussen op het bestaan van spinnen, is al rustiger en meer gefocust dan ik in tijden ben geweest. Ik lees, ik wandel elke dag en ik zet woorden op papier. Er is chaos op die papieren, maar dat moet misschien ook wel. Misschien dat het materiaal van deze week nog niet zijn uiteindelijk vorm heeft, zo voelt het althans niet, maar er zijn dingen in beweging. En daarvoor dank ik het Opium Atelier. 

PS. Misschien is de titel 'Zomerhuis aan de vijver' te truttig trouwens. En werkt Engels daarnaast beter. Titel poging 2: 'Too many limbs, my friends. Too many limbs for one room.'