Even voorstellen
Sam Andrea (1991) studeerde vorig jaar af aan De Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag aan de afdeling schilderkunst. Na zijn afstuderen was zijn werk te zien in Kunstgalerie De Vlieg in Haarlem, Art Chappel in Amsterdam, This Art Fair, Canta Limosine in Antwerpen, Galerie Fleur en Wouter en onlangs was zijn solotentoonstelling bij Galerie Vriend van Bavink in het voormalig Kunsthistorisch instituut van de UVA in Amsterdam te zien. Voor deze solotentoonstelling liet Sam Andrea de krochten van de Amsterdamse nacht die hij normaal zijn thuis noemt achter zich en vertrok hij naar Lab Kalkhorst, een kasteel in voormalig Oost-Duitsland. Daar, teruggetrokken van de stadse ruis, heeft hij geprobeerd plek te geven aan de hysterie van Amsterdam en heeft hij een ander aspect van de menselijke beleving in het licht gesteld. De verlaten eenzame en vervreemdende taferelen op zijn schilderijen staan rechtstreeks in verbinding met zijn ervaringen daar, maar spreken een op zichzelf staand verhaal dat kan raken en tot de verbeelding spreken. De figuratie in het werk balanceert op een lijn tussen realiteit, droomwereld en totale waanzin. In zijn zoektocht naar een manier om schilderijen te maken die boven de tijd staan, vindt hij schoonheid in het groteske en romantiek in het hopeloze. 

Atelierplan
Na het maken van een serie werken in Duitsland en het afronden van mijn eerste solotentoonstelling, wil ik komende week in het Opium Atelier een begin maken met een nieuwe reeks schilderijen. Ik laat mij meestal rechtstreeks inspireren door mijn omgeving. Tekenen en schilderen begint bij kijken, dus de komende week wil ik veel gaan wandelen en observeren.

Dag 1

De eerste dag heb ik rustig de tijd genomen mijn plek te vinden en rond te kijken. Ik laat mij graag inspireren door mijn directe omgeving en ervaringen dus ik ben wat gaan rondstruinen in en om het gebouw en de pipowagen heen. Het eerste wat opvalt als je het terrein op komt zijn de bekende koppen van de Avrotros die je vrolijk en jolig aanstaren vanaf een soort modernistisch ogende reclame borden die prominent voor de ingang van het studio gebouw staan. Het lijken bijna gedenkstenen. Ik moet er een beetje om lachen. De pipowagen waar ik deze week verblijf staat recht naast het gebouw. Een modern institutioneel ogend gebouw waarnaast de schattige knusse pipowagen van het opiumatelier totaal verdwaald lijkt te zijn. Gelukkig hou ik van verdwalen. 

Daarnaast staat achter het gebouw een prachtige radio zendmast. DE radio zendmast die het programma de ether in zal pompen vanavond. Het is een prachtig en imposant ding. Het oogt wat vervallen, als een soort zendmast van de DDR die al jaren niet meer werkt. Het logo van een van mijn lievelings- en tevens geschrapte programma’s ooit -man bijt hond- prijkt op de toren. Het stripteken hondje met het vragende wijzende vingertje omhoog geeft me een ligt nostalgisch gevoel. Deze toren wordt mijn eerste onderwerp voor een nieuw schilderij. 

De mensen zijn erg aardig en het bedrijf geeft een open en vriendelijke indruk. Ondanks dat ik toch een beetje een vreemde eend ben met mn kater en mn gescheurde verfbroek, is iedereen bereid te helpen en vriendelijk. 

Tot in de avond heb ik lekker zitten tekenen om vervolgens zeer lang alle vermoeidheid uit mij te slapen die de laatste week -mijn eerste solo tentoonstelling net achter de rug- met zich meebracht. Morgen zet ik een doek ik de verf. 


Dag 2 
Vandaag ben ik er op uit gegaan en heb ik een lange wandeling door het natuurreservaat gemaakt. De radio toren blijft boven het landschap uitsteken als een herinnering aan de schilders missie mij hier voorgelegd. De toren torent als een vreemde futuristische vinger van technologie uit boven het veluwe achtige landschap met de schotse hooglanders en de eiken en dennenbomen.  Bijna post apocalyptisch. Alsof alle mensen weg zijn en alleen deze toren nog staat die ooit alle mensen in de omgeving allerlei beelden en geluiden en informatie uitzond. Ik vraag me af hoe lang hij nog zal staat als echt alle mensen weg zouden vallen. 100, 300, 1000 jaar? 10 jaar?  

Het programma opium ateliers was eens de torenkamer genoemd omdat het in het torentje van het voormalig filmmuseum in het Vondelpark plaatsvond als mini residentie. Toen het naar het avrotros terrein moest verhuizen was het idee geweest het eventueel boven in de radiotoren voort te zetten. Hier werd van afgezien vanwege mogelijk schadelijke effecten van het verblijven in de zendmast. Het lijkt mij alsnog een interessant idee, verblijven in de toren. Ook door het gevaar. Ik denk persoonlijk dat het niet heel veel verschil maakt of je er naast staat of er in zit. 

De toren in tegenstelling tot de natuur er omheen. Ik blijf het spannend en mooi vinden. Het eerste schilderij van de toren is al aardig opgeschoten en ik denk nu dat het een serie van 3 torens word. Iets wat vervormd en vanuit verschillende hoeken geschilderd. Het karakter van menselijkheid vooruitgang maar ook vergankelijkheid karakteriseren de toren en hoe hij afsteekt tegen de groene bossen.  
Ik hoop dat ik morgen boven in de toren mag kijken.

Dag 3


Vandaag ben ik wat moe. Een vriendin kwam gisteravond langswippen en nam een fles wijn mee. Na dat die op was ging mijn gehele drankvoorraad er aan. Het is erg gezellig en laat geworden. Mijn doel hier -buiten obsessief met die toren te konkelen- is eigenlijk meer om een beetje rust te vinden. Ik heb me helemaal murf geschilderd voor mijn afgelopen solo show en ben blij hier nu even als een soort hobby schilder te werk te gaan. Gewoon kwasten. Kijken en kwasten. En lekker een beetje wandellen. De drank en dames die mij in de stad afleiden en waar ik hier voor dacht te vluchten heb ik nu dan toch maar weer hierheen gehaald -zonder spijt hoor, begrijp me niet verkeerd. Wel ben ik een beetje uit mijn ritme geraakt dus begin ik weer rustig aan te schilderen. Hobbyschilder bobross galore met mn brakke bakkes. Heerlak. Ik ruis nog wat na van de nacht maar weet er toch weer een aardig opzetje voor een nieuw schilderijtje uit te persen zodat ik iets nieuws kan laten zien als ik vanavond voor het program word geïnterviewd. Wederom de toren die nu vanuit het landschap te zien is waar de schotse hooglanders na een lange dag grazen liggen uit te puffen. Zo voel ik mij nu ook. 

Het word nog wel lastig deze werken goed af te ronden. Die opzetjes gaan altijd vlot en zien er snel al goed en “af” uit, maar om er echt een goed schilderij van te breien en niet alleen een leuk plaatje moet er nog veel gebeuren. Gras bijvoorbeeld is een alom onderschat spul om te schilderen. Je moet altijd abstraheren en om de beweging en de schoonheid van zo iets levendigs als gras te schilderen moet je een duidelijk beeld hebben van wat je doet en hoe je het doet, en mij kost het dan ook altijd veel energie. Ja, gras is erg moeilijk, al ligt het er aan wat je wilt bereiken met een schilderij. Als je slechts een representatie van gras wilt maken kom je met simpelweg een groen vlak een heel end. Maar wat aan figuratie in schilderen volgens mij nooit de hoofdzaak moet zijn is dat het ergens op lijkt. De hoofdzaak is eerder dat het het gevoel meebrengt van datgeen wat geschilderd is -al klinkt dat misschien suf. Ik heb een hekel fotografisch realisme in schilderkunst omdat het meer het gevoel van een foto heeft dan van waar het om gaat -al is dat wanneer dat juist de bedoeling is zoals bij gerhard richter een ander verhaal omdat hij het GEVOEL van een foto schilderde, en daar ook in slaagde. Hoe je dat gevoel en die levendigheid van iets kunt vangen veranderd telkens met elk beeld was je ziet en probeert vast te leggen op het canvas. Dat maakt dat schilderen interessant is en blijft. Het menselijk kijken en het onderzoeken daarvan op een puur subjectief level, daarin is de schilderkunst toch wel de rijmende punt achter de zin.



Dag 4

Dag 5