Even voorstellen
In zijn werk combineert Jochem Esser (1988) ruwe materialen met bestaande systemen. Zo gebruikt hij bijvoorbeeld speakers om plantstructuren van siliconen te laten bewegen of geboetseerd keramiek om geluid te laten vervormen. Hij zoekt naar het punt waar de elektronica zelf zichtbaar of hoorbaar wordt. Vanuit daar wil hij een soort nieuwe oscillerende natuur laten ontstaan. De esthetiek komt voort uit de gebruikte techniek. Het is een systeem als sculptuur. Deze manier van werken komt voort uit Essers overtuiging dat alles een achterliggend systeem heeft en dat het systeem waarbinnen fenomenen plaatsvinden een belangrijke rol hebben op de manier waarop het fenomeen zich manifesteert.  

Atelierplan
In het Opium Atelier wil ik mij concentreren op het software-gedeelte van mijn werk. Ook hierin ga ik op zoek naar wetmatigheden binnen het medium waarin ik werk. Vanuit daar wil ik een steeds complexer spectrum van bewegingen opbouwen. Doordat het een eigen wetmatigheid heeft, ontstaat er een soort nieuwe natuur. Aan die natuur probeer ik mijzelf zoveel mogelijk ondergeschikt te maken bij het maken van keuzes. 

Daarnaast wil ik mij bij een ander werk concentreren op het geluid. Het gaat om een serie werken die zijn gemaakt van keramiek: keramische geleiders van geluid, waar elektronica in verwerkt zit. Door de geleider zijn geluiden te horen. Je hoort keramiek die net uit de oven komt en afkoelt. In dit proces ontstaan kleine (met het blote oog onzichtbare) scheurtjes tussen delen die sneller afkoelen en andere die langzamer afkoelen. Het fascineerde mij dat het materiaal dit geluid maakt zonder hulpmiddel van buitenaf. Niets tikt het keramiek aan, het is alleen het keramiek zelf dat je hoort. De geluiden heb ik opgenomen en speel ik weer af door het keramiek zelf. Door de tussenkomst van elektronica ontstaat er meteen een verandering; het geluid is een gecodeerde reconstructie geworden. Door het gereconstrueerde geluid weer door het object af te spelen ontstaat er (bij mij) een spanning tussen wat je ziet en wat je hoort. Voor dit werk wil ik op zoek gaan naar wetmatigheden die gebruikt kunnen worden bij het componeren van het geluid. 

Maandag 18 maart - Dag 1 
Het is nu tegen het einde van de eerste dag. Ik had een snelle start toen ik begon met werken. Hoewel er veel bedrijvigheid rond het atelier is, voelt het heel kalm hier. Het is een goede plek om mij te concentreren op het programmeren van geluid en beweging. Mijn doel is om een heel spectrum van bewegingen te maken en die vervolgens te componeren. Een soort theater maar dan met bewegende subwoofers in plaats van acteurs. 

Mijn pallet is vrij beperkt: van 1 tot 20 Hertz; als de toonhoogte hoger wordt dan 20 hertz begin je de speakers te horen. Verder kan ik nog variëren in de amplitude van de golven en pauzes inzetten. Ik heb nog geen idee hoeveel variaties ik hieruit kan maken en welke ik weer kan gebruiken voor de uiteindelijke compositie. Ik probeer nu eerst zo veel mogelijk materiaal te maken en er daarna kritisch naar te kijken.

Ik heb nu twee verschillende strategieën uitgeprobeerd. De eerste is vrij rigide: net als muziek werk ik met tellen. Zolang ik op hele en halve secondes uit kom, blijft het allemaal erg behapbaar: twee keer 4 hertz en een keer 2 hertz maken de eerste seconden. Door dit systeem worden de bewegingen ritmisch maar ook mechanisch en een beetje voorspelbaar. 

Hierna probeerde ik de vrije methode: ik programmeer verschillende snelheden en amplitudes en intuïtief. Het werkt sneller dan voorgaande methode maar het duurt een stuk langer om de individuele golven op elkaar aan te laten sluiten. De resultaten zijn een stuk verrassender.  

Morgen ga ik zoeken naar methodes om minder resultaatgericht te werken zodat ik mij niet te veel beperk tot wat ik denk dat goed werkt.



Dinsdag 19 maart - Dag 2
Wanneer ik opgestaan ben ga ik meteen verder met het programmeren van de bewegingen. Ik zat 's nachts te piekeren en kwam tot de conclusie dat ik de twee verschillende methoden verder uit elkaar moet trekken. Ik noem ze nu de “doelgerichte-methode" en de "vage-methode".

Ik ga eerst verder met de vage-methode ook probeer mijn esthetische voorkeuren uit te filteren waardoor ik op iets verrassends kan komen. Deze methode gaat mij moeilijker af dan ik dacht.
Er blijkt een groot bos naast het atelier te liggen. daar heb ik een tijdje doorheen gelopen om de puzzel in mijn hoofd richting te geven. 

Ik kwam tot de conclusie dat het een strijd is tussen een kant in mij die zoekt naar orde en een kant die intuïtief wilt reageren op wat er gebeurd. De kant van orde wil dat alles een functie vervult in een groot geheel. De intuïtieve kant reageert op wat er gebeurd.  Van nature ben ik heel chaotisch dus ik merk dat ik juist buiten mijzelf opzoek ga naar structuren. Daar raak ik na een tijd weer verveeld van en laat ze dan los. 

Ik heb een paar basis categorieën gemaakt op basis van menselijke hersengolven: Delta, Theta, Alpha en Beta.  Aan deze categorieën geef ik regels zoals; In Delta bewegingen vindt geen interactie tussen de verschillende speakers plaats. Dit zorgt voor handvaten waardoor ik gerichter kan werken. 

Morgen wil ik vooral veel produceren want ik heb nog te weinig verschillende bewegingen om een compositie te maken. 

 
Woensdag 20 maart - Dag 3 
Ik ben de dag begonnen met het ophangen van de speakers. Ze hangen aan het plafond en ik kan nu beter zien hoe het er uiteindelijk uit gaat zien. Ik merk dat ik de afgelopen dagen veel geworsteld heb met het aanbrengen van een structuur. Vandaag had ik een erg goede flow. Dit gedeelte van het werk gaat voor een groot deel over mij. De beslissingen zijn zo basaal dat een deel van mij wanhopig zoekt naar een externe structuur en een ander deel het gewoon wil laten gebeuren. Ik heb altijd moeite gehad met twee keer precies hetzelfde doen en nu ik de regels helder heb werkt het in mijn voordeel. 
 
De categorieën hebben nu elk hun regels die ik volg, maar bij het maken zijn andere beslissingen weer intuïtief. Dit komt samen tot het soort bewegingen waar ik naar op zoek ben. Het is vreemd maar ik leer iets heel fundamenteels over mijn behoefte en handelen door een lijntje te programmeren. Ik denk dat door de afwezigheid van betekenis ik de behoefte daaraan ook los moet laten. 

De dagen gaan heel snel, het is nu alweer laat in de avond. Het tweede interview is alweer geweest. Morgen ga ik met de keramische werken aan de gang. Kunstenaar Boris Acket komt in de loop van de middag langs om samen nieuwe content te maken voor de keramische klankasten. 


Donderdag 21 Maart - Dag 4
Het is klaar, een soort van.  Ik heb de archetypes van de bewegingen gedefinieerd en gemaakt. Ik weet nu wat bruikbaar is en wat niet, wat de limitaties zijn qua volume en frequentie-verloop. Wat organisch overkomt en wat mechanisch.
Later op de dag kwam collega kunstenaar Boris Acket langs. Boris is een stuk meer thuis in geluidsontwerp dan ik. We konden in paar uur tijd een patch ontwikkelen die na de hand van de door mij opgestelde regels geautomatiseerd geluidsgolven kan genereren. Verder hebben we met een speciale microfoon (die elektromagnetische velden vertaalt naar geluid) door de apparatuur gespeurd naar interessante geluiden. 
Nu is het laat in de avond en ik zit hier met een dubbel gevoel. Ik ben erg blij met het programma dat in staat is om bewegingen met vrij veel verschillende parameters automatisch te bedienen. Maar al het handmatig invoeren met alle uitdagingen die daar bij kwamen lijken ineens iets wat helemaal niet nodig is geweest. Aan de andere kant had ik nooit de regels zo goed kunnen definiëren als ik er niet ambachtelijk aan gewerkt had. 
Morgen maak ik een kleine testopstelling om het resultaat in de studio te tonen.  


Vrijdag 22 maart — Dag 5
Ik begrijp waar het dubbele gevoel vandaan komt. Anders dan ik dacht, gaat het niet om de hoeveelheid werk die het manueel inbrengen van de bewegingen vergt. Het gaat erom dat er niet meer een stuk van mij in zit. Dit gaat bij de geprogrammeerde versie verloren. Ik kon er eerst niet bij wat het precies is, maar ik denk dat ik het nu begrijp. Stel ik ben een programma, een programma wat gemaakt is om content te generen voor de speakers. Mijn opdracht is simpel: Maak binnen de regels van de vier categorieën zo veel mogelijk golven. Dit is simpel en kan een computer ook. Maar mijn keuzes, voorkeuren en associaties zijn zo ingewikkeld om te herleiden dat het om een aardig staaltje programmeerwerk vraagt om dat te simuleren.
Dit komt omdat onze dissonantie veel persoonlijker is dan logica. Onze dissonantie is uniek omdat we allemaal specifieke voorkeuren ontwikkelen in ons leven die niet logisch zijn. De voorkeur voor zwart kan door een onbenullige herinnering komen. We zullen ernaar geneigd zijn om deze keuze te rationaliseren, maar dat is niet meer dan het belangrijker proberen te maken dan het is. Ik hou gewoon van zwart.
Mijn keuze voor speakers is daar een van. Ik denk zelfs dat onze dissonantie meer over onszelf zegt dan meningen over externe onderwerpen. Wanneer ik een lijntje moet tekenen zijn mijn keuzes terug gedrongen tot de voorkeuren van dat moment. Alleen ik maak die keuzes en daarom is die lijn een extensie van mij en omdat dat lijntje uiteindelijk bepaalt wat er in de installatie gebeurt, is de installatie een extensie van mij. 

Ik heb een mooie week gehad en veel tijd gehad om na te denken en te experimenteren. Ik wil iedereen betrokken bij Opium atelier bedanken voor de gastvrijheid en de ervaring.