STER Advertentie

Het Ensemble Modern en componist/dirigent Enno Poppe brengen op 28 november een intrigerend eerbetoon aan de 75 jaar geleden overleden Anton Webern. Met niet toevallig een bijbehorend ‘voorprogramma’ van Vox Luminis, dat werk zingt van de vijftiende-eeuwse Zuid-Nederlandse componist Heinrich Isaac.

Met Centuria, Cento piccoli romanzi fiume (1979) schreef de Italiaan Giorgio Manganelli een (pocket)boek vol romans van anderhalve pagina. De ideale maar kostbare manier om ze te lezen, zo opperde Manganelli, was als volgt: “Men verwerve zich het gebruiksrecht van een wolkenkrabber, met hetzelfde aantal verdiepingen als er regels in de tekst zijn; op elke verdieping plaatse men een lezer met het boek in de hand; elke lezer geve men één regel, op een teken zal de Opperlezer beginnen van de top van het gebouw omlaag te storten, en terwijl hij vóór de ramen langs komt, leest de lezer van elke verdieping de hem toegewezen regel voor, hardop en duidelijk. (…) Er mogen geen misverstanden bestaan over entresol en eerste verdieping, waardoor er een pijnlijke stilte zou kunnen vallen vlak voor de grote klap.”

Romans in één zucht

Het begin van elk van de honderd microscopische romans van Manganelli ligt ver voor de eerste zin, en na de laatste punt blijft er nog een heel aantal mogelijke eindes open. Maar op iedere pagina ontstaat een geheel nieuwe wereld, met zijn eigen wetmatigheden en eigenaardigheden.

Het merendeel van het werk van Anton Webern (1883-1945) vormt in zekere zin de muzikale evenknie van Manganelli’s romans. Je vindt er mooie en spannende noten, maar veel tijd om ze te ontdekken krijgt de toehoorder niet. Zo zijn de zes delen van de Sechs Bagatellen voor strijkkwartet (1911) in iets meer dan drie minuten voorbij. Weberns leermeester Arnold Schönberg merkte in het voorwoord van de partituur al op: “Elke blik is stof voor een gedicht, elke zucht stof voor een roman. Maar een roman met een enkel gebaar en geluk met een enkele ademtocht uitdrukken, zo’n concentratie is slechts mogelijk waar het omgekeerd evenredig aan kleinzieligheid ontbreekt.”

Webern en de renaissance

Naast zijn lessen bij Arnold Schönberg studeerde Webern begin twintigste eeuw muziekwetenschap en legde zich toe op de uitgave van (meerstemmige) motetten van Heinrich Isaac. Bij renaissancecomponisten als Josquin Desprez, Pierre de la Rue, Johannes Ockeghem, Jacob Obrecht en vooral de Zuid-Nederlander Isaac vond hij de absolute schoonheid van de constructie.

Vanaf 1923 of daaromtrent ontwikkelden Schönberg, Webern en Alban Berg een compositietechniek waarbij alle twaalf tonen van het octaaf (in theorie) gelijkberechtigd zijn. Een reeks van twaalf toonhoogten vormde de basis; een toon ‘c’ mocht pas weer klinken als de andere elf aan bod waren geweest. De manier waarop het drietal de series van twaalf tonen inzetten, met de identieke reeksen op verschillende toonhoogten, de reeksen van achter naar voren, of zelfs ondersteboven, doet enigszins denken aan de complexe meerstemmige technieken van de renaissancecomponisten, met hun canons en, inderdaad, soms ook zulke omkeringen.

Bij Webern, meer dan bij zijn vrienden Schönberg en Berg, ligt de nadruk op de constructie. Vind je bij de andere twee vaak nog resten van de romantiek terug, bij Webern ‘gaat’ het juist om de melodische én ritmische precisie, net als bij de oude meesters. Miniaturen waarin iedere lijn, ieder detail ‘klopt’. Ze zijn expressief op hún manier. Maar een opera schrijven? Dat was niet iets des Weberns.

Eerbetoon aan de grootmeester van het kleine

Dit concert van de specialisten van Ensemble Modern en Vox Luminis is een eerbetoon aan de 75 jaar geleden overleden grootmeester van het kleine. Op 15 september 1945 genoot Webern na het avondeten op de veranda van een sigaartje – soldaten doorzochten het huis, omdat zijn schoonzoon van zwarthandelpraktijken verdacht werd. Per ongeluk schoot een Amerikaanse soldaat hem dood. Je zou zo’n dramatische afloop bijna in een opera willen gebruiken...

Verhalen in miniatuur: de roots van Webern

Concertgebouw, Amsterdam

NTR ZaterdagMatinee, 28 november 2020, 14.15 uur
(radio-uitzending zonder publiek)

Vox Luminis
Lionel Meunier - dirigent

Ensemble Modern Orchestra
Enno Poppe - dirigent

Caroline Melzer - sopraan

Isaac Optime Divino
Isaac Virgo prudentissima
Webern Variationen für Klavier, op. 27
Webern Zwei Lieder nach Gedichten von Rainer Maria Rilke, op. 8
Webern Fünf Stücke für Orchester, op. 10
Webern Vier Lieder, op. 13
Webern Sechs Bagatellen für Streichquartett op. 9
Webern Drei Orchesterlieder op. posth.
Ferneyhough Uit Umbrations: Lawdes Deo, voor piano en slagwerk
Niël Capriccio voor viool en piano
Ferneyhough Uit Umbrations: In Nomine a 3, voor fluit, hobo en klarinet
Djordjević Nieuw werk voor ensemble (Nederlandse première)
Ferneyhough Uit Umbrations: In Nomine a 5, voor fluit, hobo, klarinet, hoorn en trombone
Poppe Blut – Zwölf Lieder für Sopran und Orchester (wereldpremière)