STER Advertentie

Operaliefhebbers die de Britse sopraan bij De Nederlandse Operastichting in de eerste helft van de jaren 80 zagen, herinneren zich niet alleen de productie van regisseur Harry Kupfer, maar ook de onuitwisbare indruk die de zangeres in deze voorstellingen maakte. Tinsley overleed op 10 mei 2021 na een opmerkelijke carrière.

Het vreemde en hardnekkige idee dat de opera in Nederland pas begon te leven met de verhuizing in 1986 van ons grootste operagezelschap naar het gebouw aan de Amstel zorgt er waarschijnlijk voor dat de sterren van voor die tijd ietwat zijn overgeleverd aan de vergetelheid.

Pauline Tinsley identificeerde zich volledig met de rollen die ze speelde en presenteerde zichzelf met een sopraanstem van buitengewone klasse, die vaak gecast werd in moeilijk te bezetten rollen. Zo kwam ze in 1971 naar Nederland voor de rol van Abigaille in Verdi’s Nabucco en veroverde publiek en pers. Barbara Kullberg schreef in NRC Handelsblad  over Tinsleys ‘gaafheid zowel in de laagte als in het hoge’ en ‘de ontwikkeling van een rond pianissimo tot aan hevig temperamentvolle volumes’.
In 1972 zong ze onder Edo de Waart en in de regie van Götz Friedrich Verdi’s Aida. Haar terugkeer als Abigaille werd in 1975 in Het Parool geroemd om haar ‘sonore gloed en virtuositeit’. Diezelfde krant noemde haar ‘de spil’ van Verdi’s Macbeth die De Nederlandse Operastichting in 1976 ten tonele voerde. Lex van Delden roemde haar ‘grandioze Lady Macbeth’ met een ‘veelkleurige, felle dramatische sopraan en krachtige toneelpersoonlijkheid’. De Volkskrant publiceerde bij zijn recensie een grote foto van Tinsley’s ‘fascinerende Lady Macbeth’, een partij die ze volgens Hans Heg ‘met een opvallende zekerheid’ zong en niet slechts neerzette ‘als een moordzuchtig loeder’.
Ze was een sterk koppel met haar Macbeth, de Nederlandse bariton Jan Derksen, van wie ze later zou zeggen dat hij op het toneel Macbeth niet acteerde, maar wás.

Elektra
De combinatie van zangkunst en identificatie met de rollen die ze speelde, uitte zich een andere rol die uitzonderlijke sopraanstem vereist: de titelrol in Elektra van Richard Strauss. Volgens Louwrens Langevoort in Trouw maakte Tinsley elke lettergreep van de rol hoorbaar: “Ze maakt van Elektra nu eens geen schreeuwend viswijf dat zich in Elektra-lompen heeft gehuld, maar behoudt de waardigheid van een prinses, die zich tegen de machthebbers opwerpt.” In 1980 speelde en zong ze de rol voor De Nederlandse Operastichting in de regie van Harry Kupfer. In 1984 kwam de zangeres terug met haar Elektra, ‘voor wie niets te dol is en geen zee te hoog gaat in de huiveringwekkende enscenering’, zo schreef Het Vrije Volk.

Veel later, in 1997 en 2001, herinnerde ze ons bij De Nederlandse Opera in de kleinere rol van Stařenka Buryjovna in Janáčeks Jenufa nog eens aan haar grootse acteervermogen en podiumpresence.

Van Pauline Tinsley zijn weinig officiële plaatopnamen verschenen: ze is onder meer te horen als Elettra in Mozarts Idomeneo onder leiding van Colin Davis, een uitvoering die eind jaren 60 verscheen. Ze had echter een bijzondere carrière die haar langs alle grote Britse operahuizen voerde.