STER Advertentie
Op 25 januari zendt NTR Operalive Dvoráks opera  Koning en kolenbrander uit, in de eerste, oorspronkelijke versie. Hier is de korte inhoud van de opera.

We zijn in de Bohemen, aan het begin van de 17e eeuw. De Bohemen zijn onder Habsburgse heerschappij: Matyás, de broer van keizer Rudolf II, regeert.

Eerste bedrijf
Hoorngeschal weerklinkt. Een koninklijke jachtpartij houdt halt om te rusten in het woud van Krivoklát. De groep wordt overvallen door de snel intredende schemering. Graaf Jindrich ontdekt als eerste dat de koning geen deel meer uitmaakt van het gezelschap: hij maakt een einde aan de uitgelaten stemming van de groep. De koning antwoordt niet op hoorngeschal en daarom gaat de groep op zoek naar zijn koning.
Bij de hut van de kolenbrander Matej zit Matejs dochter Liduska aan het spinnewiel. Haar geliefde Jenik probeert een kus te stelen, maar uit angst voor haar vader weigert Liduska. Niet zonder reden, want als haar ouders Matej en Anna thuiskomen, zijn ze niet blij met Jeniks aanwezigheid. Vooral moeder Anna zou liever een betere partij als schoonzoon hebben dan een kolenbrander.
Buiten de hut is er een klein oproer: de kolenbranders hebben een rijk uitgedoste, vreemde edelman gevonden die verdwaald is. Vooral de dames zijn onder de indruk. De vreemdeling vraagt Matej om een nacht onderdak: hij heet Matyás en hij is, zegt hij, een koninklijke jager. Matej stemt toe omdat de vreemdeling en hij beiden vernoemd zijn naar de Boheemse beschermheilige Mattheus. Matyás is intussen onder de indruk van Liduska, tot grote ergernis van Jenik. Matyás zingt een ballade voor de kolenbranders: over hoe hij een groot hert achtervolgde in het bos. Vol smaak eet hij van de maaltijd die Anna hem voorzet. Hij zet het gezelschap zelfs aan tot dansen zodra hij doedelzakken hoort. Zelfs Liduska en Jenik vergeten hun liefdesellende. Matej zingt het lied van de doedelzakspeler. Als het angelus wordt geluid, knielen allen in gebed.

Tweede bedrijf
Bij het ochtendgloren zwerft de slapeloze koning Matyás rond de hut. De vredige ochtend roept mooie herinneringen op.  Liduska ontsnapt uit het huis om Jenik in het geheim te ontmoeten: ze stort haar hart uit bij Matyás. Hij belooft dat hij met haar ouders zal spreken en dat hij zelfs een prachtig huwelijksfeest voor haar zal organiseren. In ruil vraagt hij enkel om een kus. De blije Liduska geeft hem een zoen, juist als Jenik verschijnt. In blinde woede valt Jenik Matyás aan met een mes. De kolenbranders weten de twee vechtende mannen te scheiden. Als Matej en Anna verschijnen, beschuldigt Jenik Liduska van ontrouw. De vreemdeling zegt echter dat de kus niet meer dan een teken van dankbaarheid was. De jachtpartij onder leiding van graaf Jindrich komt de koning halen en die drukt hen op het hart niet te laten merken wie hij is. Hij geeft bij zijn afscheid Liduska een buidel met gouden dukaten. Jeník denkt nu zeker te weten dat Liduska niet meer van hem houdt. Hij kondigt aan dat hij het leger in wil.

 

Derde bedrijf
In het kasteel van Praag is men bezig met de voorbereidingen van een groot banket. Jeník blijkt een goed soldaat te zijn geweest en staat in de gunst bij de koning. Hij is de leider van de kasteelwacht en wil niet deelnemen aan een nogal gewaagde dans. Jeník verlangt naar Liduska en hoopt haar snel weer te zien. Dat zal sneller gebeuren dan hij had kunnen hopen, want graaf Jindrich kondigt aan dat Liduska en haar ouders uitgenodigd zijn op het kasteel. De koning wil de trouw van Liduska testen, met Jeník zelf als de rechter. De onzekere familie betreedt de hal. Jeník en de andere zogenaamde rechters beschuldigen Matej ervan dat hij zijn dochter aanzette tot het verleiden van een onschuldige jager, die vervolgens aan Jeník werd uitgeleverd om vermoord te worden. Jeník zit al in het gevang en zal aan de beul worden overgeleverd. Matej probeert dit misverstand op te helderen. Liduska ook: ze wil haar leven wel opofferen voor dat van Jeník. Als hij dat hoort, weet Jeník genoeg; Ludiska en hij vallen elkaar in de armen.
De koning onthult zijn ware identiteit en dankt het ouderlijk koppel voor zijn gastvrijheid. Hij nodigt ze uit op het banket, waarbij ook gedanst zal worden.  Matej vraagt de koning wat hij tegenover de kus van Liduska zal stellen. Matyás antwoordt dat hij het koppel zijn zegen zal geven. De ouders zijn nu dankbaar en dolgelukkig. Iedereen bezingt de gratie en vergevingsgezindheid van de koning.