Naar homepage
Vrije Geluiden

Elisabeth Kuyper – een leven in dienst van muziek
VPRO

foto: RSI Cultura, Zwitserland
  1. Klassiekchevron right
  2. Elisabeth Kuyper – een leven in dienst van muziek

In de podcastserie Nooit van Gehoord?! van de VPRO en NPO Radio 4 richten Rae Milford en Andrea van Pol de schijnwerpers op vergeten vrouwelijke componisten. Op 7 oktober 2021 zoomden zij in op componist, dirigent en feminist Elisabeth Kuyper (1877-1953). Afwisselend vertellen Milford en Van Pol over haar leven en werk.

#19 - Elisabeth Kuyper - Nooit van gehoord?!

Zo horen we dat Kuyper geboren werd in de Jordaan, als eerste vrouw werd toegelaten tot de studie compositie aan de Hochschule für Musik in Berlijn, waar zij later ook werd aangesteld als eerste vrouwelijke compositiedocent. Ook won ze als eerste vrouw de Mendelssohn Prijs. Ze richtte vrouwenkoren- en orkesten op en vestigde zich uiteindelijk in een dorpje in Zwitserland, waar ze ‘La piccola Olandese’ (‘de kleine Hollandse’) werd genoemd. ‘Ze was dan wel klein van stuk, maar groots van statuur’, besluiten Van Pol en Milford. ‘Hoog tijd dat ze, net als Tante Leen, Bolle Jan en Manke Nelis een standbeeld krijgt op het Johnny Jordaanplein in Amsterdam.’

foto: Wikipedia

Elisabeth Kuyper: Dienaar van de kunst

‘Van kindsaf koesterde ik een vurige liefde voor kunst en voor muziek in het bijzonder’, schreef Elisabeth Kuyper op haar 51e.Dichters, schrijvers, schilders en componisten waren mijn helden. Omdat mijn liefde voor kunst zo groot was, stelde ik me al vanaf mijn zesde geheel in op muziek. Toen ik zeven jaar was verklaarde mijn eerste leraar dat hij me niets meer kon leren. […] Zoals een priester voor het geloof, zo was ik voorbestemd dienaar van de kunst te worden. Ik was , bereid alles voor haar op te offeren – vriendschap, liefde, positie, en respect.’

Deze ietwat geëxalteerde woorden pende Kuyper in 1928 neer in haar autobiografie Mein Lebensweg. Ze had toen nog 25 jaar voor de boeg, maar kon al terugblikken op een leven waarin ze inderdaad al aardig wat offers had gebracht voor de muziek. Tot haar vroegtijdig overlijden in 1953 bleef ze zich inzetten om haar werk uitgevoerd en uitgegeven te krijgen en de positie van vrouwen te verbeteren. Voor zover bekend vond zij nooit een levenspartner. Aanvankelijk oogstte ze veel succes, maar tegen het einde van haar leven werd ze grotendeels vergeten en nog altijd wordt haar muziek zelden uitgevoerd.

Elisabeth Kuyper, roepnaam Lize, werd op 13 september 1877 geboren als oudste van drie kinderen. Haar ouders dreven een manufacturenzaak in de Jordaan, toen nog een volksbuurt van Amsterdam. Haar jongere zusje stierf al toen ze nog maar drie jaar oud was en Lize groeide op met enkel een broer. Toen haar moeder ziek werd, sloot de winkel zijn deuren en nam vader een baantje als belastingambtenaar bij de Gemeente Amsterdam. Hoe oud Lize op dat moment was, wordt nergens vermeld.

Hoewel ze tot de middenklasse behoorden was het gezin niet rijk. Er stond wel een Pleyel-piano in huis, waarop Lize al zeer jong blijk gaf van haar bijzondere muzikale begaafdheid. Er was kennelijk ook geld voor pianolessen, getuige haar opmerking dat ze al op haar zevende net zoveel van muziek wist als haar leraar. Toen ze twaalf jaar was, ging ze naar de muziekschool van de Maatschappij ter Bevordering de Toonkunst, voorloper van het Conservatorium van Amsterdam.

Ze volgde er de vakken piano, zang, solfège, contrapunt, compositie en theorie. Haar docenten waren kennelijk onder de indruk van haar talent, getuige hun loftuitingen in haar poëziealbum. Haar pianoleraar schreef er zelfs een kleine compositie voor piano solo in. Na vijf jaar bekroonde Kuyper haar opleiding met diploma’s voor piano én piano-onderwijs – dit laatste met onderscheiding. Bij haar afstuderen speelde ze naast stukken uit het klassieke repertoire ook enkele eigen werken, die echter verloren zijn gegaan. In deze periode zou ook een korte opera van haar zijn uitgevoerd, Een Vrolijke Episode uit het Nederlandsche Volksleven, die echter evenmin bewaard is gebleven.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Berlijn

In 1896 besluit ze haar studie voort te zetten in Duitsland, destijds het Mekka voor ambitieuze jonge musici. In 1896 doet ze toelatingsexamen voor de Königliche Hochschule für Musik und Darstellende Kunst in Berlijn, die geleid wordt door de beroemde violist Joseph Joachim. Als eerste vrouw wordt ze toegelaten, maar het algehele klimaat valt haar tegen: ‘Bald kam die Enttäuschung!’, schrijft ze in haar memoires. ‘Wo ich das Höchste wünschte und instinktiv das Geniale suchte, fand ich Talent, Fleiß und Filistertum!'

Enthousiaster is ze over Max Bruch (1838-1920), die compositie doceert aan de Akademie der Künste in Berlijn. ‘Hij gaf gratis les aan studenten die hij begaafd vond, maar liet er per jaar slechts zes toe tot zijn klas’, schrijft ze hierover. Hoewel ze gewend is dat veelal enkel mannen geschikt worden geacht – ‘vrouwen kunnen immers niet componeren!’ – stapt ze in 1901 op Bruch af om hem haar werk voor te leggen. ‘Hij was een aardige en fijngevoelige man die meteen vertrouwen wekte. […] Al na een paar dagen kwam het bericht dat ik uitverkoren was tot meesterstudent van Max Bruch.’ Ook ditmaal is Kuyper de pionier, want ‘voor het eerst opende de Akademie haar poorten voor vrouwen’.

De ontmoeting met Bruch is een gelukstreffer. Niet alleen is hij een inspirerende compositiedocent, maar ook zal hij veel van haar orkestwerken in première brengen. Hij helpt haar daarnaast met praktische zaken. Zo verwerft ze dankzij hem verschillende studiebeurzen en wordt ze in 1908 aangesteld als docent compositie aan de Hochschule für Musik – wederom als eerste vrouw. Hij regelt bovendien dat ze het Pruisisch staatsburgerdom krijgt, noodzakelijk voor een vaste aanstelling. ‘Hij vocht als een leeuw voor mij tegen de vooroordelen die de wereld koesterde jegens creatieve vrouwen’, jubelt ze in haar memoires.

Eerste successen

Kuyper is in deze periode zeer productief en haar composities worden al snel op grote concertpodia uitgevoerd, ook in Nederland. In 1902 brengt ze samen met de violiste Marie Hekker haar Sonate voor viool en piano in A-groot in première tijdens een muziekfeest van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst in Nijmegen. Verschillende recensenten loven haar talent, dat echter volgens sommigen nog wat moet rijpen. De componist Daniël de Lange is ronduit enthousiast. Hij noemt haar behandeling van het muzikale materiaal ‘meesterlijk’ en bestempelt het tot een aanwinst voor de vioolliteratuur.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Ook haar Serenade voor orkest wordt goed ontvangen. Max Bruch dirigeert de première in februari 1905, een half jaar later wordt deze uitgevoerd in het Kurhaus in Scheveningen. ‘Een knap geschreven werk’ oordeelt de recensent van Het Vaderland. Wel hoort hij iets te veel een ‘Gade-Haydn’sche sfeer’ en mist hij nog een echt ‘persoonlijk stempel’. Maar ‘Kuyper is nog jong’, concludeert hij welwillend. De Serenade neemt een hoge vlucht wanneer zij in 1913 wordt opgenomen in de gezaghebbende Führer durch den Konzertsaal en in één klap belandt tussen de grote repertoirestukken. – Nog datzelfde jaar dirigeert Willem Mengelberg het stuk bij het Concertgebouw Orkest.

In 1905 krijgt Kuyper de Felix Mendelssohn Prijs voor talentvolle jonge componisten, een stipendium van 1500 Duitse Mark. De door Joachim geleide jury heeft unaniem voor haar gekozen; weer is zij de eerste vrouw ooit. Twee jaar later schrijft ze haar Vioolconcert opus 10, dat zal uitgroeien tot haar bekendste en meest gespeelde compositie. Bruch dirigeert de première, die positief wordt ontvangen. Het tijdschrift Die Musik looft ‘de edele melodiek van de cantilenen, de fraaie orkestratie en de violistische kwaliteit’. Het Vioolconcert wordt door verschillende orkesten met groot succes uitgevoerd, ook in Nederland. In 2014 verschijnt het op cd.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

In 1908 krijgt Kuyper dankzij Bruch een baan als lerares theorie en compositie aan de Berlijnse Hochschule für Musik. En ja, ook dit keer is zij de eerste vrouw. Ze wordt bovendien correspondent van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, waarvoor ze bericht over het Duitse muziekleven.

Vrouw en dirigent

Kuyper wordt ook actief in de vrouwenbeweging. Ze treedt toe tot de Duitse Lyceum-Club, een vereniging van dames uit de hogere kringen die culturele activiteiten organiseert en politiek-sociaal geëngageerd is. Met enkelen van hen richt ze een koor, dat ze met succes dirigeert tijdens een kunstmanifestatie. Hierop besluit ze ook een professioneel koor op te richten en in 1909 wordt Kuyper dirigent van de Sängerinnen-Vereinigung des Deutschen Lyceum Clubs. ‘Alles Solistinnen mit schönen Stimmen’, noteert ze. Op het programma staan naast het standaardrepertoire ook Kuypers eigen bewerkingen van Duitse en Nederlandse volksmuziek.

De concerten zijn een groot succes en een jaar later richt ze een eigen orkest op, het Berliner Tonkünstlerinnen Orchester. Dit voorziet in een sterke behoefte omdat er in de grote symfonieorkesten nog geen plaats is voor vrouwelijke musici. De naam ten spijt worden de blazersplaatsen grotendeels bezet door mannen. Kuyper treedt veelvuldig op met haar ensemble en maakt grote indruk met haar eigen Festkantate tijdens de tentoonstelling Die Frau in Haus und Beruf in 1912. Helaas is van dit werk (nog) geen opname beschikbaar.

Naast reguliere concerten speelt Kuyper met haar Berliner Tonkünstlerinnen Orchester geregeld voor een minder kapitaalkrachtig publiek – hier schemert haar achtergrond door in een Amsterdamse volkswijk. Ondanks de vele succesvolle optredens en een comité van aanbeveling met prominente leden als de componisten Max Bruch en Engelbert Humperdinck en musicologen als Max Friedländer, sneeft het orkest al na amper twee seizoenen wegens een gebrek aan fondsen. Het is een denigrerende werkelijkheid, die Kuyper hierna nog diverse malen zal ervaren.

Tegenslag

In 1913 dirigeert ze in Amsterdam een ad hoc ensemble in haar Festkantate, tijdens de tentoonstelling De vrouw 1813-1913 in Amsterdam, waar ook enkele van haar partituren worden geëxposeerd. Een recensent noemt haar ‘pittig forse’ dirigeertrant. Aan de Hochschule in Berlijn zit het haar ondertussen niet mee. Anders dan haar mannelijke collega’s krijgt ze pas na vier jaar een vaste aanstelling, ontvangt ze geen pensioenrechten en kan ze elk half jaar ontslagen worden.

Ze lijdt onder de spanningen en ook haar gezondheid laat het afweten. In 1918 ondergaat ze een operatie waarvan ze maar langzaam herstelt en begin 1919 neemt ze ziekenverlof, om in Nederland op adem te komen. Daar overlijdt al snel haar moeder, waarop ze besluit langer in het land te blijven. Bij terugkeer in Berlijn blijkt een nieuwe directeur haar contract te hebben ontbonden ten faveure van een bevriende componist.

Dat is enerzijds een klap, maar anderzijds ook een zegen, want het lesgeven valt haar zwaar en in haar tien jaar aan de Hochschule is ze nauwelijks aan componeren toegekomen. In haar memoires omschrijft ze het docentschap als ‘een martelaarsbaan voor een scheppend kunstenaar’, omdat de creatieve energie onvermijdelijk ‘ten prooi valt aan het lesgeven. Mijn hart en ziel lagen bij de levende kunst, vooral bij het orkest’.

Vol goede moed maakt ze nieuwe plannen. Ze componeert haar Eerste Symfonie en een tweede Vioolsonate (beide vermist). Samen met de dichter Frederik van Eeden plant ze twee toneelprojecten waarvoor hij de tekst en zij de muziek zal schrijven, Beati pacifici en De Broederveete. Na een vliegende start bekoelt de relatie en uiteindelijk loopt het project op niets uit. Wel bleef het manuscript bewaard van Euxodia’s zang voor orgel/piano en sopraan, op een tekst van Van Eeden.

In 1922 richt Kuyper in Den Haag een vrouwenorkest- en koor op, voor een conferentie van de Internationale Vrouwenraad, waar opnieuw haar Festkantate wordt uitgevoerd. Lady Aberdeen, feminist en voorzitter van de Internationale Vrouwenraad, nodigt haar uit naar Engeland te komen om daar een vrouwenorkest te stichten. Eind 1923 dirigeert Kuyper voor het eerst haar London Women’s Symphony Orchestra en krijgt jubelrecensies. De Britse pers noemt haar ‘a brilliant, sincere and fearless musician’ en noemt haar dirigeerstijl ‘fascinating, scholarly and experienced’.

Maar de geschiedenis herhaalt zich: ondanks het succes blijkt het onmogelijk voldoende fondsen te werven, waarop Lady Aberdeen haar adviseert het in New York te proberen. De daadkrachtige Kuyper reist meteen af naar Amerika en richt in 1924 het American Women’s Symphony Orchestra op. Ondanks opnieuw succesvolle concerten, blijkt het ook in ‘nieuwe wereld’ onmogelijk voldoende fondsen te werven voor een vrouwenorkest.

‘Voor de vierde keer liep mijn project stuk op de financiering’, noteert ze teleurgesteld in haar memoires. Vanwege de ‘voortdurende tegenslag kreeg ik een tweede zenuwinzinking. Als ik niet het lot van veel gevoelige kunstenaars wilde delen, zat er maar één ding op: terug naar Europa!’

La piccola Olandese di Muzzano

Ontmoedigd keert ze terug naar Europa, waar ze afwisselend in Duitsland en Zwitserland woont, in het Italiaanstalige kanton Ticino. Ze maakt uitstapjes naar lichtere muziek als Dreams on the Hudson Waltz en Serenata Ticinese en schrijft in 1928 haar memoires. Ze vervult enkele gastdirecties bij de KRO en de Zwitserse radio en vestigt zich in 1939 definitief in Ticino, in het plaatsje Muzzano niet ver van Lugano. Ze krijgt geen werkvergunning, lijdt aan suikerziekte en is onder behandeling van een zenuwarts. Hoe ze in haar levensonderhoud voorziet in deze periode is niet duidelijk. Ze krijgt geen pensioen van de Hochschule, haar muziek wordt steeds minder uitgevoerd en het lukt haar evenmin deze onder te brengen bij een uitgever.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Ze zou wel deel uit hebben gemaakt van Monte Verità, een kunstenaarsgemeenschap in het veertig kilometer noordwestelijker gelegen plaatsje Ascona. Hier zou men haar ‘La piccola Olandese di Muzzano’ (‘de kleine Hollandse uit Muzzano’) hebben genoemd. Het verhaal is mooi, maar kon tot dusverre niet geverifieerd worden. Monte Verità was in de eerste decennia van de twintigste eeuw inderdaad een toevluchtsoord voor non-conformisten. Vegetariërs, theosofen, anarchisten en nudisten, maar ook creatievelingen als Isidora Duncan, Hermann Hesse, Paul Klee en Carl Jung troffen elkaar in een informele sfeer. In 1926 bouwde een van hen er een hotel, dat onconventionele gasten trok – de inwoners van Ascona noemden hen ‘balabiott’, ‘naaktdansers’ – maar pas in de jaren 1950 werd er een cultureel centrum gevestigd.

Hoe het ook zij, Elisabeth Kuyper had het zwaar in het laatste decennium van haar leven. Succes bleef uit, haar muziek werd als ouderwets beschouwd en vanwege geldgebrek liep ze een stevige huurschuld op. Op een ochtend trof de zoon van de huisbaas haar bewusteloos aan in haar woning: door een defecte petroleumkachel had ze een roetvergiftiging opgelopen. Ze werd ijlings naar het nabijgelegen ziekenhuis in Viganello gebracht, waar ze haar niet meer konden redden. Ze was 75 jaar oud.

Veel van haar werk is verloren gegaan, maar een deel van haar persoonlijke documenten en manuscripten is bewaard gebleven. Er zijn plannen haar nalatenschap te ordenen en onder te brengen bij het Nationaal Muziek Instituut. – En wie weet komt dat standbeeld in de Jordaan er ook nog wel.

Amsterdam 25 december 2021

Thea Derks, > klassiek van nu

Voor dit artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het artikel over Elisabeth Kuyper van Willem Jeths en Philomeen Lelieveldt in het boek ‘Zes vrouwelijke componisten’ (Walburg Pers, 1991.)

Ster advertentie
Ster advertentie