Diskotabel

Peter van der Lint: “Er gaat niets boven een liveconcert”

NTR
foto: Peter van der Lintfoto: Peter van der Lint
  1. Klassiekchevron right
  2. Peter van der Lint: “Er gaat niets boven een liveconcert”

Muziekjournalist Peter van der Lint gaat al lang mee in de klassieke muziekscene en de hoeveelheid artikelen van zijn hand is werkelijk waar niet te tellen. Als recensent neemt hij geen blad voor de mond en in het interview deinst hij er ook niet voor terug om Bachs Matthäus opzij te schuiven ten gunste van een ander werk.

Iedere week reageert een panellid van Diskotabel op een aantal onmogelijke keuzes, die bieden immers een verhelderend kijkje in iemands wezen. Hoe luisteren de panelleden thuis naar muziek? Staat hun speellijst op shuffle of op repeat? En welke instrumentele bezetting heeft hun voorkeur? Deze week: muziekjournalist Peter van der Lint.

Wie is Peter van der Lint?

Peter van der Lint schrijft al sinds 1985 over muziek. Daarnaast had hij een bijbaantje in een platenzaak waar hij handig zijn enorme repertoirekennis kon ontwikkelen. Hij publiceerde als freelancer in diverse tijdschriften en tegenwoordig is hij in dienst van Trouw. In die krant deelt hij de sterren uit na zijn concertbezoeken en in een wekelijkse column schrijft hij op aanstekelijke wijze over actuele zaken in de wereld van klassieke muziek. Van der Lint begon als kind op blokfluit, stapte over op klarinet, switchte naar sopraansaxofoon en ging tijdens zijn studie dwarsfluit spelen. Als koorlid – ja, zingen deed hij óók nog – zong hij onder meer onder leiding van dirigenten als Hartmut Haenchen en Hans Vonk.

Concert of cd?

Als ik een stuk echt mooi vind en me er even helemaal aan over wil geven is een cd prachtig. Ik luister dan het liefst met koptelefoon, zonder dat er ook maar een ademhaling van een buurman is die het moment verstoort. En het is handig als je een werk niet kent of als je uitvoeringen met elkaar wil vergelijken. Ik heb thuis een hele verzameling die ik eigenlijk zie als bibliotheek om dingen in op te zoeken. En op zolder staan ook nog allemaal lp’s.

Toch gaat niets boven een liveconcert. In een volle zaal met tweeduizend man in doodse stilte naar een concert luisteren, dat is met niks te vergelijken. De afgelopen jaren zat ik tijdens de coronacrisis soms met maar een handjevol mensen in de zaal – op een keer zelfs met maar vijf mensen in de grote zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Dan heb je pas echt door wat zo’n volle zaal toevoegt.

Samen of alleen?

Samen luisteren is geweldig, maar echt opgaan in een stuk lukt vaak toch beter als ik alleen ben. Jeremy Denk schrijft in zijn roman Een merkwaardig leven lang klassiek hoe hij als klein jongetje luistert naar Sinfonia concertante van Mozart en voelt hoe hij van binnenuit wordt gevuld met muziek. Terwijl hij naar zijn ouders rent om erover te vertellen, realiseert hij zich dat het onmogelijk is om ze deelgenoot te maken van zijn gevoel. Dat herken ik. Sommige ervaringen zijn alleen voor jezelf.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Matthäus of Messiah?

Van jongs af aan ben ik een Händelfan, dus laat ik de knuppel maar eens in het hoenderhok gooien: de Messiah! Sinds de première is dat werk nooit meer van het concertrepertoire verdwenen, dus er moet iets in zitten dat mensen telkens weer aanspreekt. Dat kun je niet zeggen van de Matthäus-Passion van Bach, want die verdween en werd na een afwezigheid van honderd jaar pas weer op de lessenaars gezet en is nu vooral bij ons in Nederland populair.

Messiah: groots of intiem?

Door tijd heen is de bezetting die men nodig acht voor de Messiah steeds verder gegroeid. In het Victoriaanse Engeland waren de koren in opkomst en die boden tegen elkaar op waardoor de bescheiden originele bezetting van Händel maar groeide en groeide. In Amerika was er naar verluidt zelfs een keer een uitvoering met meer dan duizend zangers in het koor, dat moet horrible zijn geweest.

Als voorbereiding op de uitzending van Diskotabel over de Messiah heb ik ook net de bewerking beluisterd die Eugene Goossens maakte. Bekkens, pauken, trommels! Zo had ik het de muziek nog nooit gehoord, dat maakte het intrigerend.

Toch heeft Händel al die toeters en bellen niet nodig. Mijn voorkeur gaat uit naar de intiemere variant, bijvoorbeeld de uitvoering van John Butt en het Dunedin Consort.

Herkenning of verrassing?

Als je al zo lang meegaat in de klassieke muziekwereld, is het leuk om toch nog verrast te worden. Een verrassing kan schuilen in een bekend werk in een nieuwe uitvoering die mij de oren opnieuw doet spitsen, maar het kan ook om een compleet nieuw stuk gaan. Pas geleden hoorde ik in het Concertgebouw het hoboconcert van Alexander Raskatov. Wat die man had verzonnen aan vormpjes en thema’s was fascinerend, daar ben ik helemaal in opgegaan. Na afloop van zo’n concert ben ik verrukt dat het met dezelfde nootjes nog altijd mogelijk is om me te verrassen.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Viotti of Mäkelä?

Dat is een moeilijke… Als ik moet kiezen, dan toch Klaus Mäkelä, omdat ik in hem de meeste potentie proef om te groeien. Mäkelä heeft voor mijn gevoel een meer onderzoekende houding, hij dirigeerde bij het Koninklijk Concertgebouworkest al meerdere keren hedendaags repertoire en het is ongekend hoe goed hij op zijn leeftijd alles al beheerst.

Ik zeg het met pijn in het hart hoor, want ook bij Lorenzo Viotti bespeur ik die groeimogelijkheden. Bovendien is het geweldig wat hij met het publiek doet, de zaal vooraf toespreken en de introductie van toegiften bijvoorbeeld. Ik herinner me meteen die avond waarop hij voor het eerst Mahlers Vijfde symfonie in het Concertgebouw dirigeerde. Na afloop liet hij zijn orkestleden opstaan om het Ave verum corpus van Mozart te zingen.

Favoriete opname van dit moment?

Toevallig is dit het moment van het jaar waarin alle lijstjes weer in de kranten verschijnen. Afgelopen weekend publiceerde ik ook al mijn top 3 van dit jaar. De box met radio-opnames van Harnoncourt op plek 3 en op 2 de Sibeliusbox van Mäkelä en het Philharmonisch Orkest van Oslo. Met stip op 1 staat dit jaar Pelléas et Mélisande van Debussy, uitgevoerd door François-Xavier Roth en Les Siècles. Het is verrassend hoe anders die opera ineens klinkt als die wordt gespeeld op tijdeigen instrumenten. Ik heb er gebiologeerd naar geluisterd.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Gerelateerde podcast

Diskotabel

Diskotabel

Ster advertentie
Ster advertentie