Naar homepage
Beluister ZaterdagMatinee-archief

16 december 2017: Vasily Petrenko dirigeert De gouden haan

  1. Klassiekchevron right
  2. 16 december 2017: Vasily Petrenko dirigeert De gouden haan

‘Kikeríkakóé’! Rimski-Korsakovs Poesjkin-opera De gouden haan (1907) was in december 2017 voor het eerst in de Matinee te beluisteren. Het stuk beleefde zijn première in 1909, de componist was al niet meer onder de levenden, maar pas Sergej Diaghilevs productie in Parijs en Londen (1914) bracht de kunstwereld in beweging.

Op een mooie manier had de oude Rimski een satire op de blunderende tsaar Nikolaj II geschreven. Zoals Poesjkin in 1834 al beschreef hoe ‘een tsaar’ lui dreigingen aan de grens veronachtzaamde, zo beschreven Rimski en zijn librettist Vladimir Belski de situatie in hun tijd (met de Russisch-Japanse oorlog van 1904-1905 nog vers in het geheugen).

Vasiliy Petrenko over De gouden haan

Censuur

Muzikaal gezien verwijst Rimski in zijn laatste grote werk naar belangrijke opera’s die Rusland sinds begin negentiende eeuw had voortgebracht. Zijn Gouden haan is ondenkbaar zonder de sprookjesachtige Roeslan i Ljoedmila van Glinka, Borodins Vorst Igor en zijn eigen Legende van de onzichtbare stad Kitezj en het meisje Fevronia. Quasi-oriëntaalse klanken contrasteert hij met een Russische volksliedstijl. Wat dat betreft nog weinig nieuws onder de zon. Maar dit keer ‘wint’ het Oosten, in de personificatie van een oosterse astroloog. De begeerde oriëntaalse koningin Sjemacha verdwijnt uiteindelijk in het niets, en de magische gouden haan die tsaar Dodon moest waarschuwen voor een buitenlandse aanval pikt de even luie als hoogheidswaanzinnige heerser dood.

06 a51b520e6d Gouden haan decor
Het decor uit 1909 voor de tweede akte uit De gouden haan.

De epiloog die Belski aan de opera toevoegde suggereert dat enkel de astroloog (een extreem hoge tenorrol) en de koningin ‘echt’ waren en al de rest, de zwakzinnige tsaar en zijn idiote Russische volk, fantasie. Toen wisten de censors – de censuur was minstens zo streng als in het Rusland van Poetin – voldoende. De suggestie dat de Russische tsaar niet in de realiteit zou leven was duidelijk genoeg...

Beluister het concert

Radio Filharmonisch Orkest
Groot Omroepkoor
Vasily Petrenko, dirigent
Martin Wright, koordirigent

Tsaar Dodon: Maxim Mikhailov, bas
Tsarevitsj Gvidon: Viktor Antipenko, tenor
Tsarevitsj Afron: Andrei Bondarenko, bariton
Vojevoda Polkan: Oleg Tsibulko, bas
Huishoudster Amelfa: Yulia Mennibaeva, mezzosopraan
De astroloog: Barry Banks, tenor
De koningin van Sjemacha: Venera Gimadieva, sopraan
De gouden haan: Aleksandra Kubas-Kruk, sopraan

Rimski-Korsakov - De gouden haan

Russische opera in de Matineegeschiedenis

Op 6 januari 1973 klonk voor het eerst een Russische opera in de sinds 1961 bestaande Matineeserie: Tsjaikovski’s Jevgeni Onegin onder leiding van David Lloyd Jones, met solisten als Horiana Branisteanu (Tanja), Ortrun Wenkel (Olga), Benjamin Luxon (Onegin) en Robert Holl (Gremin). Ondanks taalproblemen en ‘onaangenaamheden’ van politieke aard (wat een heerlijk Russisch eufemisme!) die het uitnodigen van Russische zangers en dirigenten lange tijd bemoeilijkten, bleef de Russische opera in de Matinee terugkeren, vaak met Hans Vonk en Edo de Waart als dirigent, en vanaf 1991 ook met Valery Gergiev.

Een overzicht:

Tsjaikovski - Jevgeni Onegin (David Lloyd Jones, 1973)
Rachmaninov - Aleko (Edward Downes, 1974)
Tsjaikovski - Iolante (Hans Vonk, 1975)
Tsjaikovski - Tsjerevitsjki (Hans Vonk, 1976)
Stravinsky - Mavra (Jean Fournet, 1979)
Tsjaikovski - Mazeppa (Hans Vonk, 1980, voor het eerst met een Russische cast)
Moesorgski - Boris Godoenov (Edo de Waart, 1982)
Stravinsky - De nachtegaal (Hans Vonk, 1983)
Moesorgski - Chovansjtsjina (Woldemar Nelsson, 1985)
Sjostakovitsj - Lady Macbeth van het district Mtsensk (Henry Lewis, 1985)
Prokofjev - L’ange de feu (Henry Lewis, Franse versie, 1989)
Moesorgski - Salammbô (Zoltán Peskó, 1989)
Glinka - Ivan Soesanin (Edo de Waart, 1989)
Tsjaikovski - Schoppenvrouw (Valery Gergiev, 1991)
Prokofjev - Oorlog en Vrede (Edo de Waart, 1991)
Tsjaikovski - Tsjarodejka (Valery Gergiev, 1992)
Borodin - Vorst Igor (Valery Gergiev, 1993)
Rimski-Korsakov - De legende van de onzichtbare stad Kitezj en het meisje Fevonia (Valery Gergiev, 1993)
Rimski-Korsakov - Kasjtsjej de Onsterfelijke (Valery Gergiev, 1994)
Glinka - Roeslan en Ljoedmila (Valery Gergiev, 1996)
Prokofjev - De liefde voor de drie sinaasappelen (Valery Gergiev, 1997)
Rimski-Korsakov - Snegoerotsjka (Valery Gergiev, 1999)
Sjostakovitsj - Lady Macbeth van het district Mtsensk (Valery Gergiev, 2000)
Prokofjev - Maddalena (Nikolai Aleksejev, 2001)
Sjostakovitsj - De spelers (Nikolai Aleksejev, 2001)
Tsjaikovski - De Maagd van Orléans (Nikolai Aleksejev, 2003)
Rimski-Korskav - Mlada (Valery Gergiev, 2004)
Prokofjev - De vuurengel (Leif Segerstam, Russisch gezongen, 2010)
Tsjaikovski - Mazeppa (Alexander Vedernikov, 2014)
Stravinsky - De nachtegaal (Charles Dutoit, 2015)
Prokofjev - Semjon Kotko (Vladimir Jurowski, 2016)
Rimski-Korsakov - De gouden haan (Vasily Petrenko, 2017)
Moesorgski - Boris Godoenov (Pablo Heras-Casado, 2018)
Rachmaninov - Francesca da Rimini (Stanislav Kochanovsky, 2019)

Ster advertentie
Ster advertentie