In de kersttijd struikel je er bijna over: uitvoeringen van het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach. Wat de Matthäus Passion is voor Pasen, is het Weihnachtsoratorium voor Kerst. Maar waar komt deze traditie vandaan?

Hoe componeerde Bach?
Volgens Bachs beroemdste zoon, Carl Philipp Emanuel, werkte zijn vader altijd met een vaste volgorde bij het componeren van vocale muziek. Als eerste schreef hij de zangmelodie bij de tekst. Zo kon hij de muziek helemaal voegen naar de tekst en de betekenis van de woorden. Sommige woorden kon hij dan benadrukken met een opvallende wending in de muziek. Maar ook de rest van de muziek kon hij dan in de sfeer van de tekst componeren. Luister maar naar het begin van het Weihnachtsoratorium. Je hoort feestelijk trompetgeschal en statige paukenslagen, terwijl het koor in de eerste versie van het oratorium precies daarover zingt: 'Tönet ihr Pauken, erschallet Trompeten.' (Sla de pauken, laat de trompetten schallen.) Een betere manier om de feestdagen aan te kondigen is er niet.


Want dat is waar het Weihnachtsoratorium over gaat: de zes delen omvatten de periode van feestdagen. De geboorte van Jezus, de aankondiging aan de herders en de aanbidding van de herders worden bezongen in de eerste drie delen. Het vierde deel is bedoeld voor Nieuwjaarsdag en de laatste twee delen beschrijven de reis en aanbidding van de Drie Wijzen. Bach heeft de zes delen van het Weihnachtsoratorium speciaal gecomponeerd voor de diensten tussen Eerste Kerstdag en Driekoningen in 1734 en 1735 - en in die tijd van het jaar wordt het Weihnachtsoratorium dus nog steeds uitgevoerd.

Opdrachten
De kerk was een grote bepalende factor in het muzikale oeuvre van Bach. Zijn functie als cantor in Leipzig betekende dat hij veel muziek moest schrijven in opdracht van de kerk. Voor iedere zondag moest hij een nieuwe cantate schrijven - er zijn dan ook meer dan 200 cantates bewaard gebleven. Maar Bach componeerde ook wel eens in opdracht van anderen: hij heeft een stuk of twintig cantates geschreven voor eenmalige, feestelijke gelegenheden, zoals verjaardagen van de adel of lokale, vooraanstaande mensen.

Dat komt me bekend voor...
Het kan zijn dat je naar muziek van Bach luistert en denkt: 'Hé, dat komt me bekend voor!' Dat kan kloppen. Doordat de niet-kerkelijke cantates voor een speciale gelegenheid waren geschreven, konden ze maar één keer uitgevoerd worden. Dus Bach kon zijn muziek prima nog eens gebruiken in zijn kerkcantates. Zo'n stuk met hergebruikte muziek heet een 'parodie'. Het Weihnachtsoratorium is ook een parodie. Voor het openingskoor dook Bach weer even in een cantate (BWV.214) die hij had gecomponeerd voor de verjaardag van Maria Josepha, de koningin van Polen. Maar de originele tekst, 'Tönet ihr Pauken, erschallet Trompeten,' heeft hij voor het Weihnachtsoratorium aangepast. Deze beslissing heeft Bach, die theologisch sterk onderlegd was, waarschijnlijk zelf genomen, maar er wordt ook gezegd dat hij de tekst onder druk van buitenaf moest aanpassen. Daarom zingt het koor in de uiteindelijke versie van het Weihnachtsoratorium: 'Jauchzet, frohlocket, auf preiset die Tage'. (Juich en jubel, prijs de dag.) Zo passen het trompetgeschal en de paukenslagen nog steeds goed bij de tekst.