De Torenkamer: Max Schulze - Dag 2

De Torenkamer: Max Schulze - Dag 2

De opwinding na mijn eerste minuten op de radio maakt dat ik maandagavond lastig in slaap kom. Tussen elf en twaalf heb ik een soort hyperzintuig ontwikkeld dat van elke regendruppel die langs mijn raam naar beneden glijdt een oorverdovende donderslag maakt.

Dat is de volgende ochtend te merken. Ik slaap door mijn eerste wekkers heen, begraaf mezelf onder een grote hoeveelheid kussens en strompel uiteindelijk buitengewoon humeurig naar beneden, waar ik een paar koppen koffie en mijn ontbijt naar binnen werk. Het weer lijkt op mijn gemoedstoestand te zijn afgestemd; grauw en zwaar, de wolken komen bijna door de ramen de kamer binnen.Het begin van de dag is minder mild dan ik had gehoopt. Alle wilde plannen die de afgelopen nacht in mijn hoofd hebben gesudderd maken dat ik in lichte paniek en zonder enige voorbereiding of een duidelijk plan de stad in fiets om nieuw materiaal te kopen. Vrijwel elk stoplicht dat ik gedurende mijn drieƫnhalf uur in beslag nemende fietstocht tegenkom springt zodra ik het nader op rood, hordes toeristen duiken uit onverwachte hoeken de fietspaden op en de kassameisjes die ik tegenkom zijn niet alleen uitermate oninspirerend, maar ook nog eens bijzonder traag. Vandaag is niet mijn dag.

Als ik mijn kleine wereldreis van West naar Oost naar Centrum en vervolgens weer richting het Vondelpark heb afgelegd en mijn fiets in het rek gooi, ben ik woest. Ik storm de Torenkamer binnen, werp me op de enorme stapel foto's die ik tussendoor nog even uit mijn atelier heb gevist en begin als een bezetene te knippen, kwasten en scheuren. In een korte tijd raakt het maagdelijke papier van mijn nieuwe schetsboeken bevlekt, beklad en bezoedeld en is de vloer bezaaid met overblijfselen van foto's, tubes verf en verdwaalde potloden. Ik laat mijn blik kort over de rommel glijden en besluit dat het dat inderdaad is: rommel. Even voel ik me belachelijk machteloos en nutteloos. Ik maak me uit de voeten en raas een uur uit in het park terwijl de toch al niet geheel zichtbare zon zich achter de bomen verbergt.

Bij terugkomst in mijn kraaiennest blijkt het allemaal enorm mee te vallen. De collages en tekeningen die ik heb gemaakt bevallen me eigenlijk wel. Zelfs de lullige tekeningetjes die ik uit frustratie bijna had weggegooid mogen er zijn. Toch ben ik niet tevreden. Ik sla nog een aantal boeken open, lees wat zonder echt iets op te slaan en zet wat snelle krabbels op papier, maar besluit dan toch om er een einde aan te breien. Soms kan je brein je nu eenmaal enorm in de weg zitten. Gelukkig is er morgen weer een dag. Vanavond ga ik vroeg naar bed en ik zal er morgen alles aan doen om het park niet te hoeven verlaten. Alleen al de gedachte daaraan stemt me een stuk positiever.