8:45 ZKV met A.L. Snijders

Alsde korzelige man voor de deur staat, verlang ik naar een hond. Ik heb altijdhonden gehad, in de stad en op het land. Grote honden die je meesleurden als zeeen haas in het maïs ontdekten, en honden als kleine aapjes op de arm vandromende vrouwen in landen aan de Middellandse Zee. Ik ken de korzelige man, wezijn geen vrienden, maar praten wel met elkaar als het zo uitkomt. Ik ben nooitbij hem thuis geweest, hij komt wel bij mij op bezoek. Meestal ben ik buitenmet een tang of een zaag, een bijl of een schoffel. Ik verlaat het erf nietvaak. En dat is nu juist wat de korzelige man me verwijt, dat ik me nauwelijksverplaats.

Hijis het type dat zich aanmeldt bij het Vreemdelingen Legioen en na een dagdeserteert – een romanticus.

'Allesbeweegt, niets blijft' is zijn lijfspreuk, liefst uitgesproken in het Grieksvan Herakleitos die 'm bedacht heeft in de vijfde eeuw voor Christus. Ik houdinderdaad van daadloosheid, de onrust van de korzelige man irriteert me. Hetmerkwaardige is dat ik hem beter kan velen als ik hem op het erf aantref.Binnen in het huis gaat hij aan tafel zitten, ik moet hem wat te drinkenaanbieden, ik krijg hem niet makkelijk op een beschaafde manier het huis uit.Buiten toon ik me een verzamelaar, ik loop rond en verzamel hout en stenen enbladeren, hij moet meelopen met zijn verhalen.

Opdit moment staat de eendags-legionair voor de deur, ik zie hem vanuit eenveilige plek, ik neem een besluit: ik koop een hond die blaft als er iemand ophet erf loopt, een hond die mij beschermt tegen het ongevraagd rusteloze leven.