Torenkamer - Basje Boer - Dag 1

Wat is het uitzicht vanuit De Torenkamer sensationeel: bruine, gele en groene bladeren, eenden in de vijver, honden aan de oever, dik ingepakte Amsterdammers op de fiets of onder paraplu’s; een laag mist hangt er overheen als een Instagram-filter. De komende week is dit mijn uitzicht, terwijl ik schrijf aan een nieuw boek; het beginnetje van een nieuwe roman. Of nou ja, beginnetje: ik heb beloofd dat ik het hele eerste deel af ga maken. Het is lastig in te schatten hoe realistisch dat voornemen is: je weet tenslotte niet waar je tegenaan loopt tijdens het schrijven. Hele romans verdwijnen in digitale prullenbakken wanneer een vooropgezet plan toch niet blijkt te werken. 



Terwijl ik dit schrijf, begint de schemer in te vallen. Op de voorgrond bestaat mijn uitzicht uit een papieren koffiebekertje, een glas water, boeken, nog meer boeken, een notitieboekje, een pen. Mijn laptop natuurlijk, waarop ik dit tik. Het notitieboekje gebruik ik om tekeningen te maken: de route die een personage wandelt, minimalistische schetsen van de personages. Zo krijg ik iets meer grip op de wereld die ik beschrijf. De boeken die ik heb meegenomen gaan vooral over film: twee naslagwerken, een boek over scenarioschrijven en op mijn iPad het script van The Breakfast Club. Maar ik heb ook een roman mee, De mindere goden van Eimear McBride, en een dichtbundel van E. E. Cummings. Het luistert heel nauw, wat je kunt lezen terwijl je zelf aan het schrijven bent. Het moet niet te veel lijken op wat je zelf aan het doen bent, heb ik gemerkt. Het juiste boek voegt iets toe aan je eigen werk, het verkeerde boek werkt tegen je. 

Het wordt echt donker nu. Achter het beeldscherm van mijn computer doemt mijn eigen gestalte op, weerspiegeld in het raam. In de donkerte van mijn gezicht zijn de bladeren van de bomen te ontwaren, soms een jogger, een voorbijganger in een rode jas. De buitenwereld en ik komen zo samen in één beeld. Ik moet mijn best doen er niet een metafoor in te zien.

IMG_0231.JPG