Torenkamer - Pauline Sparreboom - Dag 5

Ava en ik zijn uit elkaar. Dat komt waarschijnlijk door de manier waarop een verhaal functioneert ten opzichte van een gedicht. Voor het schrijven van poëzie moet je namelijk incalculeren dat zeventig procent van wat je hebt bedacht niet in het eindproduct komt. Maar, de overige dertig procent bestaat dan wel uit het mooiste van alles, aangezien het bestaansrecht van een gedicht ‘m zit in de mooiste zinnen. Een roman heeft gemiddeld vijf wereldzinnen. ‘The life and times of Michael K.’ bijvoorbeeld, heeft er zes, terwijl ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ er vier telt. De rest is zeg maar heel goed, maar niet ‘gedichtgoed’. Anders goed. Een verhaal, dat ongeveer driehonderd pagina’s minder is, zou dan relatief gezien 0 van zulke zinnen bevatten. Dat betekent dus dat negenennegentig procent van mijn denken niet in het verhaal komt, plus, dat het ene overgebleven procentje niet eens het allermooiste mag zijn. Mijn eerste prozapoging bijvoorbeeld, van jaren geleden, had dat principe nog niet helemaal omarmd. Het resultaat was een soort Simeon ten Holt op papier. Het begint leuk, maar je eindigt altijd wiegend in een stoel met de handen over de oren. Soms wordt er ook gehuild. Er moeten ook lelijke zinnen in een verhaal, anders is het niet te doen. Er blijft dus maar weinig over van Ada om van te houden. Breekt mijn hart.