60 jaar ZaterdagMatinee De meest memorabele concerten uit het omroeparchief

Meer informatie

Korte inhoud van de opera Ghiselle van César Franck

Eerste akte
We zijn in Parijs, ten tijde van het regentschap van Frédégonde, in de zesde eeuw na Christus. Frédégonde ontvangt haar overwinnende Neustriaanse leger dat onder leiding van de dappere Gonthram de Austrasiërs heeft verslagen.
De koningin geeft de overwinnaar een zetel naast zich. We vernemen dat ze verliefd is op Gonthram. De edelman Theudebert zingt een loflied op de Gallische wijn die troost biedt als men in den vreemde is. Dan verzoekt Theudebert of een dichter de overwinning zou kunnen bezingen voor de gehele vergadering, zoals dat de gewoonte is.
De koningin geeft die taak aan Ghiselle, een Austrasische van edel bloed die al twintig jaar gevangene is aan het hof van Neustrië. Gonthram, die verliefd is op Ghiselle, vindt dat geen goed idee, maar Frédégonde meent dat dit een mooie, vernederende opdracht voor Ghiselle is.
Als Ghiselle verschijnt, is die verward als ze Gonthram ziet: ze is verliefd op hem, maar anderzijds is hij de veroveraar van haar vaderland.  Ze zou hem moeten haten. Frédégonde vraagt haar om in een krijgslied de overwinning van de Neustrianen te bezingen. Ghiselle zet dat lied in, maar voorziet het meer en meer van haar haatgevoelens jegens de ‘laffe zonen van Neustrië’. Frédégonde en haar mannen worden er onrustig van, maar Ghiselle stopt niet voordat ze haar vijand alle ellende heeft verweten die haar is overkomen: haar vader en haar broers zijn gedood door de vijand, haar moeder is verdwenen en zijzelf is ontrukt aan alles wat haar dierbaar was.
Gonthram stelt zichzelf tussen de woedende edelen en Ghiselle. Daardoor realiseert Frédégonde zich tot haar grote ergernis dat Gonthram verliefd is op Ghiselle. Ze stuurt de edelen weg, op twee na die Ghiselle moeten bewaken. Voor de neus van Ghiselle verleidt ze Gonthram door hem haar hand en de kroon van Neustrië aan te bieden. Gonthram antwoordt dat een heilige liefde hem aan een ander bindt. Hij brengt Ghiselle voor Frédégonde en vraagt of de koningin toe wil staan in hun huwelijk.
Frédégonde haalt Theudebert echter terug en geeft hem Ghiselle als slavin tot geschenk. Ze draagt Theudebert op om Ghiselle mee te nemen en gaat weg. Theudebert en Gonthram raken bijna slaags en worden van elkaar gescheiden door terugkerende edellieden: in het paleis mag niet gevochten worden. De twee mannen spreken daarom af op een open plek in een nabijgelegen bos.

Tweede akte
We zijn op de open plek in het woud, waar het duel plaats gaat vinden. De muziek herinnert enigszins aan het tweede deel van Francks symfonie in d klein.
De oude Gudruna, moeder van Ghiselle, is voor haar hut bezig met het mengen van kruiden voor haar toverdranken. De tovenares en priesteres van Odin roept de geesten op van haar overleden familieleden. Ze ziet dan haar gedode kinderen voor zich, maar tussen deze schaduwen vindt ze nergens Ghiselle. Waar is die dochter? Ze heeft de aarde afgezocht naar haar kind.
Gonthram verschijnt en als Gudruna om een aalmoes vraagt, gooit hij zijn gouden medaillon naar haar toe. De tovenares neemt hem bij de hand en voorspelt zijn dood. Theudebert komt nu ook bij de open plek en daagt Gonthram uit. Ghiselle is hem gevolgd: ze betuigt Gonthram haar steun. Gonthram wint het snel van Theudebert, maar schenkt hem het leven. Woedend trekt Theudebert zich terug.
Gonthram en Ghiselle zijn nu samen en vrij. Gonthram dankt de God der christenen en Ghiselle roept de heidense goden aan. Het tweetal zweert eeuwige trouw.
Een fanfare in de verte kondigt de komst van een jachtstoet aan. Voordat het tweetal kan vluchten, zijn Frédégonde, Theudebert en het koninklijk gevolg ter plaatse.
Frédégonde is kwaad om het verlies van Theudebert en wil de liefde tussen Gonthram en Ghiselle kapot maken door de laatste naar het klooster te sturen. Gonthram wil dat verhinderen, maar Frédégonde zet een prijs op het hoofd van de rebel. Theudebert gooit zijn speer naar Gonthram. Die wordt getroffen, valt en roept: “Ik sterf.”
Ghiselle wordt weggeleid. Frédégonde neemt vol ironie afscheid van het lichaam van Gonthram.
Gudruna komt uit haar hut en begint de wond van Gonthram te verzorgen. Die komt langzaam bij en noemt de naam ‘Ghiselle’ die de tovenares aan haar dochter herinnert.

Derde akte
We zijn in Parijs, in de doopkapel Saint-Etienne, grenzend aan de Merovingische basilisk van de Heilige Maria, voor de wijding van Ghiselle. Door grote deuren zien we een deel van het schip van de Mariakerk, waar Frédégonde op de troon zit, omringd door haar vazallen en deelneemt aan de ceremonie.
Bisschop Ambrosius leidt de wijding van Ghiselle. Ghiselle spreekt de beloften van kuisheid, nederigheid en armoede uit; ze heeft de liefde van Gonthram opgegeven, omdat ze denkt dat hij dood is, en wijdt zich aan de Here Jezus.
Ambrosius noemt haar dan de echtgenote van de Heer, heilige diaconesse en zijn zuster. Frédégonde komt Ghiselle met haar vazallen bespotten. De bisschop beveelt de koningin daarmee te stoppen en als dat niet gebeurt, dwingt hij haar om de kerk te verlaten. De bisschop troost Ghiselle.
Alleen gebleven, geeft Ghiselle zich over aan haar wanhoop. Ze kan Gonthram niet vergeten en smeekt Jezus om hem voor haar te laten verschijnen. Jezus verhoort dat gebed niet. Daarom richt Ghiselle zich tot de heidense goden van haar jeugd. En dan verschijnt Gonthram, met bebloed gelaat. Hij wil met Ghiselle vluchten.
Ze worden tegengehouden door de bisschop. Die raadt hen aan om uit elkaar te gaan en dreigt dan met vervloeking. Gonthram neemt Ghiselle mee naar de trappen van het altaar en omhelst haar daar.
Omringd door zijn priesters vervloekt de bisschop de gelieven. Terwijl hij zich terugtrekt, geeft hij de zijnen opdracht de poorten van de doopkapel te sluiten en het tweetal zo een graf te geven.
Gonthram stelt Ghiselle voor om te vluchten, maar ze is haar verstand verloren en herkent haar geliefde niet meer. Buiten hoort men hamers de poorten dichtnagelen. Een menigte heeft de kapel in brand gestoken; een muur stort in en door een opening neemt Gonthram Ghiselle mee.
Na een scènewisseling zien we Ghiselle en Gonthram in een boot op de Seine waarna ze de tegenovergelegen oever bereiken en vluchten. De bisschop levert de voortvluchtigen over aan de wraakzucht van het volk.

 Vierde akte
We zijn in het huisje van Gudruna. Gudruna is bezig met haar toverspreuken. Ze raadpleegt haar runen om te weten te komen of Ghiselle nog leeft. Op het moment dat ze, overtuigd dat Ghiselle niet dood is, uitroept “Kom! Kom! Kom!” gaat de deur plotseling open: een bebloede Gonthram komt de hut binnen, Ghiselle met zich meetrekkend.
Hij vraagt om onderdak. Gudruna weigert dit. Ghiselle, die gelooft dat Gonthram een duivel is, vraagt Gudruna om bescherming tegen hem. De tovenares duwt haar echter van zich af, totdat Ghiselle een wiegenliedje begint te zingen dat Gudruna voor haar zong tijdens haar jeugd.
Nu herkent Gudruna haar dochter. Het gevaar buiten de hut wordt echter groter en groter: soldaten naderen. Gonthram wil Ghiselle doden en zichzelf daarna doorsteken. Dat verhindert de tovenares: ze stelt voor om gif te drinken. Ze verheerlijkt de liefde en de dood en laat zowel Gonthram als Ghiselle gif drinken, nadat ze hun huwelijk door een mystieke ceremonie heeft ingezegend.
Ghiselle werpt zich in de armen van haar echtgenoot, die ze eindelijk herkent. De twee gelieven krijgen waanbeelden van het gif: ze zien het paradijs van Odin, een wereld die hen bevrijd van elke hindernis en hen de eeuwige liefde geeft. Het gif doet zijn werk. Gudruna roept Odin aan om de gelieven te ontvangen in het Walhalla.
Op dat moment verschijnen de soldaten en een volksmeute bij de deur van de hut. Vol bravoure toont de tovenares hun de twee levenloze lichamen.