Nederlandse opera's van Vondel tot de Franse tijd

In deze uitzending aandacht voor het bijzondere concert ‘Nederlandse Opera’s van Vondel 1685 tot de Franse Tijd 1812’, een samenwerking tussen 401NederlandseOperas en het Nederlands Muziek Instituut. De betoverende ontdekkingsreis begint in de kraamkamer van de Nederlandse opera, met een reconstructie van de roemruchte wereldpremière van Vondels Faëton als opera. Dat werk effende destijds de weg voor David Petersen Amarillis (1693), Hendrik Anders’ opera’s Den verliefden Rykaart (1695) en Apollo en Dafne (1697) en Servaas de Konincks Athalie en Esther (1697). Van Elias Brönnemuller worden aria’s uit ‘Fasciculus musicus’ (1710) uitgevoerd. Daarna maakt het programma een sprong naar de Haarlems componist Johan Michael Mulligen, die in 1773 het Parijse Théâtre des Italiens op zijn kop zette met het sprookjesachtige Acajou. Een wonderlijk werk waarin het hoofd van prinsesje Zirphile op de Maan wordt geparkeerd, teneinde aan haar belager in het paleis te ontsnappen (waar haar romp vrolijk rondwandelt). Een bijzondere verrassing is de wereldpremière van twee volledig onbekende aria’s uit Beethovens operatorso Vestas Feuer (1803). Deze staan net als het concert in de context van René Seghers’ 401NederlandseOperas handboek Deel I. Dat moet volgend jaar verschijnen en geeft onder meer het definitieve antwoord op de vraag op Beethoven al dan niet in Zutphen is geboren? In de context van dat onderzoek realiseerde Seghers een eigen 401NederlandseOperas-reconstructie van Vestas Feuer met de Alkmaarse componist Cees Nieuwenhuizen. In juni volgend jaar moet de première van het complete torso met orkest plaatsvinden. Tot besluit volgen hoogtepunten uit de eerste Friese opera, een lang verloren gewaand werk van Jean des Communes: ‘t Dorp in het gebergte (ca. 1812).
                 In twee uur tijd hoort u hoe de volstrekt onbekende Nederlandse operageschiedenis tussen 1685 en 1812 een enorme ontwikkeling doormaakt. Het programma staat bol van schitterende muziek in louter wereldpremières van eigen reconstructies, waar jaren aan gewerkt is. Het begeleidende ensemble is Camerata Delft, met Earl Christy op luit/theorbe en Ilil Danin op klavecimbel. De Vlaamse pianist Pieter Dhoore treedt aan in Vestas Feuer en ‘t Dorp in het gebergte. Het vocale ensemble wordt aangevoerd door sopraan Jolien De Gendt, tenor Denzil Delaere, bariton Mattijs van de Woerd en mezzosopraan Sarah Konig. Samen met sopranen Gina de Jong, Marion Bauwens en Liza Dedapper, mezzosopraan Esther Verheye en tenor Hugo Kampschreur tekenen zij voor een wervelend Nederlands zangersfeest.

Aansluitend: Cora Canne Meijer
Enrique Granados, Goyescas
Rosario - Marilyn Tyler (sopraan)
Pepa - Cora Canne-Meijer (mezzosopraan)
Fernando - Ernst Haefliger (tenor)
Paquiro - Peter v/d Bilt (basbariton)
Nederlands Operakoor, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink