STER Advertentie

Ver weg, dichtbij of thuis: vandaag de dag gaat vakantie voor veel mensen over mooie reizen maken of juist lekker uitrusten. Maar wat was eigenlijk de ideale zomer voor negentiende-eeuwse componisten? Vaak gingen ze de stad uit om te genieten van mooie natuur of het rustige platteland. Zo ook Ludwig van Beethoven: in de zomer van 1808 verbleef hij in Heiligenstadt, een pittoresk stadje in Duitsland. In die periode werkte hij aan een symfonie die na zijn Vijfde misschien wel het beroemdst is: de Zesde symfonie, de ‘Pastorale’ – muziek die klinkt als een zomerse dag op het platteland. En dat was ook precies Beethovens bedoeling.


Een negentiende-eeuwse ansichtkaart van Beethoven bij Heiligenstadt

Met zijn symfonie haakte Beethoven in op een genre dat steeds populairder werd in de negentiende eeuw: programmatische muziek. De componist koos een onderwerp, bijvoorbeeld een historische gebeurtenis, iets uit de literatuur of een zelfbedacht programma, en verklankte dat in een muziekstuk. Heel bekend zijn Het carnaval der dieren van Camille Saint-Saëns, waarin je een bonte verzameling dieren voorbij hoort komen, en De Moldau van Bedřich Smetana, waarin je de rivier langs een jachttafereel en een boerenbruiloft hoort stromen.

In de Pastorale – de titel zegt het al – laat Beethoven zijn zomerse ervaringen van het plattelandsleven en de natuur horen. Hij hield erg van de natuur en maakte graag wandelingen, wat natuurlijk inspirerend heeft gewerkt voor zijn symfonie. Het werk is ‘meer de uitdrukking van gevoel dan een muzikaal schilderij,’ aldus Beethoven.

In de titel van elk deel heeft Beethoven het onderwerp aangegeven. In het eerste deel horen we zijn vrolijke stemming bij aankomst op het platteland. De overige vier delen bevatten toonschilderingen van natuurtaferelen. Zo doen de strijkers aan het begin van het tweede deel, ‘Scène bij het beekje,’ kalm kabbelend water na met een wiegende melodie. Dit doet denken aan het begin van De Moldau, waar de fluit en tokkelende strijkinstrumenten water nabootsen. Verderop in het tweede deel imiteren de hobo en klarinetten plotseling een kwartel, een nachtegaal en een koekoek. Beethoven heeft de namen van de vogels zelfs bij die passages in de partituur opgeschreven. Ook Saint-Saëns heeft in Het carnaval der dieren vogelroepen verwerkt – wederom de koekoek en zelfs een volière vol met vogels.

Het energieke derde deel van de Pastorale, een echo van een vrolijke bijeenkomst van plattelandsmensen, gaat over in een hevige onweersstorm, het vierde deel. De pauken laten de muziek donderen en het orkest speelt dreigend op volle sterkte. In het vijfde en laatste deel komt de uitdrukking van gevoel weer terug: nadat de storm voorbij is hoor je een dankbaar lied van een herder. Een collega en grote bewonderaar van Beethoven, Hector Berlioz, heeft het deel ‘Scène in de velden’ uit zijn Symphonie fantastique op dezelfde manier een pastorale sfeer gegeven. Met hobo’s imiteert hij herdersfluiten en aan het slot van het deel kondigen roffelende pauken een onweersstorm aan. Veel later was Beethovens Zesde symfonie de inspiratie voor de Disneyfilm Fantasia. Maar voor Beethoven zelf - en misschien ook wel voor ons - was het de ideale zomermuziek.

Omslag: Egidio Graziani

App de studio

Je moet minimaal 16 jaar zijn om deel te nemen aan deze dienst. Wil je meer informatie over hoe NPO omgaat met je gegevens, lees dan ons privacy statement