Een potlood en wat papier. Toen de Britse componist Edward Elgar op een ochtend in 1918 wakker werd na een operatie, vroeg hij om dit schrijfgerei. Hij noteerde een melodie, niet wetende dat die aan de basis zou liggen van een van zijn beroemdste werken: het Celloconcert.

Schaduw
Eén eigenaardig moment van inspiratie en een meesterwerk is geboren. Maar het Celloconcert werd pas echt gevormd door de ingrijpende gebeurtenissen van die tijd. Elgar was zeer geraakt door de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), die aan bijna één miljoen mensen uit het Britse Rijk het leven had gekost. De componist schreef in die jaren nauwelijks muziek. ‘Ik kan geen echt werk doen met deze afschuwelijke schaduw over ons,’ schreef hij. Maar op die ochtend in 1918 had hij plotseling inspiratie, die tot bloei kwam toen de oorlog was afgelopen. Hij stond vaak in de vroege ochtenduren op om aan het Celloconcert te werken. Plotseling wist hij wat hij met de opgeschreven melodie moest doen: het werd het hoofdthema van zijn Celloconcert.

Elgar maakt een opname met Beatrice Harrison (1920)


Vrijheid
Na de oorlog componeerde Elgar in een nieuwe stijl. Hier was volgens de Britse dirigent Adrian Boult veel meer vrijheid in te horen. Als we naar het begin van het Celloconcert luisteren, snappen we wel wat hij bedoelde. In plaats van de majestueuze orkestklanken waar een soloconcert meestal mee begint, laat Elgar de cellist helemaal alleen en in alle vrijheid zijn klaagzang spelen. Pas later introduceren de altviolen het lyrische hoofdthema. Deze unieke concertvorm is gedurfd en zelfverzekerd. Dit past niet alleen bij het virtuoze karakter van het Celloconcert, maar ook bij de diepe, persoonlijke klank die Elgars muziek zo mooi maakt. Het is alsof de componist terugkijkt op het verdriet van de vier oorlogsjaren die zijn land hebben getekend. Toch leeft het laatste deel van het werk even op met een vleugje humor, maar het drama komt al gauw weer om de hoek kijken. Het Celloconcert eindigt met de gepassioneerde openingsakkoorden van de cello, als een herinnering aan het verdriet van de oorlog.

Jacqueline du Pré
Het Celloconcert wordt vaak in één adem genoemd met de Britse celliste Jacqueline du Pré. Haar opname van het werk wordt door velen als legendarisch beschouwd – en zo werd de celliste ook legendarisch. Du Pré was nog maar twintig jaar toen ze het Celloconcert in 1965 opnam.

Om deze video te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
Jacqueline du Pré speelt het Celloconcert van Elgar met het London Philharmonic Orchestra onder leiding van Daniel Barenboim (1967)

Nationale status
Elgar schreef muziek die sinds de dood van Henry Purcell niet meer in Engeland was verschenen – dit is vaak over Elgar gezegd. Hij was de eerste Britse componist van wereldfaam sinds tijden. Het is dan ook niet gek dat zijn muziek in Engeland een nationale status heeft verworven. En dat terwijl Elgar zijn muziek niet baseerde op volksliedjes en volksverhalen, zoals Vaughan Williams en andere Britse componisten dat deden. Zijn muziek kwam recht uit het hart. En daarom is zijn monumentale Celloconcert zonder twijfel een van de grootste meesterwerken van Britse bodem.

App de studio