Tijd voor Kerst betekent ook: tijd voor De Notenkraker. Dit is misschien wel het ballet waar je de Russische componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski van kent. Hij baseerde De Notenkraker op Alexandre Dumas' versie van De Notenkraker en de Muizenkoning, geschreven door E. T. A. Hoffmann. Dit kerstsprookje is als een kinderdroom die uitkomt: het meisje Clara komt in een magische winterwereld van levend speelgoed terecht. Alles wordt gezien vanuit het oogpunt van dit kind. Dat maakt De Notenkraker anders dan Tsjaikovski's twee andere balletten, Het Zwanenmeer en De Schone Slaapster. De plot draait namelijk niet zozeer om de emoties van de volwassen personages en het drama van hun lot. De nadruk ligt juist op de glinsteringen van het winterwonderland en de vrolijke dansen van het betoverde speelgoed.

De notenkrakerpop
Het begint allemaal op Kerstavond met het bezoek van de mysterieuze Drosselmayer. Speciaal voor de kinderen heeft hij allerlei speelgoedcadeaus meegebracht. Tsjaikovski verklankt die met instrumentjes zoals een trommel, een rammelaar en een trompetje - natuurlijk wel precies op de juiste toon gestemd. Op de première van De Notenkraker in 1892 werden deze speelgoedinstrumentjes bespeeld door de kinderen op het toneel. Voor Clara heeft Drosselmayer een prachtige notenkrakerpop. Maar de ietwat sinistere muziek die de toverachtige gast vergezelt kondigt iets buitengewoons aan... 's Nachts verandert de notenkraker op magische wijze in een echte prins. Hij neemt Clara mee naar Confiturenburg, het Koninkrijk van Snoep. Daar trakteren de bewoners hun gasten op vrolijke dansen en glinsterende pracht en praal. 'De productie was zó prachtig,' schreef Tsjaikovski dan ook over de première, 'zelfs te prachtig. Je ogen worden moe van deze luxe.'


De allereerste Suikerfee en Notenkrakerprins (1892)

Een wonderbaarlijk geluid
Toen Tsjaikovski De Notenkraker componeerde, was hij een echte superster. Door heel Europa en zelfs in de Verenigde Staten werd hij gevraagd om zijn eigen werken te komen dirigeren. Tijdens zijn reis deed hij een geweldige ontdekking voor het bekendste stuk uit De Notenkraker, de Dans van de Suikerfee. In Parijs zag hij namelijk een gloednieuw instrument: de celesta. Tsjaikovski omschreef het als 'iets tussen een kleine piano en een klokkenspel met een goddelijk, wonderbaarlijk geluid.' Zijn uitgever Jurgenson moest het instrument meteen naar Rusland laten komen. 'Maar ik heb liever niet dat je het aan iemand laat zien,' benadrukte de componist, 'anders ben ik bang dat Rimski-Korsakov en Glazoenov er lucht van krijgen en het ongewone effect eerder zullen gebruiken dan ik.' Gelukkig voor Tsjaikovski heeft Jurgenson het geheim niet verklapt en kennen we de bijzondere celesta vooral van dit ballet.

Schilderachtige muziek
Overal in De Notenkraker weet Tsjaikovski precies de juiste klankkleuren te vinden om een magisch winterwonderland te schilderen en speelgoed tot leven te brengen. De twinkelende muziek van De wals van de sneeuwvlokken is heel beeldend. Je moet meteen denken aan 'rillen van de kou en het spel van het maanlicht op de delicate sneeuwvlokken,' zoals de muziekcriticus en een vriend van Tsjaikovski, Herman Laroche, schreef. De hoofdrol in de Dans van de rietfluitjes is weggelegd voor de fluiten. Die imiteren niet alleen de rietfluitjes, maar laten ook de elegante dansstijl van ballet duidelijk horen. In de Pas de deux dansen de Notenkrakerprins en de Suikerfee een duet op een meeslepende melodie die recht in het hart danst - typisch muziek voor Tsjaikovski en de Romantische stijlperiode waarin hij leefde. Kortom: een breed scala aan muzikale traktaties in Tsjaikovski's beroemde kerstballet.


De wals van de sneeuwvlokken

App de studio