STER Advertentie

Wie was Johann Sebastian Bach?

Johann Sebastian Bach was een Duitse componist uit de Barok. Hij componeerde voornamelijk muziek voor de kerk. In zijn tijd was hij vooral bekend als organist, maar nu is hij een van de beroemdste componisten aller tijden.

Snelle weetjes

  • Geboren: 21 maart 1685, Eisenach (Duitsland)
  • Gestorven: 28 juli 1750, Leipzig (Duitsland)
  • Getrouwd met: Maria Barbara Bach (geh. 1707–1720), Anna Magdalena Bach (geh. 1721–1750).
  • Bekendste werken: Matthäus-Passion, Brandenburgse concerten, Cellosuites, Goldbergvariaties, Jesu meine freudeAir, Toccata in d kl.t.
  • Interessant: ging regelmatig economisch te werk door delen van zijn eigen werken te gebruiken in nieuwe composities.

Hoe werd Johann Sebastian Bach componist?

Velen zullen Johann Sebastian Bach de grootste componist aller tijden noemen. Maar deze status kreeg hij pas echt in de negentiende eeuw, toen zijn muziek werd herontdekt. In zijn eigen tijd stond Bach vooral bekend als virtuoos organist en was hij altijd in dienst van de adel of de kerk.

Al vroeg in zijn leven kwam Johann Sebastian Bach in aanraking met muziek door zijn muzikale ouders. Maria Elisabeth Lämmerhirt kwam uit een muzikale familie en Johann Ambrosius Bach was de stadsmusicus van Eisenach. Van hem heeft Bach waarschijnlijk viool leren spelen. Ook schijnt Bach een bijzondere stem te hebben gehad, die hem op 14-jarige leeftijd een studiebeurs bezorgde voor de Michaelisschule in Lüneburg. Tijdens zijn schooltijd op dit gymnasium bekwaamde Bach zich in het spelen van orgel met George Böhm (1661-1733) als leraar, en schreef hij ook al zijn eerste orgelcomposities. Het was duidelijk dat hij de muzikale genen van zijn ouders had geërfd - die hij later ook weer zou doorgeven aan zijn eigen kinderen.

"Ik speel de noten zoals ze geschreven zijn, maar het is God die de muziek maakt."

Zijn ouders zouden dat echter allemaal niet meer meemaken: Bach werd op negenjarige leeftijd al wees. Daarom nam zijn oudere broer Johann Christoph hem in huis totdat hij naar de Michaelisschule vertrok. In die jaren stimuleerde Johann Christoph het muzikale talent van zijn broertje door hem orgel en andere toetsinstrumenten te leren spelen.

Waar heeft Johann Sebastian Bach gewerkt?

Na het gymnasium beklom hij de carrièreladder als organist en kapelmeester. In 1703, na een kort verblijf in Weimar, werd hij aangesteld als organist in Arnstadt. Maar Bach was ongedurig: hij vond de zangers ondermaats en bovendien wilde hij zich ontwikkelen. Hij reisde maar liefst 400 kilometer te voet naar Lübeck om de grote organist en componist Dietrich Buxtehude aan het werk te zien. Dat liep echter uit de hand: Bach bleef te lang weg en zette daarmee zijn baan in Arnstadt op het spel.

In 1706 kreeg Bach een nieuwe en veel beter betalende post in Mühlhausen. Toch keerde hij twee jaar later terug naar Weimar als organist en concertmeester aan het hertogelijk hof. Daar maakte hij uitgebreid studie van de muziek van Italiaanse componisten als Antonio Vivaldi door het te bewerken voor klavecimbel en orgel. Ook componeerde hij zelf veel voor beide instrumenten. In Weimar begon hij aan de reeks preludes en fuga’s die hij later zou bundelen tot Das Wohltemperierte Klavier.

Bach had met wisselende opdrachtgevers van de kerk en adel te maken - en dat leverde nogal eens conflicten op. De componist kon namelijk behoorlijk opvliegend en koppig zijn. Daardoor moest hij zelfs een keer de gevangenis in. Hij was zelf namelijk het eigendom van (!) de graaf van Weimar. Toen Bach er vandoor wilde gaan, liep dat uit op een flinke ruzie. Bach schold de graaf de huid vol en werd gearresteerd. Hij kwam na vier weken weer vrij.

Nu hij in Weimar uit de gratie was geraakt, ging Bach in Köthen aan de slag als kapelmeester van prins Leopold van Anhalt-Köthen, zelf een musicus. De kerkdiensten vereisten hier niet veel muzikale inbreng. Daarom legde Bach zich toe op wereldlijke muziek. Hij schreef een aantal wereldlijke cantates, de vier Suites voor orkest, de zes Solosuites voor cello, de Sonates en Partita’s voor soloviool en de zes Brandenburgse concerten.

Het portret dat Elias Gottlieb Haussmann van Bach maakte.
Het portret dat Elias Gottlieb Haussmann van Bach maakte.

De laatste 27 jaar van zijn leven werkte Bach als cantor van de Thomaskirche in Leipzig en muzikaal leider van de belangrijkste kerken in de stad. Hier componeerde hij het grootste deel van zijn oeuvre. Het was zijn taak om de leerlingen te onderwijzen in muziek en Kerklatijn en om muziek voor de kerkdiensten te componeren. Iedere zondag moest er een nieuwe cantate zijn, gebaseerd op de bijbehorende Bijbeltekst voor die week. Ook componeerde hij speciale stukken voor de kerkelijke hoogtijdagen, zoals de Matthäus-Passion en Johannes-Passion. Bach voerde meestal zijn eigen cantates uit, waarvan hij er meer dan tweehonderd zou componeren. Zeker is dat er ook een aantal verloren zijn gegaan.

Ga naar de Matthäus-Passion-pagina

Maar het is niet alleen geestelijke muziek die Bach in deze periode componeerde: in 1729 werd hij dirigent van het Collegium Musicum, een muziekgezelschap opgericht door Georg Philipp Telemann. Hiervoor schreef Bach onder andere een hele reeks viool- en klavecimbelconcerten.

In 1747 bezocht Bach Frederik de Grote van Pruisen, een groot muziekliefhebber en fluitist. Hij gaf Bach een ingewikkeld en lang muzikaal thema op wat Bach, die beroemd was om zijn improvisatietalent, ter plekke verwerkte in een driestemmige fuga. Daarop daagde de koning hem uit er een zesstemmige fuga van te maken. Bach nam het thema mee naar huis en componeerde het Musikalisches Opfer. Hij begon nog een ander meesterwerk, Die Kunst der Fuge, ook vol complexe fuga’s en canons, maar kon het niet meer voltooien. Het zou een jaar na Bachs dood worden uitgegeven.

Religie, huwelijken en overlijden van Johann Sebastian Bach

Religie speelde een belangrijke rol in het leven en werk van Bach. Zijn leven lang was hij een diepreligieus man. Op de Latijnse school in Eisenach werd hij onderwezen in de Lutherse leer. Daar kreeg Bach ook mee dat muziek een goddelijke gave was, een overtuiging die hij altijd bij zich zou blijven dragen.

Bach trouwde met zijn achternichtje Maria Barbara. Zij kregen zeven kinderen. Vier van hen, onder wie de latere componisten Carl Philipp Emanuel en Wilhelm Friedemann, bleven in leven. In de zomer van 1720 kwam Maria Barbara plotseling te overlijden terwijl Bach in het buitenland was met prins Leopold. Bach was vervuld van rouw.

Anderhalf jaar later hertrouwde hij met Anna Magdalena Wilcke, een talentvolle zangeres. Ze kregen dertien kinderen, van wie er maar zes in leven bleven - Bach kreeg in totaal twintig kinderen. Voor Anna Magdalena componeerde Bach de twee bekende Notenbüchlein. Zij hielp hem als kopiiste van zijn muziek.

In 1749 ging Bachs gezondheid hard achteruit: hij werd volledig blind door een mislukte oogoperatie. De oogspecialist bleek een charlatan te zijn, door wie Georg Friedrich Händel ook een groot deel van zijn zicht verloor. Bach stierf niet lang na de operatie op 65-jarige leeftijd. Hij werd begraven in een ongemarkeerd graf. Het zou tot 1894 duren voor zijn overblijfselen werden gevonden en werden overgebracht naar de Johanniskirche, die in de Tweede Wereldoorlog zou worden verwoest. Sindsdien liggen zijn resten in de Thomaskirche in Leipzig, waar hij zo lang had gewerkt.

Wist je dat…

  • De werken van Bach vrijwel compleet vergeten waren, totdat Felix Mendelssohn in 1829 een uitvoering van de Matthäus-Passion organiseerde?
  • Bachs werken zijn ingedeeld door Wolfgang Schmieder (1901-1990) in BWV-nummers (Bach-Werke Verzeichnis, oftewel, Bach-Werken Catalogus)?
  • Er zo’n 150 postzegels met Bach erop zijn uitgebracht?

Bronartikel: https://www.nporadio4.nl/componisten/bach-johann-sebastian