STER Advertentie

Verlangen naar een mooie plek, het vaderland of een fijne tijd kan zeer pijnlijk aanvoelen. Heimwee veroorzaakt echter niet alleen een naar gevoel, maar kan ook een inspiratiebron zijn voor het schrijven van indrukwekkende muziek. Ontdek wat heimwee teweeg heeft gebracht bij bekende componisten.

Verjaagd uit Rusland

Frédèric Chopin beleefde zijn grootste successen in Frankrijk. Ondanks dat zijn vader van Franse komaf was, voelde Chopin zich altijd meer verbonden met zijn geboorteland Polen. Hij wilde graag terugkeren naar Polen, maar de Russische overheersing weerhield hem daarvan. Na zijn dood in 1849 werd zijn lichaam in Parijs begraven. Zijn hart werd echter overgebracht naar Warschau en bijgezet in een kapel in de Heilig Kruiskerk. Dit was een uitdrukkelijk verzoek van de componist. In zijn vele Mazurka’s en Polonaises hoor je duidelijk Poolse invloeden uit Chopins jeugd terug. 

Na het uitbreken van de Russische Revolutie in 1917 kregen componisten het erg moeilijk, omdat de artistieke vrijheid werd beperkt. Daarbij werd klassieke muziek geassocieerd met de decadentie van het voormalige tsarenrijk. Veel componisten en musici kozen ervoor om te vertrekken uit de nieuwe Sovjet-Unie.

Sergej Rachmaninov vluchtte in 1917 voor de bolsjewieken. De Russische componist koesterde mooie herinneringen aan het landgoed Ivanovka. Zijn grootouders woonden daar en hij had daar ook zijn vrouw Natalia ontmoet. In Zwitserland kocht Rachmaninov een stuk land. Bij de inrichting wilde hij dat het gebied zou lijken op zijn geliefde plek Ivanovka. Uiteindelijk vestigde hij zich permanent in de VS. Hij kon daar echter nooit helemaal zijn draai vinden en het verlangen naar Rusland bleef aanwezig. Dit sentiment klinkt door in zijn Derde Symfonie. Zangerige, meeslepende passages worden afgewisseld met een onheilspellende dreiging. 

Rachmaninov op zijn geliefde landgoed.

Niet alleen de Russische revolutie zorgde ervoor dat componisten zich ergens anders vestigden. Ook de opkomst van het nazi-regime in Duitsland en de Tweede Wereldoorlog joegen componisten weg uit hun thuisland.

Verjaagd uit Duitsland

De Oostenrijker Arnold Schönberg kwam uit een Joods gezin. Toen het antisemitisme in Duitsland dreigende vormen aannam in 1933, week hij uit naar de VS. Tijdens de oorlog was Schönberg constant bezorgd om zijn vrienden en familie die zich nog in Europa bevonden. Zijn werk leed onder zijn zorgen en zijn composities werden ook niet direct omarmd in Amerika. Hij verlangde terug naar het Europa van voor de oorlog. Na zijn dood is de as van Schönberg geplaatst op een kerkhof in Wenen.

De Nederlandse componist Jan van Gilse woonde twee jaar in Rome. Daar had hij veel last van heimwee. Niet naar zijn geboorteland, maar naar Duitsland. Hij had daar gestudeerd aan het conservatorium en beleefde daar zijn grootste successen. Hij kon niet wachten tot zijn werkzaamheden in Italië erop zaten en is daarna verhuisd naar München. Toen Hitler aan de macht kwam in 1933 vertrok Van Gilse definitief naar Nederland met zijn gezin. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloten Van Gilse en zijn kinderen zich aan bij het verzet. Het liep niet goed af. Zijn kinderen werden omgebracht door de Duitse bezetter en hijzelf stierf op een onderduikadres in 1944. Een van de bekendste werken van Van Gilse is het stuk Eine Lebensmesse.  

Altijd onderweg

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski leed ook vaak aan heimwee, wat werd veroorzaakt door het vele reizen. In gezelschap van goede vrienden, waaronder de Russische violist Adolf Brodsky en zijn vrouw, wist hij zijn heimwee de baas te blijven. Het echtpaar Brodsky ontving Tsjaikovski vaak in hun huis in Leipzig. Als hij het even niet meer trok, nam hij contact op met Brodsky en zijn vrouw. Om hem te kalmeren speelde Brodsky, met zijn strijkkwartet, het Derde strijkkwartet van de Russische componist. Tsjaikovski zou geëmotioneerd verklaard hebben dat hij rustig werd van de muziek en dat hij hen zeer dankbaar was. 

Tsjaikovski verbleef graag in zijn prachtige tuin waar hij vaak uren wandelde.

De composities van de Tsjechische componist Antonín Dvořák worden voornamelijk gekenmerkt door Boheemse en Slavische invloeden en hebben een opzwepend karakter. Hij verwerkte vaker verschillende soorten volksmuziek in zijn composities. Zijn werk werd ook goed ontvangen in Amerika. Zijn Negende symfonie: Uit de Nieuwe Wereld bezit zowel kenmerken van muziek uit zijn vaderland, als ook van de indianen en van plantation songs van de slavenbevolking in Amerika. Dit muziekstuk is één van zijn populairste composities. 

Wist je overigens dat de astronaut Neil Armstrong deze symfonie meenam op zijn ruimtemissie in de Apollo 11 in 1969? 

In zijn hoogtijdagen reisde Dvořák meerdere malen door de VS en bemachtigde hij een hoge positie bij het Conservatory of New York. Door de economische crisis kon zijn geldschieter in New York Dvořák niet meer voldoende onderhouden en zijn reizen financieren. Het schijnt dat Dvořák dat niet erg vond, omdat hij vaak last had van heimwee. Na zijn Amerikaanse avontuur is hij direct weer teruggekeerd naar zijn geliefde Tsjechië. 

Bovenstaande componisten worstelden met heimwee naar thuis, het vaderland of een andere tijd. Ondanks, of wellicht juist dankzij, dit pijnlijke verlangen hebben zij inspiratie opgedaan om indrukwekkende muziek te componeren, waarin gekoesterde herinneringen weerklinken.